De bril van Barney

In metrostation Oxford Circus dansten de letters op de borden. Hij schrok zich rot. Knijpen met de ogen hielp niet. In paniek tikte hij zijn vrouw aan en vertelde haar dat hij de woorden niet meer kon lezen.

Darter Raymond van Barneveld had vorig jaar al af en toe met een bril gespeeld tijdens toernooien. Moest hij in de belangrijkste week van het WK in Londen de fok weer op zijn neus zetten? „Nee”, had Barney tegen zichzelf gezegd, „daar ben je te ijdel voor”.

Dat besluit kwam hem bijna duur te staan in de kwartfinale tegen Stephen Bunting. Van Barneveld gooide zijn pijlen niet lekker naar het bord. Terwijl duizenden fans achter hem schreeuwden, dacht hij: „Ray, je wordt ouder.”

Van Barneveld liep tussen het gooien door naar een tafeltje en stond opeens met een bril op. Een sober montuur. Als Barney een net pak had aangetrokken (en zijn buik ingehouden), zou je zweren dat journaallezer Rob Trip met drie darts in zijn handen stond.

„Focus, focus, focus. Ik zag opeens veel beter.”

Van Barneveld won de wedstrijd. Het verhaal leek zo mooi te worden: Barney wint WK. De magie van twee brillenglazen en drie pijltjes.

De tegenstander in de halve finale was rivaal Phil Taylor. Veelvuldig wereldkampioen, een briljant darter met de eigenschappen van een straatvechter.

Taylor zou raar opkijken. Barney met bril, een darter met een nieuw gezicht. Belezen, scherpzinnig en scherpziend. Barney ging de drinkebroeders in de zaal verbazen met een uitgesproken citaat van dichter Dylan Thomas, uit zijn ode aan Brits bier:

I liked the taste of beer, its live white lather, its brass-bright depths, the sudden world through the wet brown walls of the glass, the tilted rush to the lips and the slow swallowing down to the lapping belly, the salt on the tongue, the foam at the corners.

Om daarna, tok-tok-tok, drie triples in de 20 te gooien.

Maar nee.

Taylor maakte gehakt van Barney.

De bril kon in de koker, de pijlen in de doos. Met fletse ogen en bloeddoorlopen konen stond Raymond van Barneveld voor de televisiecamera. Hij was weer die gewone Hagenaar die door zijn fenomenale darten nooit meer als postbode over straat hoefde.

Van Barneveld: „Ik ben ziek, niet 100 procent fit. Het kost me zoveel kracht, zoveel energie. Ik draag niet voor niets een bril; ik ben over- en oververmoeid.”

Op zijn borst stond een reclame voor FEBO. Dat gunde ik Barney: een beste kroket. En een glas bier. Het schuim rond de mondhoeken. Dan mocht hij daarna in bed gaan liggen en met gesloten ogen gaan genieten van een diepe slaap.