De kater van Sotsji zeurt nog altijd

Freek van der Wart viel vorig jaar in Sotsji direct na de start van de relay. Na maanden worstelen krabbelt hij op. In Amsterdam werd hij tweede.

Freek van der Wart krabbelt na de Spelen van Sotsji langzaam op. „Ik voel de kracht in mijn benen weer terugkomen.”
Freek van der Wart krabbelt na de Spelen van Sotsji langzaam op. „Ik voel de kracht in mijn benen weer terugkomen.” Foto ANP

Jaaroverzichten, sportverkiezingen, prijsuitreikingen. Freek van der Wart heeft er nog steeds moeite mee. Elke keer weer, de beelden van die afgrijselijke avond in Sotsji. „Ik kijk altijd even weg”, zegt hij. „Nog steeds.”

De 26-jarige shorttracker van de nationale ploeg begint „een beetje op te krabbelen”, zoals hij zelf zegt. Gisteren eindigde hij bij de NK in de Amsterdamse Jaap Edenhal als tweede achter een oppermachtige Sjinkie Knegt, die alle afstanden won.

Inmiddels is het bijna een jaar geleden dat Van der Wart zo jammerlijk onderuit ging, al voor de eerste bocht van de olympische relayfinale in Sotsji. In plaats van de teams opnieuw te laten starten, zoals de regels voorschrijven bij zo’n vroege valpartij, greep de starter niet in en liet de finale in het bomvolle Iceberg stadion gewoon vervolgen.

Weg medaillekansen. Zijn olympische droom eindigde in een nachtmerrie. Rusland, Kazachstan en de Verenigde Staten waren niet meer te achterhalen. Verder dan een vierde plaats kwamen ze niet, in een finale die, zonder Canada en Korea, goud had kunnen opleveren.

„Ik heb er nog steeds moeite mee”, zegt Van der Wart. Als hij aan die rampzalige avond terugdenkt raakt hij zichtbaar geëmotioneerd. „Het heeft me aan het denken gezet: daar doe je het allemaal voor – en dan gebeurt er zoiets. Zoveel kansen heb je niet als sporter. Het heeft me harder geraakt dan ik had gedacht.”

Wereldkampioen

Wat heet: anderhalve maand na Sotsji werd Van der Wart samen met Sjinkie Knegt, Niels Kerstholt en Daan Breeuwsma wereldkampioen op de relay in Montreal. Maar toch – die mooiste overwinning uit zijn carrière maakte het drama van de Spelen in Sotsji niet goed, zo wist Van der Wart meteen.

„Ik zei toen ook al: deze wereldtitel verzacht de pijn niet. Het zijn twee losse dingen: wereldkampioen, een droom die uitkomt. Je mag jezelf een jaar lang de beste van de wereld noemen. En de Olympische Spelen: totale machteloosheid – je weet niet waarom je dit nog doet.”

Vooral de manier waarop Sotsji op een mislukking uitliep, vreet aan hem. „Je kunt nog zo goed zijn, maar de regels die we voor zo’n valpartij hebben werden niet nageleefd. Ik heb niks verkeerd gedaan, we waren goed genoeg. Anderhalve maand later zagen we dat ook, in Montreal.”

Freek van der Wart en de Olympische Spelen: het evenement waar hij als klein jochie al van droomde deed hem als volwassen sporter vooral pijn. Aan de Spelen van Vancouver (2010) mocht hij ruiken, hij was zelfs lijfelijk aanwezig, maar door een diskwalificatie en een valpartij haalde de Nederlandse relayploeg de olympische wedstrijden niet. „Vancouver was de hardste les die ik ooit heb gehad”, zegt hij nu. „Toen zag ik de deur van de Spelen, maar hij bleef dicht. Ook toen waren we goed genoeg. Stond ik daar naast het olympisch dorp.”

Echte kans op shorttrackmedaille

Tussen Vancouver en Sotsji, onder bondscoach Jeroen Otter, kwamen de Nederlandse shorttrackers tot volle wasdom. Steeds vaker concurreerden ze de Koreanen, de Canadezen, de Amerikanen. Steeds vaker haalden ze medailles, vooral op de relay. Knegt groeide uit tot een wereldtopper, met Van der Wart – Europees kampioen in 2012 (Malmö) – in zijn spoor.

Sotsji bood écht kansen op een eerste Nederlandse shorttrackmedaille, zoals Knegt uiteindelijk ook bewees met brons op de 1.000 meter. Maar Van der Wart heeft vooral slechte herinneringen aan het imposante Iceberg stadion. „Ging ik eindelijk naar de Spelen, lag ik alleen maar te dweilen. Mijn olympische droom”, zegt hij met zelfspot. „Ik heb vijf ritten gereden in Sotsji, drie keer gevallen. Dat is niet waar je van droomt als klein jochie. Maar als wij goud hadden gehaald op de relay had het mij niet geboeid dat ik twee keer op mijn smoel was gegaan.”

Het resulteerde in een zware zomer. „Ik heb veel met mijn vriendin gepraat, een mental coach opgezocht. Die helpt mij nog steeds. Ik wil niet dat Sotsji mij in de toekomst afleidt van de essentie, van presteren.”

Toch vindt hij dat zijn ontwikkeling „een beetje stagneert”. Na het zware olympische seizoen nam iedereen wat gas terug. „De laatste jaren hebben heel veel gevergd van mijn lichaam, vooral het laatste jaar. Er zat zoveel stress op. Nu zoeken we iets meer ontspanning, iets minder schaatsen. Maar het werkt nog niet echt voor mij. Ik wil finales, ik wil het podium, ik wil winnen. Maar het gaat niet altijd zoals je wilt.”

Op de trainingen met ploegmaat Knegt ziet hij in elk geval dagelijks het niveau dat nodig is voor de absolute wereldtop. De Friese acrobaat is een jaar na de Spelen superieur – in binnen- en buitenland. Haalde de afgelopen maanden op alle afstanden medailles bij de wereldbekers en doet niets meer onder voor de sterke Koreanen. Ook op de NK in Amsterdam was hij een klasse apart. „Het is superknap wat Sjinkie doet”, zegt Van der Wart. „Maar tegelijkertijd is het ook balen dat het mij niet lukt. Wij proberen elkaar al jaren beter te maken. Hij heeft wel weer een heel grote stap gemaakt. Dat is wat ik ook wil. Maar ik ben niet jaloers op Sjinkie.”

Zijn eigen optreden in de Jaap Edenhal stemde Van der Wart tevreden, zeker met het oog op de Europese kampioenschappen, die over een kleine drie weken in Dordrecht worden gehouden. „Ik voel de kracht in mijn benen weer terugkomen”, zegt Van der Wart. „Ik heb het gevoel dat ik weer op de goede weg zit.”