Rijden trappen of vliegen

Zo ga je in 2015 naar je werk

Foto PAL-V

Wat zijn de trends op auto-, fiets-, en treingebied?

Treintrends: het station als luchthaven

We zijn er aan gewend dat vliegvelden zijn uitgegroeid tot halve steden. Maar treinstations gaan ook die kant op. Nieuwe stations wedijveren met eenzelfde aanbod aan restaurants, winkels, hotels en wat al niet. Het onlangs geopende Centraal Station in Wenen is het nieuwe centrum van de stad, met een park, 115 winkels en restaurants, hotels en zelfs appartementen.

Het St. Pancras Station in Londen is zelfs hip verklaard door stijlbijbel Wallpaper (en noemt zichzelf nu St. Pancras International, als een luchthaven). Gek is dat niet, want de trein is in opmars. Niet alleen worden trajecten beter en de snelheid hoger (geen grappen nu over de Fyra), ook wordt de concurrentie groter.

Zo is er de eerste treinprijsvechter, Ouigo: spotgoedkoop, zonder catering, en net als bij Easyjet, zijn vertrek en aankomst van niet centraal gelegen stations. Ook worden de overstapmogelijkheden tussen verschillende vervoerders vloeiender en makkelijker in één keer te boeken. Heus, ook via onze eigen NS. (tekst: Ivo Weyel)

De fietstrends: dames gaan hard

1. De opmars van geïntegreerde elektronica is niet te stoppen. Fietsen met elektrische aandrijving, antidiefstaltrackingsystemen, elektronische versnellingen, slimme sensoren die informatie registreren en melden, en fiets-apps krijgen steeds meer voet aan de grond.

2. Zwart is passé. Veiligheid en zichtbaarheid zijn de toverwoorden voor 2015. Felgekleurde schoenen, helmen en fietskleding voeren de boventoon. Neon, neon, neon.

3. Een van de meest noemenswaardige ontwikkelingen is misschien wel het ruime assortiment specifieke damesproducten. Van profs tot recreanten, de vrouwen zijn niet te stuiten. Die trend was al ingezet, maar het aanbod voor komend jaar is groter dan ooit. Van zadels en frames, tot schoenen en kleding. Qua stijl en snit doen ze recht aan de vrouwelijke vormen, zonder aan kwaliteit in te boeten. (Martijn Boot)

Trend voor de auto: ledlicht

Autoverlichting is ook maar mode. Twintig jaar geleden kwamen de eerste auto’s met xenonlicht, de felle, blauw-witte gasontladingslamp die zo gemeen in je ogen prikte. Duur en dus begerenswaardig. Nu is er ledlicht.

Het was er tien jaar geleden voor het eerst als ‘dagrijverlichting’. Dat stond voor modieus vormgegeven ledlichtlijnen in of rond de koplampen die inderdaad ook overdag brandden. Nergens goed voor, pure show. Inmiddels begint led als serieuze lichtbron xenon te verdringen.

De ultieme ledkoplamp van nu is een rasterstructuur met een groot aantal kleine ledlampjes in één computergestuurde lichtbak. Daarmee kan het licht met uiterste precisie op de met camera’s gescande verkeerssituatie worden afgestemd. De lichtbundel kan worden verbreed en versmald en dimt bij ingeschakeld grootlicht automatisch voor tegemoetkomend verkeer.

Het ziet er ook nog eens geweldig uit. Kijk naar de koplampen van nieuwe Audi’s, Mercedessen en BMW’s: labyrintische spiegelpaleizen.

Foto Audi

Led is mooi en handig, maar vooral een laatste strohalm voor ingenieurs, nu aan de auto verder niet zoveel meer hoeft te gebeuren. De volgende revolutie komt er al aan. Laserverlichting. Over tien jaar is led dood. (Bas van Putten)

Dit jaar al? Per vliegende auto

In 2015 komen de eerste PAL-V’s(afkorting van ‘Personal Air and Land Vehicle’) op de markt. Dertig Nederlanders hebben serieus interesse getoond, en sommige zijn hun vliegbrevet aan het halen, verplicht als je zo’n rijdende gyrocopter koopt.

Op één benzinetank vliegt de PAL-V 400 à 450 kilometer. Als het voertuig landt, worden de propeller en de rotor aan de bovenkant ingeklapt. Dat duurt twee minuten, en dan is het volgens Robert Dingemanse, directeur van PAL-V ‘een heel leuke sportieve auto’. De eigenaars kunnen gebruik maken van alle bestaande landingsbanen, maar particulieren of bedrijven kunnen in overleg met de gemeente ook bij henzelf in de buurt een landingsbaan realiseren.

De eerste serie, een luxe limited edition, zal 500.000 euro kosten, de tweede serie wordt twee ton goedkoper.

Niet alleen Nederland is bezig met de combinatie van rijden en vliegen. Het Slowaakse bedrijf AeroMobil onthulde recent een prototype met inklapbare vleugels, en het uit Amerika afkomstige Terrafugia zegt met een soortgelijk rijdend vliegtuigje in 2015 op de markt te komen. Dingemanse denkt dat het vliegende personenvervoer in tien, twintig jaar tijd heel normaal wordt. (Annemiek Leclaire)