De stad moet een maatje groter

Het is wel érg druk in Amsterdam, zei burgemeester Van der Laan in zijn nieuwjaarstoespraak. En nu?

Drukte in de Amsterdamse binnenstad. Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes riep een half jaar geleden om een ‘Deltaplan voor het toerisme’ omdat de stad „vies, vol en vuig” werd.
Drukte in de Amsterdamse binnenstad. Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes riep een half jaar geleden om een ‘Deltaplan voor het toerisme’ omdat de stad „vies, vol en vuig” werd. Foto’s Robin Utrecht

„Poeh hé, ik word helemaal gek.” Een vrouw van een jaar of twintig manoeuvreert zich in de Kalverstraat met enige moeite door het winkelend publiek naar de zijkant van de stroom mensen. Ze weet zich ten slotte voor een etalage te positioneren, een vriendin in het kielzog. „Jeminee wat is het druk”, moppert de vriendin. „Even snel een cadeautje kopen is er niet bij.”

En Amsterdam wordt steeds drukker. Natuurlijk, drukte is ook relatief, zeker als je het vergelijkt met Aziatische steden als Shanghai, Seoul en Tokio. Daar wonen bijna net zoveel mensen als in heel Nederland. Maar drukte is niet alleen perceptie. De bevolking van Amsterdam groeit, minder mensen vertrekken en het aantal toeristen neemt jaarlijks toe. En al die mensen komen natuurlijk vooral naar de binnenstad.

Deze zaterdagmiddag stroomt de massa ondanks de miezerregen in de Kalverstraat langs de etalages. In de Paleisstraat, iets verderop, klinkt onophoudelijk het waarschuwende geklingel van de tram die de Nieuwezijds Voorburgwal oprijdt. Het nabije kruispunt waar de tram de Mozes en Aäronstraat uitkomt, is een chaos. Fietsers, automobilisten en trambestuurders gaan geregeld vol in de remmen.

Burgemeester Eberhard van der Laan verwees op 1 januari in zijn nieuwjaarstoespraak naar de drukte en de gevolgen ervan voor de stad. Volgens hem moet Amsterdam ervoor waken niet „ten onder te gaan aan het eigen succes”. Maar gebeurt dat niet al?

Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes riep een half jaar geleden om een ‘Deltaplan voor het toerisme’ omdat de stad „vies, vol en vuig” werd. Op verschillende plekken in de binnenstad is al zo’n verkeerskluwen dat er bijna niet doorheen te komen valt.

Neem de Munt, waar iedere bestuurder, stapvoets door de drukte moet laveren. Een ander berucht punt: de kruising van Spuistraat en Kalverstraat. Hier gaat het regelmatig mis, zegt Mischa van der Schreur, eigenaar van de bloemenkiosk op het Spui. Van der Schreur ziet elke dag scheld- en vechtpartijen voor zijn kraam. „Schering en inslag. Gisteren nog reed een man op zijn fiets kennelijk tegen iemand aan, twee meisjes begonnen meteen op hem in te slaan.”

Volgens de kioskhouder is het altijd druk geweest, maar sinds een jaar valt het hem echt op. „Vorig jaar hebben ze de Kalverstraat op een gegeven moment zelfs afgesloten omdat het te vol werd. Dit jaar is het zeker de afgelopen weken een gekkenhuis; mijn vaste klanten klagen er ook over. Het lijkt wel alsof de halve wereld hier de feestdagen kwam vieren.”

Het zijn groeistuipen, zegt Zef Hemel, bijzonder hoogleraar grootstedelijke vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam en voormalig adjunct-directeur van de Dienst Ruimtelijke Ordening in de stad. „Je voelt aan alles dat Amsterdam krap in z’n jasje zit. Daar hebben we natuurlijk zelf ook naartoe gewerkt, maar er zijn een aantal dingen misgegaan.”

Hij doelt bijvoorbeeld op de Noord-Zuid-lijn die niet op tijd af is. „Als die klaar was geweest, had dat de drukte al een stuk verlicht. We zullen een paar jaar moeten doorbijten.”

Hemel pleitte vorige maand in Vrij Nederland voor de verdubbeling van Amsterdam – als motor van economische groei, maar ook omdat de stad zonder groei vergrijst. „De stad moet een maatje groter worden.”

Volgens de hoogleraar kan je dan het centrumgebied vergroten. „We moeten toe naar een stad met een zaken-, entertainment-, theater- en universiteitsdistrict. Kijk naar de aanzuigende werking van De Hallen [in Oud-West]. Men schrikt bijna van het succes, hoe hard dat gaat. Maar dat laat zien dat je publiek kan spreiden.”

Mariska Bijlaard haalt net haar fiets van het slot op het Muntplein. „Of het druk is? Nou, kijk zelf maar.” Ze wijst naar de overvolle fietsvakken op het plein. „Je kan je fiets bijna niet kwijt.”

De vriendin met wie ze net is wezen winkelen zegt zich vooral te ergeren aan toeristen op de fiets die niet kunnen fietsen. „En dan ook nog al die fietsen met een bak ervoor of erachter, en die tuktuks waar je dan niet langs kan; het is allemaal een beetje veel.”

Volgens Hemel zijn meer oplossingen denkbaar voor de drukte in de stad. „Amsterdam is onderhand ook toe aan een 24-uurseconomie. Dan krijg je ook een spreiding in de tijd. En een beetje slimme citymarketing schenkt aandacht aan andere wijken.”

En anders? „Het alternatief is klein blijven. Dan moet je alles duurder en exclusief maken met alleen maar vijfsterrenhotels en word je een soort romantisch Madurodam. Maar ik denk niet dat Amsterdammers dat willen. Met twee miljoen inwoners kan dit ook nog een heel fijne stad zijn, zonder megalomaan te worden.”