Veel minder vuurwerkslachtoffers tijdens de jaarwisseling

Tijdens de jaarwisseling hebben zich 574 slachtoffers van vuurwerkongevallen gemeld bij de Spoedeisende Hulpdiensten van Nederlandse ziekenhuizen. Dat zijn er 126 minder dan vorig jaar, een daling van 18 procent.

Nationaal vuurwerk bij de Erasmusbrug in Rotterdam.
Nationaal vuurwerk bij de Erasmusbrug in Rotterdam. Foto ANP / Bas Czerwinski

Tijdens de jaarwisseling hebben 574 slachtoffers van vuurwerkongevallen zich gemeld bij de afdelingen Spoedeisende Hulp van Nederlandse ziekenhuizen. Dat zijn er 126 minder dan vorig jaar, een daling van 18 procent.

Dat blijkt uit onderzoek van VeiligheidNL en de NOS. Bij de vuurwerkgewonden met Oud en Nieuw waren siervuurwerk en knalvuurwerk even vaak de oorzaak van het letsel.

Later beginnen met knallen

De laatste jaren mocht er op 31 december vanaf 10.00 uur vuurwerk worden afgestoken, maar de afgelopen jaarwisseling mocht dat pas vanaf 18.00 uur. Het aantal mensen dat dit jaar op oudjaarsdag voor 18.00 uur letsel door vuurwerk opliep, was 8 procent van het totaal. Vorig jaar ging dat om 23 procent van het aantal vuurwerkgewonden.

Marco Brugmans, directeur van VeiligheidNL, zegt:

“De beperking van de afsteektijd heeft een merkbaar effect gehad op het aantal slachtoffers. “Met name het aantal slachtoffers door knalvuurwerk is afgenomen, simpelweg doordat jongeren niet meer overdag met rotjes en ander knalvuurwerk in de weer mochten zijn.”

Voor het onderzoek zijn gegevens uit het Letsel Informatie Systeem (LIS) van VeiligheidNL gecombineerd met de cijfers over het aantal gewonden die de NOS heeft verzameld bij de Spoedeisende Hulpafdelingen. De meeste slachtoffers dit jaar hadden verwondingen aan de handen (37 procent). Schade aan de ogen staat op de tweede plek (24 procent).