De laatste matinee van ‘Hazes’, en dan een zwart gat

Gisteren was de laatste voorstelling van de Hazes-musical ‘Hij gelooft in mij’. 770 keer werd die gespeeld, waarvan 500 keer door Martijn Fischer. „Alles klopte.”

Acteur Martijn Fischer voor het laatst in de kleedkamer van Theater DeLaMar, waarin hij 500 keer transformeerde tot volkszanger André Hazes.
Acteur Martijn Fischer voor het laatst in de kleedkamer van Theater DeLaMar, waarin hij 500 keer transformeerde tot volkszanger André Hazes. Foto Robin Utrecht

Voor de allerlaatste keer hing Martijn Fischer gistermiddag, even na vijven, zijn halflange Hazes-jas aan een knaapje in zijn kleedkamer. De zondagse matinee was de laatste voorstelling van Hij gelooft in mij, de musical over André Hazes die twee jaar en bijna drie maanden aaneen is gespeeld in het DeLaMar Theater in Amsterdam.

Fischer (46) was de goeddeels onbekende acteur, die in november 2012 alom bewondering wekte om zijn geloofwaardige vertolking van Hazes. Voordien had hij vooral in kleine rollen bij gesubsidieerde gezelschappen gestaan. Hij behoorde, zei hij, tot „het B-garnituur bij de A-gezelschappen”. En nu stond hij opeens in een gestroomlijnde musicalproductie van Joop van den Ende, waar hij allengs de status van Bekende Nederlander verwierf.

De laatste voorstelling was de 770ste. Zelf heeft Fischer de rol, naar eigen schatting, circa 500 keer gespeeld. „Soms een paar weken niet, maar er zijn ook wel weken geweest van acht voorstellingen – dan kun je er heel weinig meer naast doen. En toch is het een geweldige ervaring geweest. We hebben alleen maar voor stampvolle zalen gewerkt. Waar maak je dat nog mee?”

Automatische piloot

Dat hij het zo lang volhield, had naar zijn zeggen alles te maken met de manier waarop het gezelschap dagelijks aan het werk was: „We zijn met elkaar in dialoog gebleven en we zijn ook heel streng tegen elkaar geweest als dat nodig was. Dit is een voorstelling waarbij je niet kunt terugvallen op de automatische piloot. Natuurlijk val je daar zelf ook wel eens op te betrappen. Dan moet je jezelf weer bij de les halen: geen riedeltjes tekst afsteken, maar blijven zeggen wat je in je rol te zeggen hebt. Zo hebben we elkaar de hele rit lang wakker gehouden.”

Twee andere acteurs stonden klaar als Fischer uitviel: Fabian Jansen en Frank Lammers. Jansen, die gistermiddag ook deelde in de huldiging achteraf, heeft er zo’n 200 gespeeld. Ook hij was afkomstig uit de gesubsidieerde toneelwereld. „Ik moet zeggen dat dit wel riekt naar nóg eens. Ik had natuurlijk te maken met het feit dat de mensen teleurgesteld waren als ze vooraf te horen kregen dat Hazes niet door Martijn werd gespeeld. Dan had ik tweeënhalf uur om dat gevoel weg te werken. Er zijn ook mensen geweest die nergens iets van hebben gemerkt. Martijn heeft een Twitteraccount; daarop kreeg hij soms complimenten voor voorstellingen die hij niet had gespeeld. Dat was dan dus een compliment voor ons beiden.”

Ook hij heeft genoegen beleefd aan de relatieve luxe van de commerciële theatersector, zegt hij: „Als ik afliep, stond er in de coulissen iemand voor me klaar met een handdoekje. Daar heeft het gesubsidieerde theater geen geld voor.”

Martijn Fischer zag beide andere Hazessen aan het werk: „Dat is soms heel moeilijk geweest, want het was langzamerhand wel gaan aanvoelen als mijn rol. Maar door goed naar hen te kijken, heb ik ook wel dingen van hen kunnen jatten. Althans overnemen. Er was bijvoorbeeld een scène waarin ik opkwam, een stukje tekst zei, een bepaalde handeling verrichtte en daarna nóg iets zei. Fabian deed dat anders: hij zei eerst alle tekst en deed pas daarna de handeling. Dat maakte het veel compacter, vond ik – en dat ben ik daarna ook zelf gaan doen. Zo hou je het interessant voor jezelf.”

Frank Ketelaar en Kees Prins, die samen het script voor Hij gelooft in mij schreven, wijzen eveneens op het belang van de personele wijzigingen voor de kwaliteitsbewaking. „Als er nieuwe mensen bij kwamen”, aldus Prins, „prikkelde dat de bestaande cast om er nog een schepje bovenop te doen.” En regisseur Ruut Weissman, die de nieuwe acteurs inwerkte en twee keer in de maand naar de voorstelling kwam kijken, beaamt: „Behalve enkele minuscule zinnetjes is er in al die tijd helemaal niets veranderd. Maar de komst van nieuwe mensen leidde wel vaak tot een net iets andere timing of een intonatie waardoor iedereen scherp bleef.”

700.000 toeschouwers

Hij gelooft in mij heeft volgens Joop van den Ende Theaterproducties ruim 700.000 toeschouwers getrokken. Daarmee belandt de productie halverwege de top-10 van best bezochte en langst gespeelde musicals in Nederland. Onverslaanbaar op de eerste plaats van die lijst staat nu Soldaat van Oranje dat tot dusver anderhalf miljoen bezoekers trok en eind dit jaar zijn vijfjarig bestaan hoop te vieren. Ook de Scheveningse kassuccessen The Phantom of the Opera, The Lion King en Miss Saigon – alle drie van buitenlands fabricaat – scoren nog hoger.

Het makerstrio Ketelaar, Prins en Weissman werkt intussen aan een tweede productie voor Van den Ende: een musicalbewerking van de eerder al verfilmde oorlogsroman De tweeling van Tessa de Loo, met muziek van Ilse DeLange en haar Common Linnets-kompaan JB Meyers.

En valt Martijn Fischer nu in een zwart gat?

„Ja”, antwoordt hij. „Ik heb nog niks nieuws in de agenda staan. Ik ben hier en daar wel in gesprek, maar er is nog niets definitief. Wel doe ik eind maart nog mee aan Holland zingt Hazes in de Ziggodome, maar dat is het voorlopig. Intussen realiseer ik me wel dat dit voor mij een heel bijzondere rol is geweest. Alles klopte hier: ik kan zingen – niet zo goed als Hazes weliswaar, maar goed genoeg – ik ben toneelspeler en ik lijk op hem.” Misschien een Hazes-act op feestavonden en andere evenementen?

„Nee, daar heb ik nooit zin in gehad. Ik ben acteur, geen André Hazes-imitator.”