Openbare toetsing van rechters ondermijnt hun gezag

Op 31 januari is het redactioneel commentaar gewijd aan de rechtspraak. Dit begrip voor de betekenis van de rechtspraak voor de samenleving juich ik toe. Rechtspraak maakt inderdaad samen leven mogelijk. Dat het ook anders kan, blijkt uit de voorpagina van enkele dagen eerder. Wie zich in Rusland tegen de heersende macht verzet, kan niet op rechtsbescherming rekenen. Het is daarom van belang zuinig te zijn op onze rechtspraak, die in internationale vergelijkingen hoog scoort. Dat laat onverlet dat rechters verantwoording moeten afleggen. Dat doen zij dan ook door motivering van hun uitspraken, jaarverslagen, openbare toetsing van kwaliteit, zoals afgelopen jaar door een visitatiecommissie die voor de helft uit niet-rechters bestaat. Rechterlijke uitspraken worden voortdurend van commentaar voorzien en vaak ook van scherpe kritiek. Het is goed dat dit gebeurt en dat dit in alle vrijheid kan. Dat rechters volgens de commentator ook de „beperkingen van het recht moeten uitleggen” kan ik nog wel begrijpen, al lijkt het mij vooral de erg lastige taak van anderen, zoals politici en journalisten. Rechters doen echter geen publiek examen. Dat is bij uitstek tegenstrijdig aan hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Vanzelfsprekend moeten rechters als ieder ander hun best doen hun gezag te behouden. Aan de rechters is echter ook een institutioneel gezag gegeven. Namelijk het gezag om conflicten definitief te beslechten door een uitspraak te doen die ten uitvoer kan worden gelegd met hulp van de openbare macht. Zo voorkomen we dat we elkaar met knotsen te lijf moeten gaan. Vaak gaan deze uitspraken over controversiële kwesties, zoals de gebruikte voorbeelden (kort gezegd: Martijn, Volkert en Benno) duidelijk laten zien. Het is de taak van de rechter daarover te beslissen, niet naar de gunst van het publiek maar volgens de rule of law. Ik zie niet in welke verwachtingen en van wie de rechter hier had moeten temperen. Toch is de rechtspraak volgens het commentaar tekortgeschoten, want het ging „nog veel te vaak” fout. Ongetwijfeld ging er veel verkeerd, rechtspraak blijft mensenwerk. Waarop het oordeel dat het „veel te vaak fout” ging, is gebaseerd, is mij echter een raadsel. De in het commentaar gegeven voorbeelden kunnen dat oordeel niet verklaren of rechtvaardigen. Had de redactie niet beter haar eigen verwachtingen iets meer kunnen temperen? Rechtspraak is al moeilijk genoeg zonder onbekende exameneisen.

, oud-rechter en hoogleraar geschillenbeslechting

Vuurwerkschade

Minister niet te vertrouwen

Ongetwijfeld was het ook dit jaar weer een betrekkelijk rustig verlopen jaarwisseling . Althans volgens minister van Justitie en Veiligheid Ivo Opstelten. De autoriteiten kunnen zich niet veroorloven toe te geven de situatie niet meester te zijn.

Alleen al in de stad Utrecht was er sprake van veertig autobranden. En beetje bij beetje druppelen de berichten van vernielingen her en der via de media binnen. Het verontrustende is dat we de minister niet meer kunnen vertrouwen waar het gaat om een rapportage van feiten. De rapportage is verworden tot een politiek verhaal. Wat de werkelijke omvang van de schade is, komen we helaas niet te weten.

Zorgelijk, sterker nog ernstig, is natuurlijk ook dat de politie niet is opgewassen tegen haar taak van ordehandhaving. Zij kunnen de burger en zijn goederen niet beschermen. Maar dat is al jaren het geval en geen regering slaagt erin hierin verbetering te brengen.

H. Bruins