Pheidole: grootste mierengeslacht is verrassend constant

Foto: Antweb.org

Meer dan duizend soorten kent het mierengeslacht Pheidole, bekend om zijn relatief grote koppen. Het is enorm succesvol: zo’n acht procent van alle mierensoorten (1.124 van de 14.747) behoort tot dit éne geslacht, dat zelfs op alle continenten voorkomt (behalve op Antarctica). De mier hiernaast - volgens de beschrijving op www. antweb.org – is verzameld op 24 maart 1965 in La Feria, Texas. Het is de Pheidole absurda, die vooral voorkomt in de bossen van Guatamala.

Zeven Japanse, Russische en Amerikaanse mierenonderzoekers hebben nu het ‘hyperdiverse’ mierengeslacht helemaal in kaart gebracht, met DNA-analyse van 285 Pheidole-soorten, 97.000 individuele mierenbeschrijvingen uit meer dan 6.500 studies en 3.796 gebieden. In de Proceedings of the Royal Society of London B van 7 januari blijkt hoe bijzonder constant deze mierensoort is. Ondanks een zeer geleidelijke verspreiding die 37 miljoen jaar geleden begon, zijn de soorten over de hele wereld toch verrassend gelijk. Een deel van de overeenkomsten ontstaat door parallelle evolutie op basis van de gelijke genetische uitgangspunten. De 600 Pheidole-soorten in de Oude Wereld stammen af van slechts één van de 600 Nieuwe-Wereldsoorten, maar toch is de lichaamsgrootte in de Amerika’s en in Eurazië ongeveer even groot. Ook bevolken de soorten overal dezelfde tropische habitat. De onderzoekers vermoeden dat er één Pheidole-eigenschap is die hen daar zo constant en succesvol doet zijn. Het probleem is: ze weten nog niet welke eigenschap.