Zonder voetriempjes, eigenwijs en erg snel

Stel het u maar voor: een drukke regenachtige ochtendspits. Er verdringen zich een scooter en zes fietsers op een veel te smal fietspad, als er plotseling een stoplicht op oranje springt. Ze beginnen met versnellen, accelereren verder, sturen, sprinten, een slinger links en een douw rechts – en dat alles zonder remmen. Dat is keirin: het klinkt eerder als een vechtsport met kersenhouten knuppels, maar de van oorsprong Japanse baandiscipline staat op het Olympisch programma.

Daar komt Matthijs Buchli in beeld, die deze week een van de attracties is in de Zesdaagse van Rotterdam. Toen Buchli een paar jaar geleden als broekie opdook bij de training van grootheid Teun Mulder, wees deze de jongeling erop dat zijn voetriempjes niet vast zaten. Buchli keek naar beneden, haalde zijn schouders op en fietste weg. Mulder dacht: „Wat is dat voor eigenwijze drol?” Hij werd mentor van de drol, die zijn grote mond bleek te combineren met een nog veel groter tactisch inzicht – wat hem op zijn 22ste al twee bronzen WK-medailles opleverde. En die staalkabeldijen zullen daar ook wel bij van pas zijn gekomen.