Luxemburg lacht om de Luxleaks

Is het einde van Luxemburg als belastingparadijs een gevaar voor de economie van het land? De financiële sector bloeit er als nooit tevoren. „Vanuit de hele wereld komen bedrijven hierheen om met geld te schuiven.”

‘Veel mensen denken: Luxemburg, dat is de Boulevard Royal met een hoop banken. Maar wij kunnen wel meer dan bankieren.” Trots wandelt Jean-Paul Schuler door de reusachtige voormalige gieterij van staalfabrikant ArcelorMittal in het Luxemburgse dorp Differdange. Het gebouw, omringd door arbeidershuizen, heeft jaren leeggestaan: in de staalfabriek, die ooit 40.000 mensen werk bood, werken er nu nog 3.000. De gemeente renoveert het complex nu om start-ups, kleine ondernemers en kunstenaars goedkope werkruimte te bieden. Een sieradenmaakster, een filmmontagebedrijfje en een krantenredactie zijn er al ingetrokken.

Schuler werkt voor Luxinnovation, een nationaal agentschap dat innovatie en research stimuleert. Niet lang geleden werkte hij zelf voor ArcelorMittal. In China was hij bedrijfsleider van vier fabrieken met 50.000 arbeiders. Toen hij terugkwam in Luxemburg, was er geen werk meer voor hem. Zoals zijn land vroeger leefde van de staalindustrie, zo leeft het nu van de financiële sector.

Banken, beleggingsfondsen en andere financiële dienstverleners zijn goed voor eenderde van het bruto binnenlands product. Mede door de switch van staal naar financiën, eind jaren zeventig, is Luxemburg – ooit een arm, agrarisch land – nu het rijkste land van Europa. Je zou denken dat dit land met zo’n monomane economie opnieuw op een kruispunt is beland, door de financiële crisis, het einde van het bankgeheim en de ‘LuxLeaks’-onthullingen over multinationals in Luxemburg die nauwelijks belasting betalen.

Moet het land opnieuw het roer omgooien? Worden de modernistische kantoren op het Kirchberg-plateau, waar nu BNP Paribas, PricewaterhouseCoopers of trustfondsen in huizen, op hun beurt straks gebruikt voor creatievelingen en beginnende bedrijfjes? Wie je het ook vraagt in het Groothertogdom: het antwoord is nee.

Niemand gelooft dat LuxLeaks en het einde van het bankgeheim dit land van zijn financiële industrie en voorspoed gaan beroven. Integendeel. Wat je hooguit kunt zeggen is dat Luxemburgers en expats (45 procent van de bevolking) zo de pest in hebben over de negatieve beeldvorming over hun land, dat ze vastbesloten zijn om reclame te maken voor ándere aspecten van Luxemburg. Het natuurschoon. De politieke stabiliteit. Het feit dat iedereen iedereen kent. Dat de staalfundamenten van het nieuwe WTC in New York uit Luxemburg komen. Dat het land al jaren de grootste satellietbedrijven ter wereld heeft, plus een groeiend aantal ICT- en biotech-bedrijven. Dat Luxemburg de vijfde grootste verwerker van luchtvracht in Europa is. Dat het land zo rijk is, dat de overheid concurreert met het bedrijfsleven en Europese instellingen: buschauffeurs en beginnende onderwijzers verdienen maar liefst 5.500 euro bruto per maand. En dat hier per dag 160.000 mensen uit de grensstreken van België, Frankrijk en Duitsland komen werken.

Al deze dingen zijn waar. De overheid is bezig om de economie te diversifiëren. Ze probeert met enig succes transportbedrijven en datacentra naar dit ‘hart van Europa’ te lokken, heeft eindelijk een eigen universiteit (vroeger moest je het land uit om te studeren) en probeert in Differdange en elders bedrijfjes te ondersteunen.

En op het vliegveld is een enorm gebouw verrezen, Freeport, vol kunst en wijn die taxfree worden verkocht aan rijken uit de hele wereld – speciaal hiervoor komen zij even invliegen. „Wij zijn zo klein dat we het van niches moeten hebben”, zegt Carlo Thelen, directeur van de Kamer van Koophandel.

Expertise

Dit betekent echter niet dat het Groothertogdom de financiële sector veronachtzaamt. Integendeel, die floreert als nooit tevoren. Sinds 2008 is het aantal financiële banen met 12 procent gestegen. Bij traditionele banken niet, maar bij beleggingsmaatschappijen en consultants des te meer. De rijken der aarde worden rijker, en in een instabiele geopolitieke context zoeken zij expertise om hun geld nóg beter op te bergen. Die expertise heeft Luxemburg. „Vroeger kwam de Belgische tandarts zwart geld op de bank zetten”, zegt Thelen. „Zonder bankgeheim komen die mensen niet meer. Dat vinden wij niet erg. Nu hebben we andere klanten, die andere diensten willen. We bekwamen ons in islamitisch bankieren en clearing van de renminbi. Vorig jaar zijn tien nieuwe banken, waaronder Chinese, hierheen gekomen. Van hieruit bedienen ze de hele EU.”

Ook Zürich en Londen hebben financiële expertise. Maar de Zwitsers willen immigratie beperken, zelfs van rijke expats. Dat veroorzaakt politieke frictie met de EU, die Zwitserland toegang geeft tot de interne markt in ruil voor vrij personenverkeer. Hedgefondsen die nu vanuit Zwitserland de EU bestrijken, vrezen dat het feest binnenkort afgelopen is. Sommige fondsen verhuizen al naar Luxemburg. Als de Britten de EU verlaten, zullen financiële instellingen in de City een andere vestiging zoeken. „Die gaan niet naar Hamburg of Athene”, zegt een gepensioneerde zakenman die vroeger op de Kirchberg, nu vol kantoorgebouwen, op patrijzen joeg met de Groothertog. „Luxemburg is het grootste centrum voor vermogensbeheer in de EU, en het tweede grootste centrum voor beleggingsfondsen ter wereld. Dus komen ze hier.”

Het verdwijnen van het bankgeheim is redelijk verteerd in Luxemburg. ‘LuxLeaks’ niet. Velen zien deze onthullingen over multinationals die nauwelijks belasting betalen als een aanval op hun land. Ze geloven dat het geen toeval is dat buitenlandse media ermee kwamen toen oud-premier Jean-Claude Juncker voorzitter werd van de Europese Commissie. „Het was onder de gordel”, foetert Etienne Schneider, vicepremier en minister van Economie. „Ten eerste omdat er geen regel is die zegt hoeveel belasting een EU-land bedrijven moet opleggen. Iedereen bepaalt dat zelf. We deden niets illegaals. Ten tweede omdat andere landen hetzelfde doen. 22 landen hebben tax rulings, waaronder Nederland. Ten derde was het onder de gordel, omdat we er al iets aan deden.”

Vroeger was er één ambtenaar, Marius Kohl van federaal kantoor Sociétés 6, die in één zitting met de natte vinger besliste over deze rulings over belastingafdracht van multinationals in het Groothertogdom. Luxemburg heeft 550.000 inwoners en 50.000 buitenlandse bedrijven, waaronder veel holdings. Volgens een insider, die anoniem wil blijven, gebruiken die bedrijven Luxemburg zoals anderen Amstelveen gebruiken: door geld van de ene dochter naar de andere te sluizen verminderen zij belastingen voor het hele bedrijf. „Dit is dé business van Luxemburg. Vanuit de hele wereld komen bedrijven hierheen om met geld te schuiven.”

Vorig jaar werd er wereldwijd vanuit Luxemburg 330 miljard dollar geïnvesteerd. Vorig jaar, vóór LuxLeaks, ging Kohl met pensioen. Nu zitten er zes man en duurt het maanden voor er een ruling ligt. Volgens veel Luxemburgers is dit een teken dat de nieuwe regering, een liberaal-socialistische coalitie die in december 2013 aan de macht kwam na achttien jaar christen-democratische regeringen-Juncker, tot veranderingen bereid is.

„Denk niet dat wij niet willen veranderen”, zegt minister Schneider in het parlement, naast het kasteel van Groothertog Henri in de oude stad. „Maar andere landen moeten ook veranderen. Het is unfair dat wij als enigen op onze kop krijgen. Iedereen is jaloers. De Europese Commissie wil dat alle EU-landen hun rulings insturen, om overzicht te krijgen wie wat doet. Heel goed. Laat ze alles openbaar maken! Daar gaan we veel plezier mee krijgen!”

Luxemburg is een pro-Europees land zoals je ze zelden meer ziet. Velen zeggen onmiddellijk dat zij zich ‘Europeaan’ voelen. Het chauvinisme van de Zwitsers is de Luxemburgers vreemd. Anders dan hun Duitse of Franse buren vinden zij het doodnormaal als Portugezen (20 procent van de bevolking) onderling Portugees praten, en dat weinig expats Luxemburgs leren. Ze doen er niet moeilijk over dat veel grensarbeiders Luxemburgse salarissen hebben en profiteren van de genereuze gezondheidszorg, kinderbijslag (driemaal zoveel als in Nederland) en pensioenen (90 procent van het laatstverdiende loon), terwijl ze hun geld buiten Luxemburg uitgeven.

Haute finance

Binnenkort komt er een referendum om buitenlanders in Luxemburg stemrecht te geven. Iedereen beseft: zonder de Europese interne markt en de euro had de haute finance nooit zo’n hoge vlucht genomen. „Luxemburg is geen nationaal, maar een regionaal project”, zegt Hubert Clasen, directeur van Bernard-Massard, dat 3 miljoen liter crément (mousserende wijn) per jaar produceert. In het Duitse Trier, waar hij ook een bedrijf heeft, heeft hij moeite om mensen te werven: „Ze werken allemaal in Luxemburg.”

Binnen de Europese Monetaire Unie delen lidstaten één munt, maar ze moeten hun eigen economische succes organiseren. Devalueren kan niet meer, dus landen zijn teruggeworpen op hun eigen concurrentiekracht. In het Stabiliteits- en Groei-pact, dat overheidsfinanciën in toom moet houden (nauwelijks een issue in Luxemburg: de staatsschuld is 25 procent), wordt deze ‘competitiviteit’ benadrukt. Bovendien: geen Europees land is ooit bereid geweest om een Europees belastingbeleid op te zetten. Belastinginning, dat raakte de kern van de soevereiniteit. De Luxemburgers zijn in deze niche gedoken en hebben er veel geld mee verdiend. Nu het crisis is en EU-landen geld nodig hebben, valt iedereen over Luxemburg heen. „Het is een soort economische oorlog”, zegt Thelen van de Kamer van Koophandel.

Luxemburgers maken zich weinig zorgen over hun economische perspectieven. Iets anders heeft Luxleaks wel in gang gezet: brede steun bij de bevolking voor betere marketing voor het land. Luxemburgers krijgen er genoeg van dat iedereen hun land associeert met banken en geld. Ze willen hun imago opvijzelen. „Als er een SwissLeaks-schandaal was, zou Zwitserland er minder onder lijden omdat het ook staat voor chocola en horloges”, zei een staatssecretaris tegen het blad Delano. „We moeten óók ons eigen karakter bepalen, en daarmee de boer op.”

Burgers organiseren debatten over dit thema, met titels als ‘5 vir 12’. Ministeries zijn ook bezig. In een land waar geld zo belangrijk is, kan het lastig worden overeenstemming te vinden over het nationale karakter. Bovendien vinden expats het gebrek aan nationaal karakter juist een pre. Het zou leuk zijn om álle inwoners te vragen wat Luxemburg is, zegt Jean-Paul Schuler in de oude staalfabriek in Differdange. „Misschien komt daar wel uit: wij zijn geen natie, of zo. Maar er zitten twintig mensen in het ‘brandingcomité’, alle twintig van de overheid. Luxemburg pakt de zaken aan als vanouds: ouwe jongens krentenbrood, en de staat weet wat goed voor ons is. LuxLeaks of geen LuxLeaks, wij koken gewoon in ons eigen sop verder.”