Opinie

Parlement zet ‘oude Europa’ op zijn kop

Als de nieuwe Europese Commissie alle tien beleidsprioriteiten uitvoert die ze bij haar aantreden in november heeft geformuleerd, kan dat Europa 1.624 miljard euro opleveren. Althans, dat heeft de studiedienst van het Europees parlement in Brussel uitgerekend. Bezoekers van het parlement kunnen die berekeningen zo meenemen: ze zijn op één A3-vel geprint. Alle prioriteiten waarmee de Commissie economische groei wil aanzwengelen – zoals energie-unie, steviger muntunie, meer Europese veiligheids- en defensiepolitiek – hebben kleurtjes. Elk kleurtje geeft aan in welk legislatief stadium het onderwerp verkeert.

Wie het parlement vooral kent als de allerlaatste Europese instelling die beslist over wetgeving, of als een orgaan dat wordt lamgelegd door extreem-rechts, moet nodig wakker worden. Dit A3-tje bewijst dat het parlement behoorlijk ambitieus aan het worden is. En met succes, tot nu toe.

Vroeger was het parlement inderdaad reactief. De Europese Commissie deed voorstellen voor Europese wetgeving. Die gingen eerst naar ministers en/of regeringsleiders van de lidstaten, ter amendering en goedkeuring. Daarna ging het parlement er overheen. Europarlementariërs wachtten vaak tot hen iets in de schoot geworpen werd. Dat verandert. De laatste jaren kreeg het parlement meer zeggenschap, op meer terreinen. Nu raakt het achter de schermen óók betrokken bij het voorbereiden van Europese wetgeving, of zelfs bij de agendavorming. Vandaar de kleurtjes op het A3-tje: zo kunnen ze bij het parlement in één oogopslag zien wat ze moeten pushen bij de Commissie.

Volgens het Lissabonverdrag stelt de Commissie werkprogramma’s voor de EU op „om interinstitutionele akkoorden tot stand te brengen”. Volgens de secretaris-generaal van het parlement, Klaus Welle, betekent dit dat de Commissie niet meer de enige is met initiatiefrecht. In de brochure Strategische Planning, schrijft Welle dat de rol van initiatiefnemer van wetgeving tegenwoordig „gedeeld moet worden”. Welle is een conceptueel man. Hij was het, die de Spitzenkandidaten bedacht, waarbij het parlement de nieuwe Commissievoorzitter aanwees en niet meer de regeringsleiders. Een jaar geleden verklaarde iedereen hem voor gek. Nu het parlement Jean-Claude Juncker in het zadel heeft gehesen, kan het geen kwaad Welle’s andere plannen ook serieus te nemen.

Zo maakt zijn studiedienst tegenwoordig rapporten getiteld ‘the cost of non-Europe’ (die online staan). Doel: uitvinden of het goedkoper is als lidstaten meer samendoen op gebied van ontwikkelingshulp of defensie.

Zo ja, dan gaat het parlement overleggen met de Commissie. Juncker en parlementsvoorzitter Martin Schulz zijn close. Om extreem-rechts marginaal te houden, werken hun socialistische en conservatieve fracties nauwer samen dan ooit (tot frustratie van de liberalen, die buiten deze coalitie staan). Zo zijn Junckers tien prioriteiten uit november deels gebaseerd op het verlanglijstje van socialisten en conservatieven in het parlement. Dit loopt kennelijk zo gesmeerd dat lidstaten zich buitengesloten voelen, en hebben gevraagd of zij óók bij dit overleg mogen zitten. Dit is het oude Europa op zijn kop.

Er is meer. Het parlement rekruteert experts die de Commissie helpen wetsvoorstellen voor te bereiden. Andere experts evalueren bestaande wetgeving. Het parlement opent ambassades. Enzovoort.

Machtsstrijd tussen Europese instellingen, vinden sommigen. Anderen zeggen: dit kan Europa ten goede veranderen. Lidstaten willen al helemáál geen Europese experimenten. Ofwel, verandering moet van het parlement komen. Of dat klopt? Het is hoe dan ook iets om in de gaten te houden.