‘In januari draaien we 20 procent van onze jaaromzet’

Ramses Jedeloo (39) is oprichter van The Bootcamp Club. Met zijn vrouw Melissa Jedeloo (35) en hun kinderen, Fiji Romé en Maddox, betrekt hij deze week hun net verbouwde huis in Amstelveen.

Ramses: „Ik heb een personal kickbokstrainer, die komt naar kantoor op woensdag.”
Ramses: „Ik heb een personal kickbokstrainer, die komt naar kantoor op woensdag.” Foto David Galjaard

Goede voornemens

Ramses: „Bootcamp is vijf jaar geleden overgewaaid uit Amerika. We trainen alleen maar buiten, dat doen we zonder apparaten. Daarbij maken we gebruik van zandpaden, hoogteverschillen, hekjes en bankjes. Ik zou liegen als ik zeg dat het niet een beetje inzakt in de winter. Want er zijn mensen, die zeggen: het is nat, het is koud, ik ga niet. Gelukkig zijn er ook genoeg mensen die hardcore doorgaan. We draaien ongeveer 20 procent van onze jaaromzet in januari. Goede voornemens.

Melissa: „Sporten was altijd al iets wat hij deed als hobby. Alle documentaires die hij kijkt gaan over sport, kickboksen of noem het maar op.”

Ramses: „Ik werkte heel veel, als uitgever. Ik had mijn eigen bedrijf , maar ik vond het al een tijdje niet meer leuk. En toen kwam dit voorbij. We waren net getrouwd, we waren op huwelijksreis. Toen vroeg ik haar: wat zal ik doen? Ik heb een uitgeverij en een bootcampbedrijf, allebei blijven doen lukt niet. En toen zei zij: volg je hart.”

Gewoon lekker

Melissa: „Het werkt verslavend, sport.”

Ramses: „Het is gewoon lekker. Het is mijn uitlaatklep. Als ik aan het kickboksen ben, dan ben ik ook echt een uur weg. Als ik een avondje gezellig drink met mijn vrienden, dan ben ik ook wel even weg. Maar als je twee kindjes hebt, en een eigen zaak, dan ga je niet meer hard zuipen.”

Melissa: „Zijn sporten is nooit een punt van discussie geweest, want ik weet dat hij dat nodig heeft. Ik moet je heel eerlijk zeggen, ik vind het ook wel lekker. Hij gaat maar een uurtje weg, dus dan heb ik even een uurtje echt voor mezelf. Ik heb vroeger ook gebootcampt. Nu is het lastiger plannen met de kinderen. Maar, ik ben ook wel iemand die de laptop openklapt en dan sta ik gewoon in de huiskamer oefeningen te doen. Tracy Anderson, bijvoorbeeld. Niet de cardio, maar buikspieren, been en billen.”

Ramses: „Ze deed het heel stevig, drie keer in de week en dat werkte echt supergoed.”

Melissa: „Ik kan wel zeuren over mijn billen die slapper worden, maar ik vind ook: dan moet ik er wat aan doen. Plus, ik voel me er ook energieker door. En Tracy Anderson kan ik overal mee naartoe nemen.”

Ramses: „Gemiddeld sport ik drie keer per week. Ik heb een personal kickbokstrainer, die komt naar kantoor op woensdag. De hele dag moet ik dingen doen voor anderen. Voor mijn vrouw, voor mijn kinderen, voor mijn bedrijf. Het is heerlijk dat je dan even een uurtje te horen krijgt van een ander wat je voor jezelf moet doen.”

Rustig van onrust

Melissa: „Op dit moment ben ik thuis met de kids. Binnenkort start ik als stewardess bij de KLM. Ik heb altijd gezegd dat ik geen fulltimemoeder wil zijn. Ik ben gestopt toen wij getrouwd zijn in 2010 en nu is het weer tijd.”

Ramses: „Je hebt niet stil gestaan, je hebt tussendoor ook nog je eigen zaak gehad.”

Melissa: „Een beautyshop in een kapsalon. Make-up, nagels en we verkochten ook spulletjes. Maar dat was niet iets waar ik heel gelukkig van werd. Binnen een jaar na de opening was ik ook al hoogzwanger.”

Ramses: „Wat ik bij jou heb gemerkt is dat er geen andere wereld is dan de luchtvaart. De hectiek, de dynamiek. Als ik op Schiphol ben, dan heb ik het gevoel dat ik een aparte wereld binnenstap. Als je een winkel hebt, sta je ‘gewoon’ maar in de winkel.”

Melissa: „Ik miste soms de reuring. Ik heb de eerste tien jaar van mijn leven ook niet in Nederland gewoond. Mijn ouders reisden veel en die namen ons overal mee naartoe. We hebben een tijdje door Zuid-Amerika en Amerika gereisd, een jaar in Canada en twee jaar in Nieuw Zeeland.

Ramses: „Jij wordt rustig van onrust.”

Melissa: „De moeder van een van mijn beste vriendinnen komt straks oppassen. En de kinderen gaan sowieso een dag in de week naar onze ouders.”

Ramses: „Maar het wordt wel druk, naast een eigen zaak. Ik denk dat ik per week tussen de vijftig en zestig uur werk. Ik probeer altijd met het avondeten thuis te zijn, om kwart over zes. De kinderen op bed leggen doen we altijd samen. En vaak ga ik ’s avonds dan weer door met werk of ik ga nog eerst even sporten na het eten.”

Aziatisch eten

Melissa: „Hij kookt elke ochtend voor zichzelf.”

Ramses: „Om een uurtje of zeven, dat neem ik dan me naar mijn werk. Groente en vlees of vis. Nee, geen koolhydraten overdag, omdat ik een beetje ‘droger’ wil worden. Anders word ik te dik. Als je tegen de veertig loopt, gaat het toch wat meer uitzetten.”

Melissa: „We zijn vooral van de Aziatische keuken. Sushi.”

Ramses: „Ik snoep graag, alles wat los en vast zit. Dat probeer ik wel tot zondag te beperken. Winegums, M&M’s, heerlijk.”

Melissa: „Zet een pak koek voor zijn neus en het is weg. Dat heb ik wat minder, ik houd meer van een zakje chips of een kaasje.”

Ramses: „Als jij een zakje chips neemt, dan eet je drie stukjes.”

Melissa: „Ik eet gewoon…”

Ramses: „Clean. Bizar. Ik compenseer het voor ons tweeën.”