‘40 procent van de Nederlanders heeft ernstig vitamine D-tekort’

Dat staat op de site van Sunday’s

illustratie Robin Héman
illustratie Robin Héman

De aanleiding

Je gaat niet alleen onder de zonnebank voor je looks, het kan ook nog eens gezond zijn. Dat zegt Sunday’s tenminste, een bedrijf dat ruim zestig zonnestudio’s in Nederland heeft. Een gebrek aan zonlicht kan zorgen voor een vitamine D-gebrek. Dat kun je dan weer aanvullen door onder de zonnebank te gaan liggen, volgens Sunday’s. ‘40 procent van de Nederlanders’ heeft volgens het bedrijf ‘een ernstig vitamine D-tekort’. Zijn we er echt zo slecht aan toe?

Waar is het op gebaseerd?

Sunday’s verwijst op de website naar ‘een greep uit de meest toonaangevende sites op dit gebied’. Wat volgt is ondermeer de Amerikaanse site Vitamin D Wiki, waar geen Nederlandse cijfers staan, en de site Vitamine D tekort. En er wordt ook verwezen naar de Nederlandse Wikipediapagina over vitamine D.

En, klopt het?

Eerst nog even een korte uitleg over vitamine D. Wat is dat precies?

Vitamine D heb je nodig voor sterke botten en tanden. Je kunt op twee manieren aan vitamine D komen. Vitamine D zit in kleine hoeveelheden in sommige voeding (zoals vette vis) en je kunt het ook bijslikken. Daarnaast maakt je lichaam vitamine D zelf aan, met behulp van zonlicht. En ook kunstlicht van zonnebanken met UV B-lampen stimuleert vitamine D-aanmaak.

Hoe zit het met het tekort? Over ‘de Nederlander’ in zijn algemeenheid valt weinig te zeggen. Hoe snel je huid vitamine D aanmaakt heeft voornamelijk te maken met twee factoren. De kleur van je huid: hoe donkerder je bent, hoe minder snel dat gaat. Daarnaast speelt leeftijd een belangrijke rol. Als je ouder wordt, maakt je lichaam minder snel vitamine D aan.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu doet onderzoek naar gezondheid in Nederland. In 2011 bracht het RIVM een onderzoek uit over het vitamine D-gehalte onder autochtone Nederlanders en Surinaamse Nederlanders.

Dat mensen met een donkere huid meer kans hebben op vitamine D-tekort, zien we terug in de cijfers. Bij de Surinaamse vrouwen onder de 50 jaar heeft ongeveer 40 procent een tekort. Bij de vrouwen boven de 50 zelfs ongeveer 80 procent. Tot zo ver klopt de stelling.

Maar bij de autochtone Nederlanders ligt dat anders. Bij de mannen onder de 50 heeft maar 8 procent een vitamine D-tekort, bij de vrouwen is dat zo’n 5 procent. Alleen bij de oudere vrouwen (vanaf 50) is het 41 procent. Van de bijna 17 miljoen mensen in Nederland zijn er ruim 13 miljoen autochtoon. De stelling dat 40 procent van de Nederlanders vitamine D-tekort heeft, klopt dus niet.

Hier moeten we nog iets opmerken. Als je een tekort wilt vaststellen, dan moet je een ondergrens hebben. De Gezondheidsraad, een adviesorgaan van de overheid, hanteert als norm 30 nmol/l voor de meeste mensen. Maar sommige wetenschappers pleiten voor een hogere ondergrens (50 nmol/l). Houd je die aan, dan heeft wél zo’n 40 procent van de autochtone Nederlanders een tekort. Die lijn volgt Sunday’s. Maar de noodzaak van een hogere ondergrens is onvoldoende wetenschappelijk aangetoond, zegt een woordvoerder van het Voedingscentrum, dat de data van de Gezondheidsraad als leidraad beschouwt.

Dan is er nog iets: Sunday’s raadt mensen met een vitamine D-tekort aan onder de zonnebank te gaan. Maar het Voedingscentrum raadt dat af. Dat vergroot namelijk „het risico op het ontstaan van verbranding en huidkanker”, zegt een woordvoerder. Ouderen, mensen met een getinte huid en andere risicogroepen – bijvoorbeeld jonge kinderen, zwangere vrouwen en vrouwen die een boerka dragen – wordt geadviseerd vitamine D te slikken.

Conclusie

Volgens Sunday’s heeft 40 procent van de Nederlanders een ernstig vitamine D-tekort. Het ligt er nogal aan hoe je dat berekent. Voor een tekort heb je immers een ondergrens nodig. Op basis van de ondergrens die de Gezondheidsraad (het adviesorgaan van de overheid) aanhoudt, wordt dat percentage van 40 procent bij lange na niet gehaald. Sunday’s gebruikt een hogere ondergrens. Maar er is volgens het Voedingscentrum geen wetenschappelijke onderbouwing om de ondergrens van de Gezondheidsraad aan de passen. De stelling is onwaar.