Doe iets aan de inflatie van het woord inspiratie

‘Inspiratie’ wordt misbruikt als excuus voor uitstelgedrag en keuzestress. Slechte zaak, vindt Lonneke van Genugten.

Inspiratie. Tegenwoordig kan het alles zijn: de schroothoop, een gevonden voorwerp, flarden uit gesprekken. Inspiratie maakt dat een kunstenaar een fietswiel op een krukje zet of een schedel beplakt met 8.601 diamanten. Maar het woord ‘inspiratie’ is aan inflatie onderhevig. Vanuit de kunst heeft het zich een weg gebaand naar het gewone leven. Het is niet meer genoeg dat je op tijd komt en werk overneemt als anderen op vakantie zijn. Nee, je moet een inspirerende collega zijn. En leuk dat je aardig bent tegen je geliefde, maar inspireer je hem/haar ook meer uit het leven te halen?

Google geeft niet voor niets 26 miljoen resultaten als je ‘inspiratie’ intikt. Er is zelfs een inspiratie.startpagina.nl: voor duurzaam wonen, zelf ontworpen ov-chipkaarthoesjes, avontuurlijk reizen (dineren in een luchtballon, een ijshotel in Lapland). En voor een dagelijks shot kijk je naar interieurs in pasteltinten op Pinterest en foto’s van ontbijtshakes op Instagram.

Zelfs voor de boodschappen heb je inspiratie nodig

Zo’n beetje elk merk gooit op zijn website met de term ‘inspiratie’ om een simpel product naar een hoger plan te tillen. ‘Cupcakesfan, doe inspiratie op’, schrijft Dr. Oetker. Alsof het recept niet gewoon op het pak staat. IKEA maakt van meubels kopen een artistieke aangelegenheid: ‘Hoe verloopt een bezoek aan IKEA? Laat je online inspireren voor je vertrekt!’ Aldi biedt een ‘website vol inspiratie voor de wekelijkse boodschappen’. Alsof je gaat rondstruinen tussen antieke spullen op een brocantemarkt, in plaats van opgestapelde dozen in tl-licht. Er wordt ons ingewreven dat we niet kunnen koken, klussen en kopen zonder inspiratie. Bel je je geliefde met de vraag „Heb je al boodschappen gedaan?”, dan krijg je als antwoord „Nee, ik had nog geen inspiratie”. Vlak voor een verjaardag krijg je een bericht: „Kan ik meedoen met jouw fles wijn? Ik wou zelf een cadeau kopen, maar had geen inspiratie”.

Zo wordt inspiratie – althans, het gebrek eraan – misbruikt als excuus voor uitstelgedrag en keuzestress.

In plaats van het dagelijks leven mooier te maken, wat marketeers beloven, maakt inspiratie het juist zwaarder. Een traktatie mag niet meer een gewone supermarktcake zijn. Rommel mag niet meer in saaie curverboxen. En het diner wordt niet meer afgesloten met een bak slagroomijs, maar op z’n minst met zelfgemaakte hangop en geroosterde rabarber volgens recept van Ottolenghi. Zonde van je energie. Is het resultaat van al die inspiratie sowieso niet vaak een krukkige afzwakking van wat we in gedachten hadden? In je hoofd een Marlene Dumas, op papier een koppoter.

Doe triviale zaken daarom juist op de automatische piloot. Eet elke dinsdag andijviestamppot en woensdag spaghetti bolognese. Voor een geslaagd diner heb je alleen een warmhoudplaat en een tafel vol vrienden nodig. Door zo min mogelijk energie te steken in dingen die je ook zonder inspiratie kan, houd je ruimte over in je geest voor het scheppen van iets wat er echt nog niet was. Die roman die al jaren in je hoofd rondhangt, je laatste analoge fotorolletje, die boomstronk waar je een vrouwenlichaam in ziet. Schep. Misluk. Begin opnieuw. Creëer. Kortom, laat je inspireren. Maar ban ‘inspiratie’ uit het taalgebruik, geef het terug aan de muzen.