‘Ik hoef geen macht, maar wil wel invloed’

Simone Filippini

(55) is directeur van ontwikkelingsorganisatie Cordaid, die honderd jaar armoede bestrijdt.

Niet bang

„Ik ben de derde uit een gezin van acht kinderen die allemaal binnen tien jaar geboren zijn. Wat grappig is, is dat we alle acht heel internationaal geworden zijn, maar als kind gingen we nooit naar verre bestemmingen. We hadden een boot en gingen in vakanties altijd zeilen. Met z’n tienen op een platbodem in Zeeland, ieder jaar weer. Ik ben heel beschermd opgevoed. Zo’n groot gezin is een gemeenschap op zich. Misschien heeft dat er wel toe geleid dat we nergens bang voor zijn.”

Klas overslaan

„Op de lagere school sloeg ik een klas over. Het werd me gewoon meegedeeld. Heel gek eigenlijk. Dus na de paasvakantie zat ik opeens in de vierde klas. Het werd gezien als iets waar ik trots op moest zijn. Ik zou dat met mijn kinderen nooit op die manier doen, want ik ben daardoor altijd de allerjongste geweest. Emotioneel jong. Dat heeft me later veel tijd gekost. Ik deed op m’n zeventiende eindexamen en had nog nooit wat meegemaakt.”

Tijdsgeest

„Na het gymnasium ging ik meteen studeren. Opeens zat ik daar in een studentenkamertje. Dat was wel even wennen. Pas toen ging ik dieper over mezelf nadenken. Ik heb hele integere en stimulerende ouders, maar in ons grote gezin was individuele aandacht schaars. Dat was ook de tijdsgeest. Ik herinner me dat mijn vader een keer een trui voor me kocht die ik leuk vond. Toen we thuis kwamen, moest hij ‘m terugbrengen van m’n moeder. De anderen hadden niks gekregen en dat kon dus niet.”

Invloed

„Op mijn eerste werkplek organiseerde ik conferenties. Daar had ik twintig dagen voor per keer. Korte termijn denken is niks voor mij ontdekte ik, dus ik verzorgde meteen een grote conferentie over Nederland als distributieland. Dat is groot, lange-termijnbeleid, er waren ministers bij en vierhonderd genodigden. Dat was niet helemaal de bedoeling, maar ik kreeg er de ruimte voor. Ik hoef geen macht, maar wil wel graag invloed uitoefenen. Dat drijft me. Als ik ergens zit, dan pak ik ook altijd meteen een rol, want dan kan ik tenminste bijdragen.”

Vrouwenrechten

„Waar ik direct invloed op heb gehad is de Nederlandse vrouwenrechtenagenda. Dat hing aan een zijden draadje toen ik hoofd van de afdeling Vrouwenzaken werd. ‘Eens even kijken wanneer we die toko van jou kunnen opheffen’, zei de plaatsvervangend directeur-generaal tegen me bij de eerste jaarplanbespreking. Toen heb ik met mijn team keihard gewerkt om het op de Europese agenda te krijgen. Door de toenmalige minister Agnes van Ardennen voor die agenda te winnen, door samen te werken met internationale organisaties en het strategisch in te steken. Na vier jaar was het thema beleidsprioriteit.”

Buitenbeentje

„Bij Buitenlandse Zaken is een onbewuste overeenstemming over hoe een diplomaat of ambassadeur zich hoort te gedragen. In vergelijking met de gemiddelde diplomaat ben ik een buitenbeentje: luidruchtiger, opener en resultaatgericht.”

„Op een gegeven moment voelde ik dat ik bij Buitenlandse Zaken niet verder mijn vleugels kon uitslaan. En waarom zou je dan eindeloos blijven hangen? Ik ken veel mensen daar die eigenlijk weg willen, maar het nooit doen. En dan gefrustreerd raken. Dat wilde ik vermijden. Dus heb ik positief afscheid genomen na 25 mooie jaren.”

Zorgen

„Een ontwikkelingsorganisatie als Cordaid moet zich steeds meer gedragen als een onderneming, want vanaf 2016 krijgen we niks meer van de overheid. Dat is een enorme cultuuromslag. Aan de ene kant is het positief dat er daardoor extra prikkels zijn gekomen op kwaliteit en ondernemerschap. Aan de andere kant vind ik het wilde bezuinigingsdrift. Je zou een klein stukje financiering moeten overhouden om te voorkomen dat je het kind met het badwater weggooit en te rigoureus bent. In vier jaar tijd moesten wij 110 miljoen ergens anders vandaan halen. Dat is het enige waar ik me wel eens zorgen om maak.”