Leven is vechten en voortplanten

Organisch gegroeide dieren zonder poespas van Maartje Korstanje in het Groninger Museum.
Organisch gegroeide dieren zonder poespas van Maartje Korstanje in het Groninger Museum. Foto Marten de Leeuw

Beeldhouwer Maartje Korstanje is niet erg van het pietepeuterige. Haar werk oogt als vervaarlijke geleedpotigen, als opgegraven botten waar het vuil nog op ligt, versteend uitgeteerd tot geweien en schilden. Ze doen denken aan monsters zoals in de filmserie Alien, maar Korstanjes sciencefiction is toch een stuk vriendelijker. Want behalve een gevechtstenue hebben haar gedrochten verleidingstactieken, mooi glimmende pantsers en geprononceerde genitaliën waar eieren uit komen. En je kunt nabij komen om te zien hoe ze gemaakt zijn: met een papier-maché van karton, dat ze in elkaar duwt met touw en plastics en andere ruwe materialen.

Op haar vorige museumsolo, vorig jaar in Oss, draaide een film waarin je haar aan het werk zag: een jonge vrouw met een overall aan, opgestroopte mouwen, zwijgend, in een soort loods. Daar bouwt ze met spierkracht wezens die niet zelden een stuk groter zijn dan zijzelf. Hoewel Maartje Korstanje (32) naar inspiratiebronnen werkt, zoals botten en fossielen, is dat het soort werkproces waarin je je laat leiden door wat uit je handen komt. Zo laat ze dieren organisch groeien zonder poespas, met enkel de meest essentiële onderdelen. Geweien en genitaliën: het leven is niet meer dan vechten en voortplanten. Het recht van de sterkste. De rest is flauwekul.

Zou Korstanje daarmee iets willen zeggen over de kunst of over het leven, dat daarin zo veel mogelijk franje overboord moet? Hoe dan ook bouwt ze met haar uitgeteerde stijl een krachtige esthetiek. Die valt in haar voordeel uit, in vergelijking met haar mede-exposant Nacho Carbonell. Dat het museum hen samenbrengt is te begrijpen: inhoudelijk hebben ze veel gemeen. Ook de jonge Spaanse kunstenaar bouwt tactiele organische sculpturen, zoals harsachtige cocons die rusten op stoelen of ladders. Maar Carbonells beelden zijn te anekdotisch, als onderdelen van een droom die misschien wel spookachtig is, maar zelf niet genoeg zeggingskracht hebben. In dat opzicht maken deze twee parallelle solopresentaties hun evolutionistische thema waar: recht van de sterkste? Korstanjes beesten vreten die van Carbonell in één hap op.

Haar solo in Oss was mooi samenhangend, die in het Groninger Museum is veelzijdiger: in kleurige zalen met gedempt licht etaleert Korstanje haar sculpturen als filmische scènes. Donker, alsof ze in spelonken leven. Die belichting heeft als voordeel dat je de dieren geleidelijk ontwaart, met een zekere suspense. Elke zaal is anders: wellustig, doods, of vlammend en gevaarlijk. Ondanks die verschillen zijn alle wezens door hun kartonnen skeletbouw verwant. Grappig is dan ook een zaaltekst die meldt dat Korstanje dit jaar een periode in het Europees Keramisch Werk Centrum in Den Bosch heeft gewerkt, om te besluiten dat keramiek niets voor haar is. Daarop ging ze stug verder met het haar vertrouwde karton en papier-maché.