Ideaal vehikel voor Grote Gevoelens

André Hazes spreekt ons zo aan omdat hij de enige Nederlander is om wie we kunnen huilen, terwijl de buren hem uitlachen. En andersom.

Op school al herschreven wij de teksten van André Hazes naar eigen behoefte. We schreeuwzongen elkaar toe, zak drop in de hand: „Maar dit is de laatste keer/ Je krijgt geen snoepjes van me meer!” Wat Hazes precies uitdrukte wisten we niet, maar dat hij het ideale vehikel was voor grote gevoelens hoefde je niemand uit te leggen.

Jaren later had ik een bepalende bioscoopervaring, met Zij gelooft in mij, de film van John Appel die André Hazes op zijn 48ste ineens tot object van openlijke affectie door intellectuelen maakte. Het was een mooie documentaire. Ik zat op de eerste rij met plaatsvervangende ellende naar het ongeluk en de zenuwen van de zanger te kijken. Ik had nog nooit zo’n treurige film gezien. Intussen golfde van achter me het ene na het andere lachsalvo over me heen.

Het was het jaar van het eerste seizoen Big Brother op televisie en de openheid van de worstelende Hazes in de film sloot naadloos aan bij het het verlangen naar authenticiteit dat Nederland beving. Want je kon Hazes bespotten om het rijmwoordenboek waarmee hij zijn liedjes maakte, hij was echt. De film had het bewezen: Hazes zong niet alleen over ellende, hij was zelf een hoopje ellende – een flinke hoop ellende, mocht je wel zeggen. Zijn nummers waren niet subtiel, maar Grote Gevoelens (leven, dood, liefde) zijn nu eenmaal niet subtiel. Zelfs niet voor gestudeerde mensen.

En toen ging Hazes plotseling dood, waardoor hij niets meer kon doen om zijn algemene acceptatie weer te verspelen. Bovendien konden zo de twee manieren om naar Hazes te kijken blijven bestaan: zij aan zij met de geplaagde man, of van een afstandje grinnikend om Hazes en zijn entourage – alles werd aangeraakt door de echtheid van de man, de enige Nederlander om wie we kunnen huilen terwijl de buren hem uitlachen. En andersom. Wat precies is hoe Nederlanders graag met elkaar omgaan.

Maar de onverwoestbaarheid van het icoon Hazes heeft natuurlijk ook te maken met de man zelf. Dat blijkt elke keer als een collega-artiest een nummer van Hazes covert. Neem Geef mij nu je angst, het nummer dat Guus Meeuwis kort na de dood van de zanger uit de erfenis plukte. „Geef mij nu je angst/ ik geef je er hoop voor terug/ [...] Geef mij het gevoel/ dat ik er weer bij hoor voortaan./ Ik ga met je mee,/ want ik laat je nu nooit meer gaan.” Als Meeuwis het zingt, hoor je een zanger die denkt dat het goed komt, dat hij ‘haar’ werkelijk niet meer zal verliezen. Maar dat is niet de wereld van André Hazes: als hij Geef mij nu je angst zingt weet je dat het allemaal op niets zal uitlopen, dat hij zijn eigen angst niet onder controle heeft, laat staan dat hij voor een ander kan zorgen. Het hele nummer is een poging tot bezwering, die uiteraard tot mislukken is gedoemd.

Dat geldt voor het hele oeuvre. Donderdag speelde het Nederlands Blazers Ensemble tijdens het Nieuwjaarsconcert een sentimenteel-ironische sketch aan de hand van het Hazes-nummer Ik ben daar. In de scène kreeg de zanger alle aandacht, maar niet van degene die hij toezong. Hoe vaak hij ook Ik ben daar zong – het wilde niet helpen: hij was er niet. Dat is het geheim van André Hazes. Hij is er nooit.