Designherberg

Een nieuwe generatie hotels combineert service met huiselijkheid. Duik gerust in de ijskast. tekst Ivo Weyel

Midden jaren tachtig verschenen de eerste boutiquehotels (later omgedoopt tot designhotels) – unieke, zelfstandige hotels waarbij decor en design belangijker zijn dan het comfort van de gast. Na ruim dertig jaar zijn deze nu nagenoeg dood. De grote internationale hotelketens hebben het principe van de designhotels overgenomen; het unieke is er wel vanaf.

Maar een nieuwe generatie hotels is nu net zo eigenzinnig en individu eel als de boutique hotels van weleer. Ze noemen zichzelf herberg, hostel, inn, pension of zelfs house. Ze zijn klein (vaak niet meer dan een kamer of tien, waarvan geen twee dezelfde zijn), hebben design hoog in het vaand el staan (zij het zonder de dure designiconen, eerder Ikea meets vintage), bieden zeer persoonlijke service (niet zelden is de eigenaar tevens manager), behoren niet tot een keten en bieden vaak een hybride hotelvorm (hotelkamer/loft plus het persoonlijke thuisgevoel van een bed & breakfast en Airbnb-appartement – soms met eigen keuken, soms met gedeelde badkamer). Extra’s als zwembad, spa, gym, 24-uurs roomservice, minibar, portier en zelfs lobby ontbreken. Mede daardoor zijn de prijzen laag, terwijl aan comfort en technologie niet wordt ingeboet (gratis wifi, flatscreen, Nespresso-machine). Daarnaast staat milieuvriendelijkheid vaak hoog in het vaandel (biologisch ontbijt is in dit segment bijna een must), plus het zogenaamde ‘plaatselijke’ gevoel, affiniteit met de plek of stad waar het hotel staat; ‘You stay in the heart of it all without spending it all’, zoals het Pod Hotel in New York het omschrijft.

Of neem Russell’s of Clapton in Londen, bewierookt in zowat alle trendy design- en reisbladen. Het ligt in hip Hackney, kost rond de 100 pond (een schijntje in Londen), heeft zes kamers, twee hazewindhonden en een grote ijskast in de keuken waar de gasten à volonté in kunnen duiken (op vertrouwensbasis, zelf op het lijstje invullen wat je gepakt hebt). Als ontbijt zijn er roereieren met truffel en door Lille (een naburige vriendin van uitbater Annette – ja, zo intiem zijn dit soort hotels) zelfgemaakte biologische jam. En mocht u het nachtkastje leuk vinden of dat koddige schilderijtje, het is allemaal te koop, want Annettes interieur is, zoals ze zelf zegt, „a constant work in progress”.

Ook kenmerkend is Miniloft in Berlijn; minimalistische loftkamers (vanaf 45 vierkante meter), gevuld met Deens design en Ikea, met elk een keukentje, gevuld met biologisch eten en duurzame schoonmaakmiddelen, en vloerverwarming. Kost circa 100 euro, daarvoor kunt u er – afhankelijk van de loft – met z’n drieën of vijven verblijven.

„Sorry I peed in the sink (just kidding)”, schrijft een gast op de website van Russell’s of Clapton. Dat is het soort humor waar dit soort hotels van houdt. Net als: ‘we are dog and gay friendly’.