Rond het ijs kraakt het aan alle kanten

In het schaatsen is de crisis nooit ver weg. Dat weet directeur Sanders van de KNSB. De belangstelling voor schaatsen neemt af en er is veel onrust en onvrede over vernieuwingspogingen. Ondanks alle Nederlandse successen op het ijs. „Schaatsen is cultureel erfgoed.”

Paul Sanders tijdens het NK in Heerenveen. „We hebben het merk Thialf met z’n allen over jaren opgebouwd, dat moeten we koesteren”.
Paul Sanders tijdens het NK in Heerenveen. „We hebben het merk Thialf met z’n allen over jaren opgebouwd, dat moeten we koesteren”. Foto Kees van de Veen

Daar stond hij, de directeur van schaatsbond KNSB, zomaar naast koning Willem-Alexander, koningin Maxima en de president van Zuid-Korea. Plotseling schenen de spotlights op Paul Sanders, toen hij begin november bij een handelsmissie in Seoul een samenwerkingscontract tekende met de Zuid-Koreaanse schaatsbond. „Vier jaar eerder is het eerste contact gelegd, in een gymzaaltje in Korea. In Sotsji hebben we dat uitgebouwd. En toen bedachten mensen op het bondsbureau om het te koppelen aan de handelsmissie. Kwamen ineens de koning en koningin erbij, allerlei grote bedrijven. Zo werd het een combinatie van sport, onderwijs, organisatorische uitwisseling en bedrijfsleven. Wij zijn de eerste sportbond die dit zo heeft gedaan en daar zijn we trots op.”

Nooit eerder ook was een Nederlandse sportbond zo succesvol als de KNSB in 2014. De ongekende oogst van 24 olympische medailles (acht goud) in Sotsji, volop wereldtitels op de langebaan en bij het shorttrack. „Het waren mijn eerste Spelen”, kijkt Sanders terug. „Voor mij was het bijna vanzelfsprekend dat we elke dag een huldiging hadden.” KNSB, merkenteams en paradepaardjes als Sven Kramer en Koen Verweij doneerden voor Kerst in zeldzame eensgezindheid het symbolische bedrag van 2014,24 euro (jaar plus aantal medailles) voor het goede doel van Serious Request. Bij de NK allround zat Thialf twee dagen vol. „Ik zei laatst voor de grap op het bondsbureau: we zijn al drie weken positief in het nieuws, het moet niet gekker worden.”

Veel zorgen hoeft Sanders, in 2011 aangesteld als opvolger van interim-directeur Victor van den Hoff, zich niet te maken over een al te flatteus beeld. In het schaatsen is de crisis nooit ver weg. De sport kampt met afnemende belangstelling buiten Nederland, teruglopende sponsorinkomsten, voortdurende onrust over vernieuwing, onvrede over conservatisme van de internationale bond ISU. En de KNSB? Vlak voor Sotsji zegden de merkenteams het vertrouwen op in directeuren Sanders en Arie Koops. En waar blijft de opvolger van voorzitter Doekle Terpstra, die al ruim een jaar weg is? De directeur draait er niet omheen. „We hebben beperkt geld, en moeten aan de andere kant investeren om de KNSB klaar te stomen richting 2020. Een lastige spagaat.”

Om de toekomst van het schaatsen te waarborgen, moet volgens Sanders veel veranderen. „De KNSB is bezig een totaal andere organisatie neer te zetten.” Als de directeur vanuit het van veel glaswanden voorziene bondsbureau in Utrecht naar buiten kijkt, ziet hij op de Vechtsebanen vele duizenden schaatsers. „We waren een aanbodgerichte organisatie, maar moeten meer vraaggericht worden. Daarom moeten we weten wie al die schaatsers op de kunstijsbanen zijn en wat ze willen. Hetzelfde geldt voor de miljoenen fans die op tv of in het stadion naar schaatsen kijken.”

Honderdduizend schaatsliefhebbers bevat de database van de bond inmiddels. „Dat moeten er minstens een half miljoen worden”, zegt Sanders. „En we willen de expertise in eigen huis halen voor het vermarkten van het schaatsen en de commercie eromheen. Dus moeten we investeren in een marketinggerichte organisatie. Als we weten wie onze schaatsers en fans zijn en wat de behoeften zijn, kunnen we producten en diensten ontwikkelen en bij hen wegzetten. Zo worden we ook interessanter voor het bedrijfsleven.”

Een te duur bondsbureau, zoals vooral in kringen van de merkenteams klinkt? Sanders komt met andere cijfers. Sinds 2012 zijn verliezen omgebogen in lichte winst, zijn de kosten juist gedaald. „Van 17 naar 14 miljoen euro.” Maar voor de komende twee jaar begroot de bond een verlies van een half miljoen, wegens teruglopende sponsorinkomsten en het missen van de organisatie van grote toernooien. Aan de andere kant komt er een nieuwe structuur van de bond, die geld kost. „We willen naar een model met een raad van toezicht. De nieuwe voorzitter moet samen met de directeur-bestuurder het gezicht zijn van de bond. We zoeken een zwaargewicht met een netwerk.” Had de nieuwe man er niet allang moeten zijn? „We mikken op februari.”

Te ambitieus zijn de plannen volgens Sanders niet, gedurfd wel. „Het kraakt aan alle kanten. We hebben twee jaar om onze plannen ten uitvoer te brengen. Of we gaan vliegen, of we moeten heel andere keuzes maken.”

In 2013 gaf de KNSB de organisatie van een onrendabele wereldbeker in Thialf terug aan de ISU. Na dit seizoen krijgt Nederland twee seizoenen lang geen lucratief EK of WK. Een causaal verband? „Ik geloof niet dat het bij de ISU zo werkt”, stelt Sanders. „Het kost ons veel geld, ja. Maar het past ook binnen ons nieuwe beleid. We willen evenementen niet langer voor eigen rekening en risico doen. Dat kunnen wij als bond niet dragen. Dus zetten we voor de komende jaren een begroting neer zonder inkomsten uit grote toernooien.”

Het EK shorttrack – in januari in Dordrecht – besteedde de bond uit aan marketingbureau TIG Sports, dat in 2012 al succesvol een wereldbeker organiseerde. Het ondergeschoven kindje is uitgegroeid tot voorbeeld voor de langebaan, met de eerste (bronzen) olympische medaille van Sjinkie Knegt in Sotsji als beloning. „De resultante van een programma dat Arie Koops en Wilf O’Reilly acht jaar geleden startten”, aldus Sanders. En de moeite die de KNSB doet om shorttrack ook in Nederland op de kaart te zetten, levert begin 2017 de organisatie op van het WK, opnieuw in samenwerking met TIG. „De ISU ziet dat wij goed bezig zijn.”

Vernieuwing is ook op de langebaan hoognodig, vindt de KNSB-directeur. Zie hoe akelig leeg de tribunes in Heerenveen waren bij de wereldbeker in december. Niet voor niets is er nog geen opvolger voor Essent als sponsor van de wedstrijdenreeks. „Toen ik naar buiten keek, zei ik tegen mensen van Thialf: ‘eigenlijk moeten wij zo’n wereldbeker op zo’n manier niet meer organiseren.’ Je hebt richting sport en sponsoren de verplichting om die wedstrijden naar Nederland te halen. Maar dan moet je naar een ander businessmodel om te zorgen dat je het met elkaar rendabel maakt.”

Hoe? „Ik kan niet uitleggen in welke stad welke afstand op welk moment wordt gereden en waarom. Er zit geen logica in. Het publiek begrijpt dat niet. Er moet consistentie komen in de kalender. Waar zijn de wereldbekerwedstrijden, wat is het programma, wat kun je verdienen? We zijn dit jaar begonnen met twee weken Verre Oosten. Zelfs de diehards gaan dan niet voor de buis zitten. Daarna een wereldbeker in Berlijn met weinig aandacht . De hele opmaat naar het schaatsseizoen is dan niet goed. Dat moet veranderen.”

Aan de KNSB zal het niet liggen, verzekert Sanders. „We hebben voorstellen gedaan. Vaste plaatsen op vaste tijdstippen, klassiekers zoals in het wielrennen. De ISU zou de marketingrechten van de wedstrijden kunnen afstaan aan organisatoren, landen of commerciële partijen. Dan kunnen zij iets structureels om hun evenement heen bouwen.” Maar bij het tweejaarlijkse ISU-congres in juni in Dublin haalden de Nederlandse voorstellen het niet. Ook het idee om de wereldbeker te rijden in pakken van merkenteams werd weggestemd. „Maar er waren wel 22 landen voor. Het zaadje is geplant.”

Andere voorstellen tot vernieuwing – de WK afstanden centraal op de kalender, een kleine vierkamp op de EK allround, een WK massastart – werden wel aangenomen. „Er verandert best veel”, stelt Sanders vast. Maar hoe kan het dat de ISU schaatsers op straffe van een levenslange schorsing verbiedt mee te doen aan een initiatief van Icederby, lucratieve wedstrijden op een 250 meterbaan in Dubai? „Wij zijn lid van de ISU en houden ons aan de regels. Maar op persoonlijke titel vind ik dat je er eens goed naar moet kijken. Wellicht biedt het kansen, bij andere sporten gebeurt dit soort dingen ook.”

Schaatsgrootmacht Nederland wil het voortouw nemen in de internationale ontwikkeling. „Dat zien wij als onze verantwoordelijkheid en de ISU heeft ons dat ook gevraagd.” De KNSB levert mensen voor ISU-werkgroepen, buitenlandse schaatsers rijden voor Nederlandse merkenteams, en de bond denkt na over samenwerking met andere landen zoals nu met Zuid-Korea. „Er werd in het verleden wel huiverig gedaan. Moet je de kennis delen die je hebt en anderen sterker maken? Ik denk dat je juist door het delen van kennis bij jezelf de druk legt om nog weer beter te worden.”

Nationaal blijft de ijsbanendiscussie een heet hangijzer, nadat Icedome Almere eerder dit jaar definitief onhaalbaar bleek. De felle strijd tussen Heerenveen, Almere en Zoetermeer om het nationale topsporttrainingscentrum kostte indirect voorzitter Terpstra de kop. Sanders stelt dat het keuzeproces „netjes” is verlopen. „Ik voel me niet verantwoordelijk voor het vertrek van een voorzitter.”

In de hete zomer van 2013, toen de keuze in eerste instantie op Almere viel, maakte Sanders persoonlijk mee hoeveel emotie het schaatsen losmaakt. „Het grote publiek riep: ‘schande, jullie gaan weg uit Thialf, de schaatstempel’. Er werd veel in de schoenen van Arie (Koops) en mij geschoven. Fysiek kreeg ik er last van, toen heb ik gedacht aan stoppen. Ik ben juist al die tijd bezig geweest om toch de samenwerking met Thialf te zoeken. We hebben het merk Thialf met z’n allen over jaren opgebouwd, dat moeten we koesteren.”

Twee topijsbanen in 2018, in Heerenveen en Zoetermeer, is nu de inzet. „In Zuid-Holland, een van de gebieden met de meeste licentiehouders, zitten we te springen om ijs.” Sanders is er van overtuigd dat Nederland in 2019 met Zoetermeer een tweede topbaan heeft. Net als spannende wereldbekerklassiekers in pakken van de merkenteams, een nieuwe organisatie op het bondsbureau, inclusief voorzitter, die voorop loopt in vernieuwing. En het liefst van alles weer eens een Elfstedentocht. „Dat blijft de basis, daarom is schaatsen cultureel erfgoed. We hebben nog altijd goud in handen.”