Opinie

Bezorgde bezorger

Dit is het verhaal van de abonnee en de krantenbezorger. Het werd mij verteld door de abonnee, die misschien veronderstelde dat columnisten er ook zijn voor klachten over de bezorging.

Zoals bekend bestaat er tussen de abonnee en de krantenbezorger een latente spanning. De abonnee wil dat zijn krant elke dag op tijd bezorgd wordt, de bezorger lukt dat niet altijd. Maar deze abonnee was tevreden over de bezorging als zodanig, hij benaderde mij met een andersoortige klacht.

Het gebeurde in december. In de vooravond ging de bel in het appartement van de abonnee. „Ik zou u graag even spreken”, zei de bezorger beneden in het microfoontje aan de voorgevel. De abonnee repte zich de trappen af.

„Goedenavond, meneer …”, zei de bezorger; hij noemde de naam van de abonnee erbij. Zij kenden elkaar van toevallige ontmoetingen bij de brievenbus; nogal onhandige ontmoetingen waarbij de bezorger zich juist voorover gebogen had om de krant in de bus te proppen en de abonnee zich afvroeg of hij hem deze beweging moest laten voltooien of beter kon zeggen: „Geeft u maar.”

„Goedenavond”, zei de abonnee. „Ik heb een groot probleem”, zei de bezorger bezorgd. „Mijn bank heeft een foute overboeking gedaan, waardoor ik pas na het weekend aan mijn geld kan komen. Pinnen lukt niet, ik heb geen cash meer en thuis wacht mijn 15-jarige dochter op eten. Zou ik van u 20 euro kunnen lenen? U krijgt het maandag terug.”

Het kostte de abonnee enkele verbaasde seconden om deze informatie te verwerken. Hij had heel wat krantenbezorgers in zijn leven versleten, maar nooit eerder had hem zo’n verzoek bereikt. Vreemd verhaal, dacht hij. Een blunderende bank – dat komt vaker voor. Maar geen contanten meer om een hongerige dochter te voeden? En waarom vroeg hij dat uitgerekend aan hém?

Toen zei hij in een niet te onderdrukken opwelling van goedgeefsheid: „Ik zal even boven geld halen.” Hij kon toch moeilijk honds weigeren? Op de trap vroeg hij zich nog wel af: zou deze bezorger misschien vaker met dit verhaal bij abonnees aankloppen? Hij haalde een biljet van 20 euro uit zijn portemonnee en daalde weer af. De bezorger bedankte hem omstandig voordat hij zich op zijn zwaarbeladen fiets afwendde.

De maandag verstreek. De bezorger bezorgde de krant, maar meldde zich niet voor de terugbetaling. Enkele weken gingen voorbij, het nieuwe jaar naderde. Weer ging de bel. De bezorger!

„Ik kom u een gelukkig nieuwjaar wensen’’, riep hij door hetzelfde microfoontje tegen de abonnee. Die daalde nu met een bezwaard gemoed de trap af. Hij opende de deur, nam het kaartje van de glimlachende bezorger in ontvangst en zei: „Ik dacht dat wij een afspraak hadden.” „O ja”, zei de bezorger, „ik heb al eerder aangebeld, maar u was niet thuis.”

„Ik was steeds thuis als u de krant bezorgde’’, zei de abonnee. Hij bleef wachtend staan, zei niets.

De bezorger zocht diep in zijn zakken en gaf een tientje. Hij zocht verder en vond met moeite nog een biljet van vijf. Daarna diepte hij nog één euro op. „Laat de rest maar zitten”, zei de abonnee. Hij gaf met oudjaar altijd een tientje aan deze bezorger, maar daar had hij nu geen zin meer in.

„Vindt u me een vrek?” vroeg de abonnee me toen hij uitverteld was. „Welnee”, zei ik.

„Het gekke is”, zei hij, „ik ben teleurgesteld in die man en tóch voel ik me een beetje schuldig.”