Wereldtoppers

Nederland heeft een nieuwe wereldtopper, maar boven de Moerdijk weten ze het nog niet. Mathieu van der Poel (20) overklast zijn landgenoten en buren in het veldrijden. De zoon van Adrie, tevens kleinzoon van Raymond Poulidor, is een parel in zand en slijk. Zonder pech wordt hij straks Nederlands kampioen veldrijden. Zoals hij vorige week de wereldbekercross van Diegem won, was van een ouderwetse panache uit de tijd van Erik De Vlaeminck en Hennie Stamsnijder.

Jongen met bravoure in het diepst van zijn gedachten.

Veldrijden mag dan niet weerhouden zijn als olympische sport, het is een van de zwaarste beproevingen. Een uur lang interval, op een parcours van boeren karrensporen, trappen, sloten, boomstronken. Fietsen, springen, lopen. De heren van de UCI en het IOC laten er zich niet zien, bang als ze zijn voor een spat modder op hun Valentinohemden. Nederlandse sportkranten zijn erg zuinig. Halve pagina’s over darts, maar geen drie letters over veldrijden. Terwijl darts toch meer een gezelschapsspel voor een gesticht is dan sport. Ook nog competitie tussen bierbuiken.

Veldrijden is een individuele discipline. In teamverband crossen lukt niet. Bijna lijfgevechten. Met Hennie Stamsnijder en Richard Groenendaal had Nederland twee eminente crossers die hun generatie mee domineerden. Legendarisch was de tweestrijd Stamsnijder en Liboton. Hennie op souplesse, Roland op brute kracht. Beiden dragers van wereldtitels. Na Stammie kwam Richard Groenendaal. Hij maakte van het veldrijden een Holland-België. In zijn superieure dagen mocht Groenendaal graag de provocatie zoeken. Van de supporters van Nijs en Wellens kreeg hij de grofste scheldwoorden toegesnauwd, Er werd met bier en koeienvlaaien naar zijn hoofd gegooid. Het stoorde Richard allemaal niet. De haat van het volk werd zijn motor.

Het Nederlandse kampioenschap komt er aan. Er wordt een bitsige strijd verwacht tussen uittredend kampioen Lars van der Haar en Mathieu van der Poel. Van der Haar heeft zijn sporen verdiend in de regelmatigheidscriteriums. Zijn strijdershart is onbedwingbaar en hij is snel aan de meet. Altijd weer is hij bij de start als eerste weg. Zand of modder maakt niet uit. Als een duiveltje uit een doosje schiet hij door de eerste bocht.

De dominantie van Van der Haar zou vele jaren duren, was de voorspelling na het vorige seizoen. Opvolger van Sven Nys en Niels Albert. Maar ineens is daar ook de jonge Mathieu van der Poel met zijn gratie en klasse. Hij heeft minder ervaring dan Lars, maar in puur talent is hij de kleine dondersteen de baas. Mathieu imponeert door zijn rijzige gestalte en is zowel in het lopen als in het fietsen bijzonder sierlijk. Opvallend: tussen de twee kampioenen bestaat geen opgefokte animositeit. En dat is uniek in het primitieve wereldje van het veldrijden dat nog steeds uiteenvalt in echte clans. Wekelijkse Boerenkrijg, op en langs het parcours. Onstuimige rivaliteit, vroeger tussen Erik De Vlaeminck en Berten Van Damme, later tussen Nys, Wellens en Albert. Dorpelingen rijden met bussen hun favoriete crosser achterna, schreeuwen tijdens de wedstrijd de longen uit hun lijf en storten zich vol met bier en patat.

Naast Van der Poel en Van der Haar is nog een derde wereldtopper in aantocht: De Belg Wout Van Aert. Bookmakers rekenen de komende tien jaar op epische gevechten tussen de twee raspaardjes. Voorlopig is Van der Poel iets minder constant in de suprematie dan Van Aert. Maar hij heeft nog de keuze tussen het veld of de weg. Als steengoed wegrenner wordt hem even goed een grote toekomst voorspeld.

Roemrijker dan die van Lars Boom.