Stiekem droom ik ervan om oud te zijn

Vijf jaar na zijn bestseller Mama Tandoori komt schrijver Ernest van der Kwast (33) met zijn nieuwe roman: De ijsmakers. Het is zijn vijfde boek. „Ik vind dat je mag spelen met de werkelijkheid.”

Verraad

„Het boek gaat over ijs, poëzie en liefde. Over een Italiaans gezin met twee zoons en een ijssalon in Rotterdam. De oudste zoon Giovanni wil de zaak niet overnemen, hij is betoverd door de poëzie en wordt directeur van het World Poetry Festival. Daarmee verraadt hij zijn familie. Eigenlijk lijk ik veel op hem... Dat onderweg zijn, altijd met literatuur in de weer. Hij kan er geen kind bij hebben, maar dan komt het onverwacht toch. En daar kan hij met zijn hart niet omheen. Ergens in het boek staat een regel uit een gedicht van Boris Ryzji: ‘Je kunt jaren en mensen tot terugkeer bewegen, en ook liefde – wat ik zeg, er is nog zoveel’.”

IJs

„De eerste keer dat ik in Noord-Italië was, zo’n tien jaar geleden, had ik één telefoonnummer mee. Dat was van de Italiaanse ijsmaker van Venezia in Rotterdam. Hij had gezegd: bel maar een keer dan kun je mee-eten. Ik verbleef in een palazzo van een gravin in Bolzano. Ik kende haar man. Het was een beetje een eenzame bedoening daar, dus ergens in een klein dorp veel verderop bezocht ik de ijsmaker. Daar hoorde ik de verhalen en raakte gefascineerd. Over de honderden ijsmakers die er in die regio woonden, over de mythe wie het ijs zou hebben uitgevonden en het geruzie daarover, over de stilte in de dorpen in de zomer en de drukte als iedereen terugkwam om te overwinteren.”

Tropicana

„Mijn boekpresentatie houd ik in Tropicana, het voormalig tropisch zwemparadijs in Rotterdam. En nee, mijn moeder is er niet bij. [Hij lacht] Bij de presentatie van Mama Tandoori [zijn bestseller uit 2010] zorgde zij voor nogal wat consternatie. Dat boek gaat over mijn Indiase moeder. Het is geromantiseerd, maar toch, ik beschrijf haar wel als een hysterische vrouw die koopjes jaagt en haar kinderen met een deegroller achterna zit. En toen verscheen ze opeens op die boekpresentatie met een deegroller in haar hand. Het was een grap. Mijn moeder heeft dezelfde inborst als ik. Ze is ontzettend lastig maar ze heeft ook een goed gevoel voor humor. Trouwens, ze heeft dat boek echt moeilijk gevonden. Ze zei, ík weet wel wat waar is, maar de rest van de wereld niet. Dat van die deegroller klopt trouwens niet. Het was een pantoffel.”

Humor

„Mij is wel eens verweten dat ik een clown zou zijn. Ach. Ik heb twee boeken onder een andere naam uitgebracht. En toen ik in 2010 genomineerd was voor de NS Publieksprijs zei ik dat ik achter het pseudoniem van thrillerschrijfster Suzanne Vermeer zat. Zij was ook genomineerd. Ik riep zowel mijn literaire lezers als mijn thrillerfans op om op Mama Tandoori te stemmen, omdat ik vond dat mijn beste boek moest winnen, en dat had ik onder eigen naam geschreven. Ik vind dat nog steeds briljant. Net als schrijver Anton Dautzenberg, die heeft ook geniale dingen gedaan. Ik kan genieten van zijn boeken. Het is onterecht dat er dingen aan hem blijven kleven, bijvoorbeeld de vraag of hij echt zijn nier heeft gedoneerd zoals in zijn boek Samaritaan staat. Ik vind dat je mag spelen met de werkelijkheid.”

Bescherming

„Als ik aan een roman werk, sta ik elke ochtend om

6 uur ’s ochtends op. Dat is mijn bescherming. Ik schrijf dan vijfhonderd of zeshonderd woorden. Die extra uren kan ik nergens anders vandaan halen, en als ik het niet doe dan komt het boek er niet. Ik hoorde eens dat Jonathan Franzen zijn wifi-kaart uit zijn Mac heeft gesloopt om geen afleiding te hebben. Dat gaat wat ver, maar je moet dat soort dingen doen. Bovendien wil ik er ook voldoende zijn voor mijn zoontjes van 4 en 6. Als ik een van mijn kinderen zie lopen of spelen dan denk ik niet, daar gaan weer drie pagina’s. Maar in feite is het natuurlijk wel zo.”

Romanticus

„Mijn vader heeft het boek gelezen. Hij vond het fantastisch maar zei wel dat je je hart ervoor moet openstellen. Er zit veel liefde in, hij is daar misschien te nuchter voor. Als ik hem een kus geef, vindt hij dat al eng. ‘Waarom moet een volwassen man zijn vader kussen?’ Ik heb wel veel respect voor hem. Hij werkt heel hard. Hij is hoogleraar en doet onderzoek naar prostaat- en blaaskanker. Als ik mijn vader wel eens bel als ik vast zit met een boek, dan zegt hij altijd hetzelfde: jongen jongen, je bent pas 33, je hebt nog jaren om te publiceren. Hij zegt echt ‘publiceren’, alsof het om wetenschap gaat.”

Vluchtig contact

„Mijn ouders wonen nu al zo’n tien jaar in Toronto. Ik heb twee broers, eentje is fysisch geograaf en mijn oudste broer is gehandicapt. Eén keer per maand logeert hij bij me. Dan kibbelen we wat. Ik heb dan bijvoorbeeld jus d’orange uit een pak en een gekookt ei als ontbijt voor hem en hij wil dan per se verse jus d’orange en een gebakken ei. Mijn ouders zie ik niet vaak. Mijn vader reist de hele wereld over, dan komt hij soms langs. Het is vluchtig contact. Mijn moeder zie ik weinig. Wat zij doet weet ik niet. Ze is in ieder geval niet bij mijn gehandicapte broer. Ze heeft tot zijn 23ste voor hem gezorgd, maar hij heeft haar nu ook nodig. Dat vind ik soms moeilijk.”

Oude man

„Italië. De bergen. Ik mis het soms. Mijn vrouw is Italiaanse en we hebben tien jaar in de Dolomieten gewoond. Al is Rotterdam ook heerlijk. Ik ben er opgegroeid: toen ik een maand oud was zijn we vanuit Bombay naar Rotterdam verhuisd. Maar ik word misselijk van dat ge-hallelujah over de stad. Het moet allemaal het grootste en het mooiste zijn. Waarom? Voorlopig wonen we hier goed, maar soms verlang ik terug naar de rust van de bergen. Ik presenteer talkshows, schrijf stukken, doe er van alles naast. Dat wil ik ook, maar ik droom er stiekem al van om oud te zijn en alleen te schrijven. Dat lijkt me mooi, om eindelijk grijze haren te krijgen en niet zoveel op te hoeven staan van mijn stoel.”

Rocky parts

„Mijn vriendin Kathrin en ik zijn twaalf jaar samen. Met ups and downs. Wat anderen hebben, hebben wij natuurlijk ook. Inmiddels is het een mooie, sterke relatie. James Salter schrijft ergens over ‘the rocky parts of their marriage’. Dat hebben we gelukkig achter de rug, het rotsenpad van het huwelijk. Het is ook niet makkelijk om met een schrijver samen te zijn. Als mijn vriendin thuiskomt houdt haar baan op. Bij mij gaat het allemaal door. Heb je een ander, vraagt ze wel eens. Dan zeg ik: nee, ik heb een roman.”

Voorlezen

„Mijn moeder heeft mijn nieuwe boek nog niet gelezen. Mijn vader heeft Mama Tandoori in bed aan haar voorgelezen. Ik heb hem gevraagd dat nu ook te doen. Dat schrijven van mij, ze snapt het niet. Voor haar had ik advocaat of arts moeten worden. Het is haar Indiase inborst, ze vindt schrijven maar een hobby. Maar een tijd terug heeft ze een maand bij ons gelogeerd. Ze zag hoe hard ik werkte. En langzaamaan, heel langzaam, begint ze het een beetje te begrijpen. Dat het een roeping kan zijn.”