Dubbelzinnige verkiezingen

Minister-president Rutte gaat volop meedoen aan de verkiezingscampagne. Op 18 maart worden de Provinciale Statenverkiezingen gehouden, maar eigenlijk gaat het „om landelijke verkiezingen” en „die raken direct ook het kabinet”, zei pragmaticus Rutte zaterdag in NRC Weekend.

Beter kon de premier niet aanduiden hoe onlogisch het staatsbestel in Nederland in elkaar zit. Het zou bij de verkiezingen in de twaalf provincies moeten gaan over het verdiepen van de Westerschelde in Zeeland, over de aanleg van een autoweg tussen Dokkum in Nijega in Friesland, of er in Utrechtse gemeenten ook buiten de bebouwde kom mag worden gebouwd. Enzovoorts. Vraagstukken waar de kiezers in de provincies rechtstreeks mee te maken hebben.

Maar de inzet van deze provinciale verkiezingen is, slechts tweeënhalf jaar na de landelijke verkiezingen, eigenlijk niets meer en niets minder dan het voortbestaan van het kabinet-Rutte II. Omdat 566 nieuw gekozen leden van Provinciale Staten op 26 mei uitmaken wie er in de Eerste Kamer komen. En dus of het kabinet en de partijen die het vanuit de oppositie regelmatig steunen, dan nog op een meerderheid in de senaat kunnen rekenen. Dus behalve over de vraag of, bijvoorbeeld, de regionale omroepen in Zuid-Holland minder subsidie moeten krijgen, moet de kiezer zich tegelijkertijd uitspreken of hij vindt dat het kabinet moet blijven of juist niet.

Er komt weer een staatscommissie aan die het tweekamerstelsel en in het bijzonder de positie van de Eerste Kamer onder de loep zal nemen. Eerder waren er al, nooit opgevolgde, adviezen om ook deze Kamer rechtstreeks door de burgers te laten kiezen of om de rol van de senaat te beperken tot een terugzendrecht van wetsvoorstellen naar de Tweede Kamer. Waar deze nog in te stellen commissie ook mee zal komen, ingrijpen in de positie van de Eerste Kamer vergt wijziging van de Grondwet en het zal dus nog vele jaren en vele verkiezingen duren voordat het eventueel zover is.

Dat Rutte voor zijn partij, de VVD, meedoet aan de verkiezingcampagne is dus begrijpelijk. Hij zal niet het enige landelijke kopstuk zijn dat zich in strijd mengt. Waarbij het heel wel denkbaar is dat de twee regeringspartijen VVD en PvdA samen met de zogeheten constructieve drie, D66, ChristenUnie en SGP, wel een meerderheid houden, maar dat de onderlinge verhoudingen drastisch wijzigen. Ook dat zal gevolgen hebben voor de coalitie. Het wordt dus een spannend jaar voor het kabinet. En hopelijk weet de nieuwe staatscommissie vaart te zetten achter haar werkzaamheden.