Een diepgaande verandering

‘Ik dacht: mijn God, ooit is wat ik nu doe illegaal. Ooit zetten ze mensen hiervoor in de gevangenis.” Ik zag Ray Anderson voor het eerst in de documentaire The Corporation. Hij was tot het inzicht gekomen dat captains of industry zoals hij, feitelijk plunderaars zijn. Misdadigers die hun eigen kleinkinderen van een toekomst beroven. „De huidige industriële revolutie is een fout. We hebben een nieuwe industriële revolutie nodig en deze keer moeten we het goed doen.”

Anderson was oprichter en bestuursvoorzitter van Interface, wereldwijd marktleider in tapijttegels. In Nederland vooral bekend als eigenaar van Heuga. In 1994 besloot hij het roer om te gooien en van Interface een volledig duurzaam bedrijf te maken. Maar wat dreef hem daartoe? Hoe veranderde Anderson van een ‘gewone’ ondernemer in een visionaire, duurzame industrieel die talloze mensen inspireerde?

In de zomer van 1994 kreeg Anderson een briefje doorgespeeld met een vraag van een verkoper aan de Amerikaanse Westkust: „Sommige klanten willen weten wat Interface voor het milieu doet. Wat moeten we antwoorden?”

Anderson gaf in latere publicaties en interviews ronduit toe dat hij geen idee had. Interface voldeed aan de wettelijke normen en dat was genoeg. Maar het idee dat dit antwoord hem klanten zou kunnen kosten, maakte hem onrustig en leidde tot de instelling van een internationale milieuwerkgroep van een kleine twintig personen. Die werkgroep nodigde Anderson vervolgens uit om de openingsspeech te verzorgen tijdens hun eerste bijeenkomst. En zo moest hij alsnog nadenken over de vraag: wat doet Interface voor het milieu?

In de weken voorafgaand aan de speech las Anderson – naarstig op zoek naar visie – een boek van Paul Hawken, ‘The Ecology of Commerce’. Het boek was hem toegezonden door een sales manager van Interface, die het weer van haar milieubewuste dochter had gekregen. In het boek stond een verhaal dat Anderson raakte „als een speer in de borst”. Een waargebeurd verhaal over rendieren.

Saint Matthew Island is een rotsachtig eiland in de Beringstraat. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bouwde de Amerikaanse kustwacht er een radiostation. Omdat de aanvoer van voedsel onzeker was door het ruige weer, werden in 1944 ook 29 rendieren als levende voorraad uitgezet op het eiland. Vlak hierna werd het eiland echter verlaten door het leger en konden de rendieren zich ongestoord vermenigvuldigen, zonder natuurlijke vijanden.

Poolbioloog David Klein bezocht het eiland daarna verschillende keren. In 1957 telde hij al 1.350 weldoorvoede rendieren. In 1963 liefst 6.000. Maar toen Klein in 1966 terugkeerde, telde hij nog maar 42 verzwakte dieren en lag het eiland bezaaid met rendierskeletten. Oorzaak? De populatie had zijn leefmilieu uitgeput en was daarna geconfronteerd met een strenge winter.

Anderson werd ook geraakt door de overige inzichten van Hawkes. Vooral door het idee dat het bedrijfsleven een actieve rol kan en moet spelen bij het oplossen van milieuproblemen. Gevolg was dat Interface koos voor een radicaal andere koers met als doel 100 procent duurzaam te zijn in 2020. Wat leidde tot vele tientallen innovaties in onder meer grondstoffengebruik, energiebesparing en recycling.

Hoe veranderde Ray Anderson in een duurzame visionair? Onder meer dankzij gewone mensen zoals u en ik. Dankzij klanten die lastige vragen bleven stellen. Dankzij medewerkers en managers die hem niet met rust lieten. Dankzij een dochter die zich met haar moeder bemoeide. En dankzij een schrijver, een bioloog en 6.000 nietsvermoedende rendieren.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft elke week over management en leiderschap.