Een premier praat niet over zijn gevoelens

Premier Mark Rutte geeft zelden interviews. En over zijn eigen gevoelens spreekt hij helemaal niet. Natuurlijk heeft hij die wel, bijvoorbeeld als het gaat over de ramp met de MH17. Maar daarover praten vindt hij „echt totaal ongepast”.

Foto David van Dam

Mark Rutte heeft stellige ideeën over wat een premier moet zijn. Over hoe een premier hoort te handelen. Over wat een premier mag zeggen. En vooral over wat hem als minister-president allemaal níét betaamt. „Als ik naar mijn voorgangers keek waren er dingen die mij ergerden en dingen die ik fijn vond. Met dat in gedachten probeer ik mijn vak uit te oefenen.”

Toen Mark Rutte nog niet eens wist of hij premier zou kunnen worden, keek hij dus naar Jan Peter Balkenende, Wim Kok, Ruud Lubbers, Dries van Agt en misschien zelfs ook Joop den Uyl, en bedacht wat hij anders zou doen. Niet alleen politiek-inhoudelijk, maar ook hoeveel hij van zichzelf zou laten zien. Dat betekent nu hij premier is: geen ruimte voor het etaleren van „zielenroerselen”, geen geleuter over emoties of een blik in zijn eigen toekomst.

Liever gaat hij „met Nederland in gesprek over hoe de economie gaat groeien, er meer banen komen, meer bedrijven starten”. Dat is wat we van hem mogen verwachten en waar we de VVD-premier op mogen afrekenen.

Dat is ook het verhaal waarmee hij de verkiezingscampagne voor de Eerste Kamer in maart ingaat. Normaal gesproken neemt de VVD het liefst zo laat en kort mogelijk deel aan een verkiezingsstrijd. De premier blijft, behalve als hij zelf verkiesbaar is, daarbij liefst op de achtergrond. Maar dit keer zijn de belangen voor het kabinet, en daarmee voor Rutte zelf, te groot.

„We gaan campagne voeren vanaf

januari”, zegt hij. „En ik zal waarschijnlijk een paar debatten zelf gaan doen.” Hij houdt nog een slag om de arm, maar zijn partij heeft achter de schermen al laten weten dat de premier aan drie van de vier radio- en televisiedebatten meedoet. Hij moet wel, want „dit zijn landelijke verkiezingen, die raken direct ook het kabinet”, zegt de premier. „Bovendien – dat is gewoon een feitelijke constatering – is de Eerste Kamer de afgelopen jaren politieker geworden.”

Die vaststelling deed hij in een gesprek enkele dagen voordat de PvdA-fractie in de senaat gespleten stemde over een zorgwet van minister Edith Schippers (VVD). Door de daarop volgende crisis en zijn eerste echte vakantie dit jaar, konden antwoorden op vragen over die episode alleen per mail worden gegeven. De coalitie wankelde en de premier sprak eerder van „geschaad vertrouwen”. Nu schrijft hij: „De relaties hebben er niet onder geleden.”

Ook die met de ontstemde gedoogpartners, D66, ChristenUnie en SGP niet. „Die verhoudingen zijn robuust”, volgens hem.

Politiek werd 2014 zo op het einde toch nog een spannend jaar, met een crisis die volgens velen liet zien dat de coalitie van VVD en PvdA op zijn laatste benen loopt. Maar volgens Mark Rutte geven de gebeurtenissen „vertrouwen in het vermogen van de coalitie om problemen op te lossen”.

De vraag is wat dat waard zal zijn na de verkiezingen voor een nieuwe senaat. Vooral de PvdA heeft het zwaar, maar ook de VVD staat op verlies, terwijl de gedoogpartijen aan macht winnen.

„Het einde van het kabinet? Nee, zover ben ik nog helemaal niet. Ongeacht de uitslag blijft het kabinet sowieso zitten. Bovendien denk ik dat we een hele goede kans maken om met z’n vijven een meerderheid te halen. Luister, ik zie in de politiek overal permanent risico’s, maar als je in die koplampen blijft kijken dan kom je niet verder.”

Zo is Rutte in de rol zoals hij die zichzelf geeft en al ruim vier jaar met enthousiasme en succes uitvoert: binnenskamers bemiddelend en soms functioneel boos, naar buiten toe immer blijmoedig.

Tot de openlijke onenigheid in de coalitie vlak voor het winterreces leek 2014 een jaar waarin het kabinet zonder grote politieke problemen forse hervormingen doorvoerde op het gebied van de zorg, arbeidsmarkt en woningmarkt, met steun van de bekende drie oppositiepartijen.

De laatste crisis „was een serieus politiek probleem, maar het moeilijkste was en blijft de ramp met de MH17. Het tragische karakter daarvan staat in geen verhouding tot dit onderwerp.”

Die ramp heeft namelijk alles in het afgelopen jaar overschaduwd en heeft nog steeds zijn volle aandacht. Maar in een interview praten over zijn eigen gevoelens rond het neergehaalde vliegtuig met bijna tweehonderd Nederlandse slachtoffers vindt hij „echt totaal ongepast”.

„Natuurlijk heb ik er emoties bij, heel veel zelfs, maar ik ben daar terughoudend over omdat het dan opeens over mij gaat in plaats van over de nabestaanden. Die is natuurlijk echt iets verschrikkelijks overkomen, iets wat honderdduizend keer erger is dan wat ik heb meegemaakt. Ik wil niet de indruk wekken dat ik aandacht vraag voor mijn eigen emoties of mijn eigen politieke beleving daarvan.”

Op 17 juli van dit jaar landde Rutte in Zuid-Duitsland voor een wandelvakantie met vrienden. Dezelfde avond belde Petro Porosjenko, de president van Oekraïne. „Hij vertelde me dat er een luchtramp was gebeurd. Hij wist verder nog niet zo veel, maar wel dat het vliegtuig uit Amsterdam kwam”, herinnert Rutte zich.

Was meteen helder: dit is een enorme ramp en alles wat ik nu doe is cruciaal?

„Ja, toen we hoorden dat een toestel dat uit Amsterdam was opgestegen was neergestort, was voor mij meteen duidelijk dat het een heel grote ramp was. Het moment dat het verschrikkelijke nieuws echt binnenkwam, was toen ik van mijn Maleisische collega hoorde: er zijn ruim 140 Nederlanders aan boord. Ik weet niet wat het is in je eigen psychologie dat maakt dat dat zo veel erger is dan enige tientallen, wat we eerder hoorden.

„Maar ik herinner me wel dat het op dat moment als een klap binnenkwam.

„En toen ook gewoon de realisatie: ja luister, ik heb deze baan, ik heb hier een belangrijke rol in te spelen, dus dat ga ik zo goed mogelijk doen.”

Mark Rutte was opeens de premier van een klein land in nationale rouw, veroorzaakt door een geopolitiek conflict elders. Hij was verantwoordelijk voor het terughalen van honderden stoffelijke overschotten uit een door burgeroorlog met Russische bemoeienis onbegaanbaar gebied. Een week lang had hij elke dag Vladimir Poetin aan de telefoon om hem te overtuigen zijn invloed op de separatisten in Oost-Oekraïne te gebruiken om het rampgebied toegankelijk te maken.

Of hij daarbij dreigde, wil Rutte niet zeggen. „Ik had hem natuurlijk nodig, maar zo’n gesprek gaat dan niet van ‘lieve Vladimir, wil je alsjeblieft’.”

Volgens sommigen was het Ruttes finest hour als staatsman, maar dat wil hij niet horen, laat staan beamen. Hij maakt met twee handen een afwerend gebaar, alsof hij de kwalificatie letterlijk van zich af wil duwen. „Ik ga daar geen commentaar op geven.” Want het mag natuurlijk niet over hem gaan.

Was er niets waar u wakker van lag?

„Nou ja, wakker? Ik lig ’s nachts weleens te woelen. Er was één moment dat voor mij heel ingrijpend en aangrijpend was. De maandag na de ramp hadden we de eerste nabestaandenbijeenkomst, in Nieuwegein. We wisten dat er al enkele dagen een trein stilstond, in Torez, niet ver van het rampgebied, met waarschijnlijk een heel groot aantal stoffelijke overschotten. En die trein kwam niet los, die bleef daar maar staan.”

Rutte kon die dag de nabestaanden in Nieuwegein niet geruststellen.

„Die mensen waren ten einde raad.” Pas na de bijeenkomst, om vier uur ’s nachts, kwam het verlossende telefoontje: de trein reed richting Charkov en was niet langer in door separatisten bezet gebied, maar daar waar Oekraïense autoriteiten het voor het zeggen hebben. „Pfff! Het was een heel gek gevoel van opluchting. Als je een week eerder had gezegd dat ik opgelucht zou kunnen zijn van het rijden van een trein met zoveel overschotten, was dat ongelofelijk geweest, maar in de nieuwe context van die ramp was het goed nieuws.”

Porosjenko had het snel over een terreurdaad en ook anderen hebben Rusland en de separatisten om de aanslag veroordeeld, waarom doet u dat niet?

„Ik ben als minister-president van Nederland de laatste die dat kan doen, omdat wij het onderzoek leiden. Als ik nu al zou zeggen dat ik denk dat een specifiek iemand het met een bepaald instrument gedaan heeft, doet dat enorm afbreuk aan de kansen voor de vervolging van de daders. Ik kan me niet laten verleiden tot speculaties. Maar ik begrijp heel goed dat anderen dat wel doen. Dat mensen zeggen: één en één is toch twee, meneer Rutte? Ik realiseer me dat het me op korte termijn kritiek oplevert, maar sorry, ik ben echt de laatste die dat kan zeggen.”

De ramp houdt hem nog steeds elke dag bezig, maar de komende tijd zal hij naast het politiek managen van een wankele coalitie ook veel tijd en energie steken in de aanstaande campagne. De inhoud en de strategie voor de verkiezingsstrijd lijken ook al evident: vooral praten over de aantrekkende economie, hopen dat het aanzien dat de premier afgelopen zomer opbouwde standhoudt, de ‘constructieve oppositie’ medeverantwoordelijk houden en de coalitiepartner niet te hard afvallen. „De coalitie draait goed omdat Diederik Samsom en ik wisten dat het een ongelofelijk moeilijke klus gingen doen. Dat we heel veel van Nederland zouden vragen. En dat dat ook ons niet meteen de gladiolen zou opleveren – de populariteitsprijs. Nu we de eerste resultaten zien van de agenda die we in 2012 gestart zijn, moeten we koers houden.

„Dat is ook mijn boodschap aan Nederland: het gaat nu beter, nu geen experimenten!” De belangrijkste wetten en decentralisaties zijn weliswaar goedgekeurd, maar de uitvoering komend jaar is minstens zo belangrijk. „Ik zie nog een bomvolle agenda.” Met andere woorden, laat Rutte de klus afmaken.

Het kabinet is wel verweten na een voortvarende start nu weinig nieuw beleid meer te maken. Ook het afschaffen van de senaat, wat in zijn eigen VVD steeds meer voorstanders kent, is voor Rutte geen prioriteit, al is het maar omdat zo’n grondwetswijziging jaren zou duren. „Ik ben er niet op tegen om fundamenteel naar ons staatsbestel te kijken, zoals is geopperd in de motie in de Eerste Kamer (door VVD-fractievoorzitter Loek Hermans, red.). We moeten het hebben van de kracht van argumenten, van het politiek overleg, en van de wil om uiteindelijk samen de oplossing te vinden. En dat stelt dus eisen aan politici om tot afspraken te komen en soms over de eigen schaduw heen te springen.”

De premier is zich er wel bewust van dat het moeilijk zal worden om het kabinet de volle rit heel te houden. Dat is deze eeuw nog niet één keer gebeurd. „Ja, het moet ook nog blijken of het ons lukt om de eindstreep te halen. Het is wel onze ambitie, maar dat weet ik natuurlijk niet zeker.”

Alles wijst er nu op dat Rutte, die over ruim twee jaar vijftig wordt, ook bij nieuwe Tweede Kamerverkiezingen zelf in ieder geval wel door wil.

Hoe ver kijkt u eigenlijk vooruit wat betreft uw eigen politieke toekomst? Gaat u er nog een keer voor?

„Of ik weer lijsttrekker wil worden, bepaal ik, net als de vorige keer, een half jaar voor de verkiezingen.”

Maar op een gegeven moment is het klaar. Denkt u na over het leven na de politiek?

„Ja, maar daar ga ik niet in de krant over speculeren. Als ik een interview zou lezen met een andere politicus over wat die later zou willen, dan zou ik denken: man, zorg dat je je baan goed doet en val mij niet lastig met je zielenroerselen.”

Daar houdt u niet van, zielenroerselen?

„Nee.”

U wilt niet dat een premier ook een mens is?

„Jawel, helemaal, maar ik zou het zorgelijk vinden als hij daar in de krant over gaat vertellen. Want dan is hij blijkbaar niet bezig met zijn politieke agenda tot een succes maken.”

Waarom weten wij na twaalf jaar in de politiek en vier jaar als premier nog steeds zo weinig over u?

„Ik wil graag over mijn werk praten. Wat mij drijft, daar wil ik best over vertellen. Nederland weet ook best veel over mij: dat ik van muziek houd, dat ik lesgeef en wat voor sport ik leuk vind, skiën.

Bent u bang voor een situatie zoals bij Onno Hoes (die moest aftreden na een opnames van een flirt) of Martin van Rijn (de staatssecretaris van Volksgezondheid die in verlegenheid werd gebracht door zijn vader)?

„Nee, zoiets kan een keer gebeuren, daar heb je dan gewoon mee te wirtschaften. Maar zo’n vraag over later, die leidt af van waar het over moet gaan. Als een voorganger van mij uitvoerig aan het praten was over wat hij zou doen na zijn politieke loopbaan, dan zou ik denken: joh, doe het dan lekker meteen. Ik wil dat jij nu gewoon bezig bent de problemen van het land op te lossen. Daar heb ik je voor neergezet.”