Politieagenten New York voelen zich verraden

Conflict met burgemeester

New York is veel veiliger dan het was, maar de politie voelt zich in de steek gelaten.

Burgemeester Bill de Blasio sprak begin deze week op een afstudeerplechtigheid van nieuwe New-Yorkse politierekruten. Sommige agenten keerden hem bij die gelegenheid de rug toe.
Burgemeester Bill de Blasio sprak begin deze week op een afstudeerplechtigheid van nieuwe New-Yorkse politierekruten. Sommige agenten keerden hem bij die gelegenheid de rug toe. Foto Reuters

Afgelopen maandag studeerden 884 rekruten van de New Yorkse politieacademie af. Ze werden feestelijk toegesproken in Madison Square Garden, in het hartje van de stad. Ook burgemeester Bill de Blasio kwam spreken. Toen hij het spreekgestoelte beklom, klonk er boegeroep uit de zaal. „Verrader!” Sommige politieagenten, niet de rekruten, keerden de burgemeester de rug toe.

De Blasio sprak door. „Jullie zullen gevaren trotseren. Jullie komen problemen in onze samenleving tegen, waarvoor jullie geen schuld dragen.”

„Nee, jij wel”, riep iemand achterin de zaal. Er volgde applaus, gepraat, gejuich.

De Blasio keek onzeker op, versprak zich, en herpakte zich snel. Na negen minuten haastte hij zich het podium af.

De afstudeerceremonie van de New York Police Department (NYPD) staat bekend als een onvriendelijke plek voor politici. Ook De Blasio’s voorgangers Rudy Giuliani en Michael Bloomberg zijn er wel eens weggehoond. Meestal ging het over salariskwesties.

Toch zat de haat van het politiekorps in New York tegen hun hoogste baas nooit eerder zo diep als nu. Het was de tweede keer in korte tijd dat Bill de Blasio in het openbaar vernederd werd. Een paar dagen voor de ceremonie sprak De Blasio op de begrafenis van Rafael Ramos, een van de twee agenten die op 20 december in hun auto in Brooklyn werden doodgeschoten door Ismaaiyl Brinsley. De schutter nam, zo schreef hij op Instagram, wraak op de dood van Eric Garner. Deze verkoper van illegale sigaretten stierf vier maanden geleden, nadat een politieagent hem in een wurggreep had gehouden. Op de begrafenis kwamen 20.000 agenten af. Terwijl De Blasio Ramos herdacht als een gelovige, plichtsgetrouwe agent, keerden agenten in een kijkruimte buiten de kerk de burgemeester de rug toe.

Morgen wordt de tweede vermoorde agent, Wenjian Liu, begraven. De Blasio zal opnieuw spreken. Sommige politievakbonden roepen hun leden op naar de begrafenis te gaan om te demonstreren tegen de burgemeester. De vakbond Patrolmen’s Benevolent Association (NYCPBA) stuurde haar 50.000 leden een voorgedrukte verklaring rond, waarmee agenten kunnen aangeven dat Bill de Blasio op hun begrafenis niet welkom is, mochten zij overlijden door geweld. „Ik geloof dat zijn aanwezigheid op de begrafenis van een gevallen politieagent een belediging is voor het offer van de agent.”

Trots op het politiekorps

De spanning tussen Bill de Blasio en de NYPD weerspiegelt de ambivalente houding tussen New Yorkers en hun politie. De stad is trots op haar politiekorps, en de NYPD is trots op zichzelf. Na de aanslagen van 11 september 2001 werden de agenten als helden bewierookt. De afgelopen twee decennia daalde de criminaliteit spectaculair. De crack-epidemie van de jaren tachtig is gestopt, de straten zijn ‘s nachts ontspannen, in de metro wordt nauwelijks zwart gereden. Het afgelopen jaar werden in New York 328 mensen vermoord, minder dan één per dag. In vijftig jaar is de stad niet zo veilig geweest. New York lukte wat bijvoorbeeld Chicago of Los Angeles niet gedaan kregen.

Tegelijkertijd háten New Yorkers hun politie. Dat is deels een sociale kwestie. Etnisch zijn agenten op straat ongeveer net zo divers als de inwoners van New York. Maar de huizenprijzen zijn zo hoog in de stad, dat politieagenten uit goedkopere buitenwijken moeten komen. „Hierdoor kent de politie de stad niet meer”, zei hoogleraar Geschiedenis Daniel Walkowitz aan New York University vorig jaar in een gesprek. „Ze zijn vervreemd geraakt van de mensen die ze moeten beschermen.”

Maandenlang domineerden protestacties tegen de politie het nieuws in de VS. De dood van Michael Brown in Ferguson, en Eric Garner in New York, brachten een debat op gang over de grenzen van de bevoegdheden van de Amerikaanse politie: overbewapening, zero tolerance in de steden, raciale spanningen, en vriendjespolitiek. De agenten in beide zaken werden niet vervolgd. Politie en samenleving verwijderden zich van elkaar.

Is mijn kind veilig?

De moord op Ramos en Liu heeft die verwijdering alleen maar verergerd. Maar nu is het de politie zélf die de straat op gaat, met name in New York. Het begon al op de avond van 20 december, toen vakbondsleider Patrick Lynch zei dat De Blasio „bloed aan zijn handen” heeft. Volgens Lynch had De Blasio demonstranten opgezet tegen de politie. Toen een zogeheten grand jury besloot dat er in de zaak-Garner geen vervolging zou komen, toonde hij begrip voor de woede onder de bevolking. Hij nam zijn bi-raciale zoon Dante als voorbeeld. Vanwege zijn huidskleur, zei De Blasio, „moesten we hem letterlijk trainen wat hij moest doen als hij een politieagent zou tegenkomen. (..) Deze vraag stellen talloze gezinnen in deze stad zich: is mijn kind veilig?”

De bevolking kent de keerzijde van de veiligheid. In de jaren negentig raakte toenmalig burgemeester Rudy Giuliani in de ban van de zogeheten ‘broken window’-theorie. Als in een gebouw één gebroken ruitje niet wordt gerepareerd, is het idee, dan liggen binnen de kortste keren alle ruiten in scherven. Giuliani vertaalde dat zo: grote criminelen én kleine overtreders moet je hard aanpakken, zodat niemand meer iets durft uit te halen.

De politie mocht ‘verdachte personen’ op straat aanhouden en ondervragen. Stop and frisk, stop en doorzoek, heette dit. Het beleid nam onder burgemeester Michael Bloomberg spectaculair toe. Miljoenen mensen werden op straat aangehouden. In de praktijk waren dit vooral zwarte (52 procent) en latino (31 procent) New Yorkers. In maar 6 procent van de gevallen was er inderdaad een misdaad gepleegd. Blanken (10 procent) werden bovendien meestal ongemoeid gelaten.

Bill de Blasio behaalde eind 2013 een enorme verkiezingsoverwinning, omdat hij hervorming van de politie beloofde. Hij gaf de onvrede over de politie een gezicht. Als vader in een biraciaal gezin, en als ombudsman van de stad New York, had hij gezien wat de keerzijde van het politiesucces was. Hij noemde stop and frisk racistisch, en maakte er meteen na zijn verkiezing een einde aan. De Blasio is goed bevriend met de zwarte dominee Al Sharpton, een van de voormannen van de protestbeweging tegen politiegeweld.

De Blasio probeerde aanvankelijk de relatie met de politie goed te houden. Hij stelde Bill Bratton aan als korpsleider, een ijzervreter die in de jaren negentig de invoering van Giuliani’s zero tolerance-beleid leidde. Maar De Blasio schrok er niet voor terug de politie met racisme in verband te brengen. Bratton speelt nu vooral de rol van intermediair tussen politie en burgemeester. Hij steunt De Blasio, maar zegt dat racisme nauwelijks voorkomt bij de politie. Zwarten worden volgens hem nu eenmaal vaker aangehouden, omdat criminaliteit in die groep vaker voorkomt.

Bratton probeert nu met gesprekken de zaak te sussen, maar de spanning in de NYPD zal voorlopig nog niet afnemen. De afgelopen twee weken begon de politie in New York in alle stilte aan werkweigering. Het aantal uitgedeelde boetes op straat daalde sinds 20 december, de dag dat de agenten werden vermoord, met 94 procent. Drugsdealers worden ongemoeid gelaten (84 procent daling), parkeerboetes worden praktisch niet meer uitgedeeld (92 procent daling). De NYPD heeft De Blasio niet alleen tijdens zijn speeches de rug toegekeerd.