Een prominente rol, maar wel op de achtergrond

Hugo van Berckel (54)

Als Nederlandse baas van private-equitybedrijf CVC, had Hugo van Berckel veel macht binnen grote Nederlandse bedrijven.

Hij opereerde naar eigen zeggen liever in de luwte. „Dat is de kracht van private equity”, zei Hugo van Berckel in een paar jaar geleden in een zeldzaam interview op de website Finance.nl.

Maar ondanks de relatieve onzichtbaarheid speelde Van Berckel, die vorige week overleed als gevolg van ziekte, een prominente rol in zakelijk Nederland. Hij gaf sinds 2008 leiding aan het Amsterdamse kantoor van de internationale investeringsmaatschappij CVC Capital Partners. In Nederland is CVC onder meer eigenaar van afvalbedrijf Van Gansewinkel. Voor hij in 1999 bij CVC begon, werkte Van Berckel bij KLM en daarvoor bij Amro, een van de twee rechtvoorgangers van ABN Amro.

Van Berckel, die 54 jaar is geworden, is in Nederland vooral bekend geworden als de man die supermarktketen C1000 overnam en een paar jaar later met veel winst verkocht – dwars tegen de crisis in.

CVC haalde C1000 in 2008 voor een kleine 700 miljoen euro van de beurs. Supermarktconcern Ahold had toen een meerderheidsbelang en zat aanvankelijk helemaal niet te wachten op een overname.

Jarenlang heeft Van Berckel aan die deal „gesleuteld”, zegt CVC-collega Jan Reinier Voûte. Het duurde namelijk wel even voor hij alle belanghebbenden van de overname door CVC had overtuigd, zegt Voûte. „Er was grootaandeelhouder Ahold, maar hij had ook te maken met het bestuur van C1000 en alle franchisenemers.”

Het slagen van die overname typeert Van Berckel, zegt zijn collega. „Succesvol opereren binnen zo’n spanningsveld.”

Na drie jaar werd C1000 voor 950 miljoen euro verkocht, nagenoeg schuldenvrij – niet de standaard voor bedrijven die in handen zijn geweest van private equity. Dat kwam voor CVC neer op een rendement van naar verluidt meer van 30 procent per jaar. Ter vergelijking: in dezelfde periode verloor concurrent Ahold 3 procent van zijn beurswaarde.

De werkwijze van investeringsmaatschappijen is omstreden. De vergelijking met sprinkhanen wordt geregeld gemaakt: insecten die verse groene velden bespringen en kaal achterlaten, op weg naar de volgende. Dat is een typering waar Van Berckel zich niet in kon vinden.

„Ik heb me gestoord aan dat etiket”, zei hij tegen website Finance.nl. „Het komt van mensen die niet goed op de hoogte zijn van wat private equity nu eigenlijk doet.” Ook tegen website Management Scope sprak hij zich uit over het onbegrip van „het grote publiek”.

Maar aan het publiek uitleggen hoe investeerders als zijn CVC dan wél te werk gaan, daar had Van Berckel ook geen behoefte aan. „Dat is eigen aan deze industrie”, zegt Voûte. „Wij werken graag op de achtergrond.” Het was volgens zijn collega ook niet echt iets voor de persoon Van Berckel om zich publiekelijk uit te spreken.

Eén keer trad hij wel in de openbaarheid, tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer in 2007, samen met andere financiële kopstukken die normaal achter de schermen werken. Om aan de parlementariërs uit te leggen dat private equity volgens hem wél een nuttige functie heeft – want daar was hij bijzonder van overtuigd.