Digitale balans

Vroeger – wat is vroeger, dat tijdperk begint steeds later, nu een jaar of twee geleden, toen twintig – gingen we tegen het einde van het jaar vaker naar het café. Daar zagen we dan een paar goeie vrienden. Voor mij was dat onder anderen Max de Metz, elf jaar geleden gestorven. En daar gebeurde dan het onvermijdelijke. Hij trok een plechtig gezicht en declameerde:

„De dagen tussen Kerstmis en Nieuwjaar Zijn van een druk, die niet is te ontvlieden: Van al de ellende der vergane zwaar, En zonder hoop op wat de aanstaande bieden. Men doet het licht aan, sluit de wereld uit, En voelt nog meer de druk der kamerwanden.”

Daarna begon hij vriendelijk te lachen. Het zijn de eerste en laatste regels van het gedicht ‘Het einde van ’t jaar’, van J.C.Bloem (1887-1966).

En dan was het mijn beurt. Ik zei: „Het nieuwe jaar is een machine”. Dat is de eerste regel uit een Russisch gedicht waarvan ik me de rest en de naam van de maker niet kan herinneren. Het komt hierop neer dat er een grote glanzende en buitengewoon ingewikkelde machine gereed staat. Het is nul uur nul. Het wonder wordt gestart, het komt snel op toeren, en dan wordt de hele wereldbevolking meegesleurd in de onstuitbare vaart naar de onbekende verten. Eerlijk gezegd vond ik het mooier dan de druk der kamerwanden. Ja, dat is meer dan twintig jaar geleden.

Ter gelegenheid van de jaarwisseling ben ik nog even digitaal naar Max op zoek gegaan en niet vergeefs. Via Google, vanwege de feestdagen weer met bewegende letters opgeleukt, vond ik onder andere een stukje uit augustus 1993 waarin hij geprezen wordt door een zekere S.Montag. Toen herinnerde ik me weer dat Max en ik eens geluncht hadden met Sebastian Haffner, schrijver van het essay Anmerkungen zu Hitler waarin hij de gespleten persoonlijkheid van de Führer aan de orde stelt.

Na Max ben ik geen vrienden meer tegengekomen die ter gelegenheid van de jaarwisseling een gedicht ten beste gaven. Misschien begint de poëzie een verouderd genre te worden, of de dichters en kenners komen niet meer in de café’s. Die geweldige Russische nieuwjaarsmachine heeft ons binnen een jaar of twintig naar toen volstrekt onbekende gebieden gebracht.

In het begin van de jaren negentig dachten we ook al dat we digitaal behoorlijk geroutineerd waren. Maar dat de geheime dienst van een bevriende mogendheid je persoonlijke emailcorrespondentie kan lezen, dat er tussen de naties cyberoorlogen gevoerd zouden worden? Als iemand je dat wilde wijsmaken, gaf je hem de raad eens wat minder in Orwells 1984 te lezen.

Nu verbazen we ons op dit gebied over praktisch niets meer. Je kunt je de vraag stellen of door de digitale revolutie een nieuwe mens geboren is. Daarbij gaat het dan om de vraag of door deze mutatie de nieuwkomer zich niet alleen van digitale apparatuur bedient, maar vooral ook of deze vernieuwing er de oorzaak van is dat er nieuwe smaken, voorkeuren, gewoonten ontstaan, waarna die veranderingen zo diep ingrijpen dat er een nieuwe gemiddelde persoonlijkheid ontstaat.

In de antieke Griekse beschaving werden er al wedstrijden gehouden. De gemeenschap had er behoefte aan te weten wie de snelste, de sterkste was en veel oude Grieken wilden bewijzen dat ze dit waren. In de loop der eeuwen is dit fenomeen eerst gedemocratiseerd en daarna geglobaliseerd. Als dat niet zo was, hadden de wereldkampioenschappen in van alles en nog wat niet bestaan, en was er geen Guinness Book of Records geweest. Als we dat niet hadden, zouden we niet weten wie drie dagen geleden de hoogste brandstapel had gemaakt en aangestoken.

Om nog eens een dichter te citeren, Willem Elsschot: „Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren.” Nog altijd is veel verboden, maar door de digitale revolutie worden de wetten en bezwaren van steeds minder betekenis. Door het digitalisme raken steeds meer mensen ervan overtuigd dat ze recht op alle aandacht hebben en ze doen alle moeite om dit recht te verwezenlijken. Vandaar dat je steeds meer praatleiders, talkshowmasters tijdens de voorstelling met hun armen ziet bewegen alsof ze de sint-vitusdans hebben. Zo is het sturen van haatmailtjes en doodsbedreigingen in de mode gekomen. Daardoor komt het dat je, zoekend op Google, onophoudelijk door reclamemakers wordt besprongen.

Ik zal de zegeningen van het digitale tijdvak niet ontkennen, maar het heeft ook geleid tot de wereldemancipatie van de zelfoverschatting, de haat en de onzin. Ik wens u een gelukkig nieuwjaar.