Het gezicht van een vriendelijke baas

De reliekschrijn met schedel en zijn graf trekken jaarlijks duizenden bedevaartgangers. Vanaf vandaag kunnen die ook het gereconstrueerde hoofd van de heilige Gerlachus zien.

In het atelier van beeldhouwer Jacques Spee; van links naar rechts: achterkant buste St. Gerlachus; fase in reconstructie; tekeningen ter voorbereiding van reconstructie; buste van St. Gerlachus; gereconstrueerde schedel.
In het atelier van beeldhouwer Jacques Spee; van links naar rechts: achterkant buste St. Gerlachus; fase in reconstructie; tekeningen ter voorbereiding van reconstructie; buste van St. Gerlachus; gereconstrueerde schedel.

Een vriendelijke baas is tevoorschijn gekomen. Hij oogt wat ouder dan de 45 jaar die hij hooguit is geworden en wat steviger dan je van een ascetisch levende kluizenaar zou verwachten.

Het mysterie heeft een kunststof gezicht gekregen. Het gereconstrueerde hoofd van Gerlachus van Houthem bevredigt straks de nieuwsgierigheid van de twintigduizend mensen, die jaarlijks de naar hem genoemde kerk bezoeken. „Mensen willen toch graag zien hoe de heilige er uitzag”, zegt pastoor John Burger.

In de rituelen rond de heilige gaat het geen grote rol spelen, verzekert hij. Daarin blijven het graf van de middeleeuwer (met daaronder gezegend zand om mee te nemen) en de zilveren reliekschrijn met zijn schedel centraal staan.

Het idee voor de reconstructie komt van Camille Oostwegel, eigenaar van Château St. Gerlach en nog een aantal luxueuze hotels in Zuid-Limburg. Geboren en getogen in Houthem liep hij als kind al mee in Gerlachus-processies. „De meisjes waren dan verkleed als edelvrouwen, de jongens als pages.”

Toen voor een expositie in de bibliotheek in Maastricht ‘Carlos’ – een soldaat die sneuvelde bij de Spaanse belegering van de stad in 1579 – een gezicht had gekregen, vroeg Oostwegel zich af of zoiets ook met de heilige uit zijn dorp mogelijk was? Ja, dat kon. Er was wel een probleem. Van Gerlachus was alleen een schedel beschikbaar en geen onderkaak. „Ervan uitgaande dat hij een baard had, hoefde dat geen probleem te zijn, omdat je toch alleen de haren ziet,” vertelt Jacques Spee, hoofddocent anatomie aan de Academie Beeldende Kunsten Maastricht. Hij was met Arno Lataster, hoofd macroscopische anatomie aan de Universiteit Maastricht ook verantwoordelijk voor ‘Carlos’. „Maar we wilden het toch precies doen. Een kaakchirurg van de Radboud Universiteit in Nijmegen wilde met hulp van een computeringenieur wel uitzoeken hoe die missende kaak eruit moet hebben gezien. Hij was echter voorlopig druk met het schrijven van zijn proefschrift.”

Toen de kaakchirurg beschikbaar was, maakte Spee een offerte voor de reconstructie. Niemand wil mededelingen doen over de exacte kosten van het project. Het gaat om een aanzienlijk bedrag. Diverse sponsoren droegen bij. De beslissende stoot kwam uit onverwachte hoek. The Rolling Stones speelden in juni vorig jaar op Pinkpop in Landgraaf en logeerden in Houthem. Oostwegel gaf gitarist Ron Wood en drummer Charlie Watts een rondleiding van bijna een uur in en rond de kerk van Gerlachus. De mannen van Sympathy for the devil toonden volop interesse in de Limburgse heilige die volgens de verhalen tijdens zijn dagelijkse gang regelmatig oog in oog stond met satan. „Wood en Watts waren enthousiast en stelden volop vragen. Na mijn verhaal over de voorgenomen gezichtsreconstructie zegden ze spontaan een bijdrage toe. Ik heb hen een zakje met gezegend zand meegegeven.”

De ingescande schedel en de meest waarschijnlijke onderkaak werden in 3D geprint. Op dat hoofd werden spieren, vet en huid aangebracht. Spee: „Er zitten zo’n 34 vaste punten in een gezicht. Daar breng je satéprikkers aan. Op basis van leeftijd en andere bekende gegevens is dan een aannemelijke dikte van het gezicht te berekenen. De draai in zijn wervelkolom en zijn rechtshandigheid leveren een bepaalde stand van het hoofd op. Andere zaken zoals haardracht en de kleur van de ogen blijven een beetje gokken.”

Hoe betrouwbaar is een reconstructie dan? Amerikaanse onderzoekers lieten hoofden waar alles exact van bekend was reconstrueren. Dat leverde als gemiddelde score op dat gemiddeld 85 procent van de gezichtskenmerken ook echt klopt. Er bestaat dus een gerede kans dat middeleeuwers in de nu onthulde kop ook echt Gerlachus zouden herkennen. Spee relativeert de onderzoeksuitkomsten wel enigszins. „Zo’n cijfer zegt niet zoveel over de kans dat mensen zien om wie het gaat. Forensische reconstructies wezen uit dat het voor het oplossen van een zaak vaak belangrijker is om één heel typische trek te treffen. In dat geval kan 75 procent meer opleveren dan 95 procent gelijkenis.”