Cowboys van de vrije markt in het defensief

Het enthousiasme voor extreme economische vrijheid lijkt gesleten. Zowel aan de conservatieve linker- als aan de conservatieve rechterzijde groeit het verzet tegen liberalisering, deregulering en flexibilisering.

tekst Maarten Schinkel

Foto Thinkstock, bewerking Studio NRC

Normale mensen herdachten het afgelopen jaar het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914. De eerste grootschalige oorlog waarin de mens letterlijk werd vermalen door de industrie. Economen herdachten iets anders: het einde van een tijdperk van groeiende vrijheid van handelen, beleggen, exporteren en internationale arbeidsdeling. Het uitbreken van de oorlog vormde het slotstuk van de eerste grote golf van globalisering , ongekende technologische vernieuwing en bijbehorende monopolievorming waarvan de aanpak net een aanvang genomen had. Wat volgde was een lang tijdperk van fragmentatie van de wereldeconomie, regulering en economische onvrijheid.

Vermoed wordt dat de wereld pas begin jaren negentig van de vorige eeuw weer zo vrij was als vóór 1914. De fakkel werd, na de onlangs herdachte val van de Berlijnse muur met hernieuwde energie opgepakt. Een golf van deregulering, liberalisering, flexibilisering en globalisering volgde, aangedreven door de opkomst van internet en alle bijbehorende nieuwe vormen van bedrijvigheid.

En toen kwam de crisis. Afgelopen jaar was het eerste sinds 2008 waarin Europa weer licht aan het einde van de tunnel zag. Maar het enthousiasme voor de extreme economische vrijheid is er inmiddels wel af. Bevinden we ons, in het eb en vloed van economische beteugeling en vrijheid, dus nu op het hoogtij? Volgt een nieuwe, terugtrekkende beweging? 2015 zal er aanwijzingen voor geven.

Naar de bodem

De voortekenen zijn er. Bij handel en integratie, bijvoorbeeld. TTIP (het transatlantic trade and investment partnership), het nieuwe handelsverdrag tussen de Verenigde Staten en de EU dat de laatste resten aan handelsbarrières moet opruimen, stuit op toenemend verzet. Gemeenschappelijke standaards voor gezondheid en veiligheid bergen volgens tegenstanders het risico in zich dat van alle reguleringen de meest soepele zal worden gekozen: een race naar de bodem van wat veilig, gezond of verantwoord is. Binnen Europa zelf groeit de tegenstand aan de uiterste randen van het politieke spectrum tegen liberalisering en deregulering, en tegen de verdere Europese integratie die deze twee worden geacht te bevorderen. Verkiezingen in Griekenland, in Spanje, Portugal of Polen kunnen partijen aan de macht brengen die zich daar tegen verzetten.

Werkzekerheid, dan. Europese beleidsmakers maken zich, zeker sinds het begin van de crisis in 2008, extra hard voor verdere hervormingen van de arbeidsmarkt. Maar de kans is groot dat het politieke tij er voor gaat zorgen dat het precies de andere kant op gaat: meer bescherming van de werknemer, waarvan de positie de afgelopen tijd is verzwakt. Nederland bereidt wetgeving voor om de groei van het aantal zelfstandigen zonder personeel (nu 800.000, straks een miljoen), aan banden te leggen met minder belastingvoordelen. Het is wachten op pogingen om een pensioenregeling voor deze groep verplicht te maken – al was het maar om in de toekomst geen leger van nieuwe, bejaarde, armen te creëren. Denk ook aan de aanpak van de snel uitgedijde payroll-bedrijven, die tussen werkgever en werknemer zijn gezet om de kosten te drukken – ten koste van de werkzekerheid. Op voorspraak van GroenLinks houdt de tweede Kamer er dit jaar een hoorzitting over.

Nóg één: de aanpak van de nieuwe monopolisten, de nieuwe Standard Oil's van de internet-economie, met Google voorop. Europa maakte zich er het afgelopen jaar hard voor en gaat er in het zojuist begonnen jaar onverminderd mee door. En de tijd komt dichterbij dat de overheid de burger actief gaat beschermen tegen de Facebooks van deze wereld. Omdat diezelfde burger wel mort bij nieuwe privacyschendingen – zoals de zojuist vernieuwde Facebook-regels – maar er niet of nauwelijks naar handelt.

Laatste front: de sharing economy. Voor veel consumenten zijn taxibedrijf Uber, het kleine onhandelbare broertje Uberpop en de huizen-deelsite AirBnB een zegen. Maar 2015 zal een hernieuwde inspanning zien om deze nieuwe diensten onderhavig te maken aan belastingheffing, veiligheidseisen – of simpelweg te verbannen of ontmoedigen. Gevestigde belangen spelen daar een rol bij. Maar ook het verlangen een eind te maken aan de fiscale voordelen die deze nieuwe manier van onderling handelen met zich meebrengt. En dat sluit weer aan bij de initiatieven om paal en perk te stellen aan die ándere uitwas van de extreme globalisering: de grootschalige belastingontwijking door bedrijven die groot genoeg zijn om de gunstige internationale fiscale routes te bewandelen.

Belle Epoque

Wat betekent dit alles bij elkaar genomen voor 2015? Een eeuw geleden zagen we het einde van een tijdperk van globalisering, ongekende technologische vernieuwing en bijbehorende monopolievorming. Zullen we straks terugkijken op het definitieve einde van onze hedendaagse Belle Epoque? Zo ver is het nog lang niet. Maar de gevestigde belangen keren zich wel heviger tegen de ‘disruptieve’ of ontwrichtende krachten die zijn ontketend door de combinatie van nieuwe technologie en vrije markt. Voorstanders van dat laatste noemen dat vooruitgang. Conservatieven, van links tot rechts, zetten zich af tegen deze kampioenen van de vrije markt. Is dat een pleidooi voor stilstand? Er zijn anno 2015 steeds meer mensen die daar anders over denken.