Zeg niet: Grieken, donder op

De Grieken willen af van de barre bezuinigingen, opgelegd door de internationale ‘trojka’. „Ik begrijp dat gevoel wel’, zegt De Bruijn.

Een dakloze man met voedsel dat hij op Nieuwjaarsdag heeft ontvangen in Athene. Het aantal daklozen is door de bezuinigingen van de laatste jaren snel toegenomen.
Een dakloze man met voedsel dat hij op Nieuwjaarsdag heeft ontvangen in Athene. Het aantal daklozen is door de bezuinigingen van de laatste jaren snel toegenomen. Foto AP

Toen de toenmalige premier Papandreou drie jaar geleden een referendum wilde houden over het bezuinigingsprogramma dat Griekenland van Europa moest doorvoeren, brak er paniek uit in de andere Europese hoofdsteden. Het risico van een ‘nee’ was te groot. Papandreou werd bij bondskanselier Merkel geroepen en moest het referendum afgelasten. Maar nu, 240 miljard euro steun en een reeks keiharde ingrepen later, komt dat referendum er toch, in de vorm van de vervroegde verkiezingen van 25 januari. En weer kijkt de rest van Europa ongerust toe.

Komt er een ‘Grexit’ aan, de stap van Griekenland naar de uitgang van Europa? Tom de Bruijn, jarenlang betrokken bij de Europese pogingen het openbaar bestuur in Griekenland te verbeteren, wijst erop dat de radicaal-linkse coalitie Syriza al maandenlang bovenaan staat in de peilingen. En Syriza wil het allemaal volledig anders doen. „De toekomst is vandaag begonnen”, zei de charismatische leider van Syriza, Alexis Tsipras, nadat premier Samaras zich maandag gedwongen zag vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Hij is vol vertrouwen door die eerste plaats in de peilingen: nummer één krijgt in Griekenland een bonus van vijftig zetels extra, op een totaal van driehonderd.

Die toekomst betekent voor Tsipras en zijn aanhang een radicale breuk met het bezuinigingsbeleid zoals dat tijdens de eurocrisis uit Brussel en Frankfurt is opgelegd. Waar je op papier blijdschap en dankbaarheid zou kunnen verwachten over de 240 miljard aan steun, domineert verbittering en soms wrok over de hoge prijs die de Grieken hiervoor hebben betaald. De roep om een andere benadering laat ook de beperkingen zien van de manier waarop Griekenland is geholpen.

Veel Griekse kiezers hebben het gevoel dat ze een paar jaar onder buitenlandse curatele hebben geleefd. „Ik begrijp dat gevoel wel”, zegt De Bruijn. „De trojka van Europese Commissie, Europese Centrale Bank en Internationaal Monetair Fonds bepaalt volledig waar de Grieken aan moeten voldoen. De marges voor de Griekse regering om die voorwaarden te veranderen, zijn minimaal. Bovendien worden de maatregelen allemaal bij elkaar gestopt in een soort omnibuswetten, zodat het parlement geen enkele ruimte heeft om zelf keuzes te maken.”

De Bruijn kent het Griekse hervormings- en bezuinigingsbeleid van binnenuit. Hij werkte bijna drie jaar in de Europese Task Force in Athene voordat hij dit najaar voor D66 wethouder in Den Haag werd. Die Task Force was de andere kant van de trojka. Waar de trojka over het geld ging dat moest worden bezuinigd, hielp de Task Force met de bestuurlijke organisatie om die besparingen te realiseren. En op andere terreinen waar het land lijdt onder een slecht functionerend openbaar bestuur.

De trojka, zeggen critici, lette er onvoldoende op hoeveel bezuinigingen de Griekse samenleving kan verdragen.

„Wij hadden daar bij de Task Force ook wel eens twijfels over. Als je een lening verstrekt, is het legitiem voorwaarden te stellen. Maar die voorwaarden waren vaak zo stringent dat je je kon afvragen hoe lang dat vol te houden was.”

Soms wordt de Grieken verweten de trojka aan het lijntje te hebben gehouden.

„Dat is wel eens gebeurd, maar vaak ook niet. Er zijn heel harde maatregelen genomen. De korting op de pensioenen. Het verlagen van de salarissen in de publieke sector, met soms wel 25 procent. De werkloosheid is enorm gestegen. Veel mensen kunnen hun gezondheidszorg niet meer betalen. De gevolgen zijn keihard geweest. Als mensen beweren dat de Grieken er een potje van hebben gemaakt, kan ik mij daar absoluut niet in vinden.”

Maar een aantal maatregelen, vooral als het gaat om structurele hervormingen, zijn alleen maar papier gebleven.

„Een probleem is dat de trojka vaak iets heeft doorgedrukt in wetgeving zonder zich af te vragen of de Grieken die wetgeving wel konden doorvoeren. Heb je daar wel een goed ambtelijk apparaat voor? Neem een nieuwe belastingwet. Als je ziet dat we in Nederland al moeite hebben zoiets op behoorlijk en tijdig uitgevoerd te krijgen, hoe kun je dan verwachten dat je dat met een slecht functionerende overheid als de Griekse voor elkaar krijgt?”

Elke Griekse burger zal vertellen dat corruptie een groot probleem is.

„Zonder meer. Er is relatief veel kleine corruptie in Griekenland, binnen heel het ambtenarenapparaat. Ik heb gemerkt dat er drie groepen zijn: mensen die echt verandering willen en ook, zoals de Amerikanen dat noemen, agents of change zijn. Dan is er een groep die tegenwerkt omdat ze weten dat verandering niet in hun belang is. En daartussenin zit een vrij grote groep die betrekkelijk onverschillig en afwachtend kijkt hoe de wind waait. In zo’n situatie is het niet eenvoudig snel een verandering tot stand te brengen. Een van de problemen is dat men alles juridisch wil regelen. Maar het is veel effectiever gedrag en de manier van werken te veranderen. Laat bijvoorbeeld vergunningen niet meer door één persoon afgeven. Dat maakt hem kwetsbaar. ”

Zegt u: er zijn te weinig mensen die willen veranderen?

„Soms wel. Premier Samaras heeft de verantwoordelijkheid genomen voor een heel zwaar hervormingspakket. Maar dat bleef grotendeels afhankelijk van één persoon. De verandering moet doordringen in de haarvaten van de politieke partijen en de overheid. Maar met de tegenwerkers en de afwachters daar gaat het maar moeizaam.”

Veel Grieken zeggen ook dat vooral de gewone Griek de pijn van de bezuinigingen heeft gevoeld en dat de elite de dans grotendeels ontspringt.

„Daar zit veel waars in. Een van de cruciale fouten die zijn gemaakt is dat de lasten vooral door de gewone mensen zijn gedragen. Het bleek erg moeilijk om markten te liberaliseren en de toegang tot gesloten beroepsgroepen als artsen, advocaten, apothekers maar ook vrachtwagenchauffeurs open te breken, om daar de bescherming weg te halen en meer ruimte te maken voor concurrentie en prijsdaling. De weerstand van die groepen was zeer fel, en daarbij lagen er vaak weer directe verbindingen met de traditionele politieke partijen. Er is ook een hervorming nodig in de Griekse politiek. Partijen moeten moderner worden, weg van het traditionele cliëntelisme. Maar noch de socialistische Pasok noch Nieuwe Democratie zijn in staat geweest zich echt te hervormen.”

Dus: Europa, maak u niet druk, Tsipras brengt de broodnodige vernieuwing?

„Ik heb geen glazen bol en kan niet voorspellen wat er gebeurt als hij wint. Vergeet niet, hij is de leider van een alliantie van allemaal kleine linkse groepjes. Hij is wel erg charismatisch, maar het is niet gezegd dat hij die op één lijn kan houden. En hij roept dan wel dat hij wil heronderhandelen over de schuld, maar de marges zijn erg smal. Je ziet dan ook dat Tsipras al meer dan een jaar geleidelijk aan het opschuiven is naar het midden. Ik denk niet dat hij alles meteen overhoop zal halen als hij zou kunnen gaan regeren.”

Maar als het, bijvoorbeeld door een harde opstelling van Duitsland of Nederland, toch tot een confrontatie komt?

„Een Grexit is niet wenselijk. Ten eerste hebben we een gedeelde verantwoordelijkheid in de EU. Als het niet goed gaat, zeg je niet meteen: donder maar op. Bovendien: wat wil je daarmee bereiken? Griekenland zou dan ten prooi kunnen vallen aan instabiliteit. Dat is niet in het belang van Europa. Iets verder naar het oosten is al genoeg instabiliteit. Daar moeten we niet nog een schep bovenop doen.”