Leef u niet in de ander in – dat werkt toch niet

Pleitbezorgers van een empathisch offensief doen precies wat ze de Nederlandse samenleving verwijten: ze weigeren zich te verdiepen in de geradicaliseerde geest, constateert Sebastien Valkenberg.

Waarom sluiten Nederlandse moslimjongeren zich aan bij IS? Om die vraag te beantwoorden, moeten we ons eerst in hun belevingswereld verdiepen, stellen onder meer de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen, oud-politicus Marcel van Dam en oud-legercommandant Peter van Uhm.

Maar de resultaten van al dat inleven kunnen wel eens lelijk tegenvallen. Want al te vaak smoren de oproepen tot meer empathie in vroomheid.

Filosoof Roman Krznaric, medeoprichter van de School of Life in Londen, signaleert in zijn recente boek Empathie (2014) een cultuur van onverschilligheid. „Het gevaar bestaat dat we toeschouwers van menselijk leed worden.” Aandacht voor andermans achtergrond zou dat gevaar kunnen beperken. Zou het?

Maatschappelijke spanningen zouden voortkomen uit onbegrip. Daarom hebben religieuze minderheden, moslims voorop, het zwaar te verduren, meent filosofe Martha Nussbaum. In haar boek De nieuwe religieuze intolerantie (2012) pleit ze voor een „geest van nieuwsgierigheid en vriendschap”. Dan zul je je realiseren dat je aanvankelijke oordeel op een misverstand berust. De praktijk is weerbarstiger. En daarbij: mag je van burgers verwachten dat zij zich diepgravend voor elkaar interesseren?

Bovendien laat maatschappelijke frictie zich niet zomaar herleiden tot misverstanden over en weer. Het kan net zo goed andersom werken. Dan doet intensieve studie naar ‘de Ander’, zoals filosofen het zeggen, de antipathie juist toenemen.

Neem Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh. Wie zo’n slachtpartij aanricht, moet zich wel vreselijk onbegrepen hebben gevoeld, zou je denken.

Maar in het slotwoord bij zijn proces liet Mohammed B. geen spaan heel van de theorie van de arme drommel die het slachtoffer is van marginalisering. „Ik neem de volle verantwoordelijkheid op mij […]”, richtte hij zich tot de moeder van Van Gogh. „Wat ik wel wil dat u weet, is dat ik uit overtuiging heb gehandeld. En niet om dat ik uw zoon haat. Omdat hij een Nederlander is, of omdat hij mij heeft beledigd. Als Marokkaan. Ik heb mij nooit beledigd gevoeld […].”

Hier sprak iemand die juist wilde voorkomen dat zijn daad werd herleid tot de gangbare riedel van uitsluiting en maatschappelijke achterstelling. Mohammed B. laat zich niet voegen naar het beeld van de moslim in wiens grieven we ons moeten verdiepen. En hij staat daarin niet alleen.

Die opvatting wordt lang niet altijd gedeeld. Zo zei voormalig burgemeester van Amsterdam, Job Cohen, in het tv-programma Brandpunt dat jongeren radicaliseren omdatze „zich onvoldoende gewaardeerd voelen”. In Pauw zei cabaretier Freek de Jonge dat deze jongeren de laatste twaalf, dertien jaar in de hoek zijn gedrukt. „Dus is het vrij logisch als daar een keer een gewelddadige reactie op komt.”

Ironisch is het wel. Welbeschouwd doen pleitbezorgers van een empathisch offensief precies wat ze de Nederlandse samenleving verwijten: ze weigeren zich te verdiepen in de geradicaliseerde geest. Had het korps der duiders niet moeten beginnen met luisteren naar getuigenissen uit de eerste hand, zoals die van Mohammed B., en deze serieus nemen?

Begrijpelijk is het ook; door de oorzaak te zoeken in vage categorieën als discriminatie en algehele hardvochtigheid van de samenleving vijl je de allerscherpste kantjes van de jihadistische retoriek af. En wat is het alternatief? Accepteren dat er een religie bestaat die jongeren inspireert om halzen door te snijden? Zulke antireclame brengt de maatschappelijke vrede niet dichterbij, terwijl dit juist het oogmerk was.

Men heeft maar weinig belangstelling voor andermans uniciteit. Dat blijkt ook uit het Krznaric’ boek. Hij geeft de lezer een aantal oefeningen in empathie mee. Stel, je bent op een congres en ontmoet een zakenman. Zwicht dan niet voor het stereotype beeld van emotieloze en harde zakenman. Stel je in plaats daarvan eens voor hoe „hij met zijn zoontje van drie verstoppertje speelt”.

Ah, dus dat is de idee! Vervang nare associaties door prettige. Sommige groepen hebben last van negatieve beeldvorming - het primaire doel is klaarblijkelijk die uit de wereld te helpen. Ook filosofe Nussbaum maakt van empathie een ‘goed- nieuwsshow’. Wist u dat de twee grootste islamitische populaties, Indonesië en India, „bloeiende democratieën vormen”? Dat Bollywoodfilms heel geschikt zijn om religieuze twisten te begrijpen? Dat het helpt om boeken van islamitische auteurs te lezen? Tegenover de stroom negatieve berichten over de islam stelt zij allerlei leuke feitjes – die je uiteraard alleen te weten komt als je je verdiept in deze godsdienst.

Het geheel oogt nogal gekunsteld. Echte verdieping is immers niet de bedoeling. Stop daarom liever met die vrome oproepen tot empathie.