Kijk nou, een eeltvijl

Georgina Verbaan

‘Ma, heb jij ‘n vergiet?” „Ja, wie heeft er geen verdriet? Maar ik vind da nu met kerst ut moment nie, jongen”

„Wat? Nee, vergiet! Een vergiet, ma! Om de aardappels af te gieten.”

„O. Onderin het hoekkastje. Iemand een worstenbroodje?”

Ik vierde Kerst bij de ouders van mijn beste vriend P., in Brabant: Jan & Gerdy. Gerdy had deze Eerste Kerstdag graag bij de Chinees gegeten, omdat ze één keer in het jaar eens níet wilde koken. Haar twee zoons wilden gewoon thuis eten dus besloten zij de dis te bereiden, samen met Ilona, de vrouw van Arjan, de broer van P. Ik hielp ook mee en kwam zo op de valreep aan mijn jaarlijkse quotum aardappels schillen van één keer.

In de keuken was het gezellig. Vriend P. dronk „Kweetnie, heet dit bubbelwijn?” Ilona hield het bij een glaasje bessen. „Da’s cassis met 8,5%.” Ik dronk witte wijn. Het gesprek kwam op Amsterdamse bierfietsen. „Wij hebben Happen en Trappen”, zei Gerdy.

„Happen en Trappen?”, vroeg ik.

„Ja, dat is een voorgerecht eten, tien kilometer fietsen, een hoofdgerecht eten, weer tien à vijftien kilometer fietsen, en dan het nagerecht eten, en dan moet je nog terug naar huis.” „Dat klinkt afgrijselijk, Gerdy.”

„Ja, ik wil na een wijntje ook gewoon zitten.”

In de woonkamer zat Jan in zijn stoel naar buiten te kijken. Er fladderde van alles van en naar vetbollen. „Kijk, een fazant.” zei Jan. „O wow. En die kleine grijze daar?” vroeg ik. „Wat, die duif?” „Oh, is dat een duif?” „Ja, dat is gewoon een duif.”

In de oven lag al twee uur een verre neef. Kalkoen. „Hij is voorgegaard” zei Ilona. „Eigenlijk moet-ie zeven uur, maar als ‘t dan mislukt zit je met een droge vogel.”

Eenmaal aan tafel werden er één voor één cadeautjes uitgepakt. Gerdy trok een papiertje van een doos. „Ah, kijk nou een eeltvijl! Elektrisch! Héérlijk mijn voetjes verzorgen.”

„Ik heb zo’n dunschiller, ken je die?” vroeg ik „Kan je er hele plakken af uh...”

Vriend P. schepte keelschrapend broccoli op.

„Nee, ik heb wel zo’n rasp”, zei Gerdy.

„Prima. Neem ik gewoon géén kaas over de broccoli”, zei vriend P. terwijl hij de parmezaan teruglegde. Arjan pakte iets uit. „Een voetbalboek?”

„Ja, kreeg ik gratis bij de Staatsloterij, ik dacht, ik pak het gewoon in”, zei Ilona. Het toetje had Gerdy wél gemaakt. „Het is mislukt, de crème brulée”, zei ze monter, terwijl ze iedereen voorzichtig een bakje met een rietje voorschotelde. We keken allemaal naar haar terwijl ze het vocht en het vel uit haar bakje zoog. „Nou, ík vind het lekker! Jammie!”

Mijn fijnste Kerst in jaren. Ik hoop dat ik volgend jaar weer mag komen.