Bukken, daar vliegt een auto

Een driewieler met wieken komt dit jaar op de markt.

De geschiedenis van de Nederlandse vliegende auto begint ergens rond 2000, als John Bakker zijn bedrijf verkoopt en als hobby gaat vliegen. Hij merkte dat vliegen eigenlijk een weinig praktische oplossing is om je te vervoeren: je vertrekt van een plek waar je niet hoeft te zijn, en je komt aan op een punt waar je niet hoeft te zijn. Met het Nationaal Lucht en Ruimtevaart Laboratorium en de TU Delft begon hij de mogelijkheden te verkennen om een vliegende auto te maken. De partijen, verenigd onder de naam PAL-V, een afkorting van ‘Personal Air and Land Vehicle’, ontwikkelden een tweepersoons driewieler, aangedreven door een propeller aan de achterzijde en een rotor op het dak. Vliegen kon het voertuig al, maar veilig rijden op de snelweg nog niet.

In 2005 kwam de doorbraak, toen een techniek werd ontwikkeld waarmee de driewieler in de bocht van de snelweg naar binnen kantelt, en zo niet omvalt als je een bocht maakt. „Dat klinkt simpel”, zegt Robert Dingemanse, directeur van PAL-V, „maar dat is niemand tot nu toe gelukt”.

In 2015 komen de eerste PAL-V’s op de markt. Dertig Nederlanders hebben serieus interesse getoond, en sommige zijn hun vliegbrevet aan het halen, dat moet je hebben als je zo’n rijdende gyrocopter koopt.

Op één benzinetank vliegt de PAL-V 400 à 450 kilometer. Als het voertuig landt, worden de propeller en de rotor aan de bovenkant ingeklapt. Dat duurt twee minuten, en dan is het volgens Dingemanse ‘een heel leuke sportieve auto’. De eigenaars kunnen gebruik maken van alle bestaande landingsbanen, maar particulieren of bedrijven kunnen in overleg met de gemeente ook bij henzelf in de buurt een landingsbaan realiseren. De eerste serie, een luxe limited edition, zal 500.000 euro kosten, de tweede serie wordt twee ton goedkoper.

Niet alleen Nederland is bezig met de combinatie van rijden en vliegen. Het Slowaakse bedrijf AeroMobil onthulde recent een prototype met inklapbare vleugels, en het uit Amerika afkomstige Terrafugia zegt met een soortgelijk rijdend vliegtuigje in 2015 op de markt te komen. Dingemanse denkt dat het vliegende personenvervoer in tien, twintig jaar tijd heel normaal wordt.