Verplicht zelfredzaam

tekst Bas Blokker

foto thinkstock, bewerking studio nrc

‘Nederland is een van het alleringewikkeldste landen der wereld’ Heer Kooten, directeur van het Simplisties Verbond, 6 november 1974

Probeer maar eens een formulier voor een persoonsgebonden budget in te vullen.

Probeer maar eens een bericht van je pensioenfonds te lezen.

Probeer maar eens je telefoonabonnement te veranderen.

Het lukt natuurlijk allemaal wel, uiteindelijk, maar grote genade wat is het ingewikkeld. In de eerste plaats is de taal waarin dit soort informatie tot ons komt, niet altijd even klaar. Zelfs als je alle woorden kent, blijft de boodschap lastig te doorgronden. En heb je die hindernissen genomen, dan sta je nog voor de zwaarste opgave: doorgrond je de betekenis die deze tekst voor jouw leven heeft? Overzie je de consequenties van de vakjes die je aankruist, van de gegevens die je invult?

Een voorbeeld uit het echte leven. Een negentienjarige jongen in Amsterdam heeft problemen. Hij zit in de schulden, hij komt regelmatig in aanraking met de politie en zijn IQ ligt onder de 80. Hij is wel verstandig genoeg om hulp te zoeken. Hij komt bij een jeugdhulporganisatie en die kan hem helpen, maar natuurlijk wel tegen betaling.

Tot hiertoe ging het vanzelf. Nu staat de jongen aan de rand van het zorgbos. Heeft hij recht op zorg in natura? Hijzelf misschien wel, maar de hulporganisatie die hem wil behandelen, heeft geen contract met de zorgverzekeraar. Geen nood. De organisatie kan de zorg in natura omzetten naar een persoonsgebonden budget. Daarmee mag iedereen in Nederland zelf bepalen bij wie hij welke zorg inkoopt. Dat wordt al ingewikkelder, hier vallen termen als ‘Wlz-indicatie’ en ‘modulair pakket thuis’.

Maar goed, daar kan die professionele jeugdhulporganisatie hem nog de weg wijzen. Nu gaat het zorgkantoor nadenken over de vraag of de organisatie de jongeman in kwestie mag helpen op rekening van diens persoonsgebonden budget. Intussen is de jongen al in behandeling genomen. Een maand. Twee maanden. Drie maanden. Zes maanden. Als de goedkeuring uiteindelijk komt, krijgt de jongen met terugwerkende kracht het geld uitbetaald voor zijn behandeling. Hij krijgt het uitbetaald, want het budget is aan zijn persoon gebonden. Dat is het moment waarop een volwassen jongmens met schulden, criminele vrienden en het verstand van een klein kind ineens dertig- of veertigduizend euro op zijn rekening gestort krijgt.

Hoeveel van dat bedrag zal overblijven voor zijn behandeling?

Zeg niet dat dit een idiote regeling is. Het is een volkomen redelijke regeling. Het persoonsgebonden budget werd in 1996 ingevoerd door het eerste kabinet-Kok, het zogenoemde Paarse kabinet van PvdA, VVD en D66. Het was de logische consequentie van het centrale uitgangspunt van dit kabinet: Nederlanders, mondig en assertief als ze zijn, willen de belangrijke keuzes in hun leven niet meer voorgekauwd krijgen door de overheid. Dat leidde vanaf de tweede helft van de jaren negentig tot een reeks privatiseringen, vanuit het idee dat mensen dan konden kiezen welke kabelmaatschappij of trein ze zouden nemen. En het leidde in 2002 tot de euthanasiewet waardoor mensen (onder voorwaarden) konden kiezen voor hun eigen stervensuur.

In een steeds ingewikkelder samenleving zijn de collectieve verbanden sindsdien doelbewust geslecht en verruild voor persoonlijke arrangementen, liefst uitgevoerd door private bedrijven. Allemaal onder het motto: keuzevrijheid.

Het komend jaar krijgen we weer een versnelling in die ontwikkeling, als de verantwoordelijkheid voor verschillende zorgtaken overgaat van het Rijk naar de plaatselijke overheid. In 2015 krijgt de burger alweer meer nieuwe keuzes voorgeschoteld en wordt van hem verwacht dat hij weer een groter aandeel van voorheen collectieve voorzieningen voor eigen rekening neemt. Het betekent dat de burger beter geëquipeerd moet zijn dan ooit.

Het wordt allemaal verkocht onder het motto van maatwerk en modernisering. Let maar eens op hoe vaak bestuurders zeggen dat dit of dat „niet meer van deze tijd is”. Dan wordt er dus weer iets omlaag bezuinigd of afgeschaft.

Mentaliteitsonderzoek

Hoewel de ontwikkeling breed gedragen wordt en je dit gedachtegoed bij vrijwel alle partijen in het midden van het politieke spectrum vindt, is het geen toeval dat D66 met de ministers Hans Wijers en Els Borst een centrale rol in de Paarse kabinetten speelde. D66 is bij uitstek de kampioen van de zelfstandige burger. „D66-kiezers zijn in hoge mate zelfredzaam en laten zich daarop voorstaan”, zegt Martijn Lampert van Motivaction. Dit bureau doet mentaliteitsonderzoek onder kiezers en stelt heerlijke vragen, zoals wie is je favoriete personality, waarop de D66-kiezer dan antwoordt: Alexander Pechtold (natuurlijk), Matthijs van Nieuwkerk, Barack Obama en Frans Timmermans.

Op de stelling ‘dé Nederlander bestaat niet’, zeggen D66’ers vaker dan gemiddeld: klopt. Op de stelling ‘een liefdesrelatie ga je aan voor het leven’, zeggen ze vaker dan gemiddeld: nee. Geen kinderen willen, is bovengemiddeld vaak een serieuze optie voor hen. Ze denken minder vaak dan anderen dat de toekomst hun geen perspectief biedt.

„Ze zijn vrij van geest, a-religieus, kosmopolitisch, ont-traditionaliseerd, optimistisch”, zegt Lampert. In de mentaliteitsgroepen die Motivaction onderscheidt – met categorieën als ‘traditionele burgerij’, ‘gemaksgeoriënteerden’ en ‘post-materialisten’ – bevinden zich de D66-kiezers vooral in de categorie van de kosmopolitische postmoderne hedonist.

Die eigenschappen klinken allemaal even plezierig en tolerant (want dat zeggen ze ook: ‘allochtonen zijn belangrijk voor de samenleving’). Dat D66 in 2014 in zoveel gemeenten de grootste partij is geworden, is dus een zege van de redelijkheid. Net nu de gemeenten voor zoveel meer zaken verantwoordelijk worden, staan er vaker tolerante optimisten aan het roer. Als het een beetje meezit wordt 2015 het jaar van de definitieve D66-isering van Nederland.

Maar, zegt Martijn Lampert, „als de hele samenleving wordt vorm gegeven vanuit de zelfredzame bril, dan raken groepen in de knel. In Nederland zie je al de tweedeling tussen de zelfredzame mensen en de groep die vraagt om structuur en sturing.” Want er is nog een eigenschap van D66-kiezers: ze verwachten van anderen dat die net zo zelfredzaam zijn als zijzelf. In deze krant zei de Amsterdamse D66-wethouder Kajsa Ollongren dat bestuurders werkloosheid moeten aanpakken „vanuit… toch vanuit kansen. Het is beter als kinderen van jongs af aan goed worden opgeleid, als er een goede school voor ze is, als je ze een beetje helpt met kiezen.”

Klinkt daar de typische opvatting van een partij voor mensen die de mogelijkheden al hebben? Die het zich kunnen veroorloven onderwijs niet als emancipatiemachine te zien maar als een sorteermachine. De emancipatoire mogelijkheden van het onderwijs worden hier in feite omgedraaid: als je het daar niet redt, dan is het verder je eigen schuld. Maar dan zitten we nog altijd met ongeveer 1,5 miljoen mensen boven de 16 jaar die moeite hebben met lezen en schrijven – eigen schuld of niet. Deze cijfers komen overigens van prinses Laurentien, dochter van oud-D66-leider Laurens Jan Brinkhorst.

Waar maken de optimisten met de juiste diploma’s, de vrije geest en het eigen huis – bij uitstek, maar beslist niet exclusief behorend bij het D66-electoraat – de hardheid van het leven nog mee? Bij de oude dag van hun eigen ouders. Het gemarchandeer met de instellingen, het gezeul in de levensavond. De vraag is, kunnen ze zich dan in anderen verplaatsen. Kunnen ze denken: als ík het al niet goed geregeld krijg voor mijn ouders, hoe moeilijk moet het dan wel niet voor anderen zijn die er minder goed voorstaan dan ik?

Lampert zegt: „D66’ers zijn tot optimisme in staat. Ze zijn vaker dan gemiddeld hogeropgeleid. Ze vinden altijd hun weg wel. De vraag is: is deze zelfredzame, zelfbewuste vrije denker in staat om zich in te leven in minder zelfredzame groepen?”

De overlever met de juiste sociale competenties is de ijk-persoon voor beleidsmakend Nederland geworden. En zolang je hem voor ogen houdt, kun je heel wat bezuinigingen opvangen. Straks is alles volkomen redelijk. Maar niet iedereen is redelijk.