Verhitte techmarkt moet afkoelen

Techbeurs Nasdaq staat bijna zo hoog als in 2000, toen de internetzeepbel uiteen spatte. Barst de bubbel opnieuw?

Jonge techbedrijven zijn opeens tientallen miljarden waard, durfkapitalisten staan te trappelen om nóg meer te investeren en de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq nadert de 5.000 punten.

Komt dit scenario bekend voor? Vijftien jaar geleden, voorjaar 2000. Madonna stond met Bye Bye, Miss American Pie in de Top 40. En toen spatte de internetzeepbel uiteen. Koersen kelderden, investeerders zagen tientallen miljarden verdampen, bedrijven gingen op de fles. Megalomane deals (internetaanbieder AOL die Time Warner voor 162 miljard dollar overnam) mislukten faliekant.

Beleggers en analisten vragen zich hardop af of in 2015 de huidige jubelstemming in de techsector definitief omslaat. Eigenlijk weten ze het al zeker, alleen niet of het een harde knal wordt of een milde cooldown.

1 Is er een techbubbel of gaat het gewoon goed in Silicon Valley?

In elk geval groeit het aantal investeringen in jonge Amerikaanse tech- en webbedrijven. De rente staat extreem laag en daardoor stappen meer beleggers in durfkapitaal. De hoeveelheid geïnvesteerd venture capital staat op het hoogste niveau sinds 2000.

Volgens de Billion Dollar Club, een lijst die zakenkrant The Wall Street Journal en nieuwsdienst Dow Jones bijhouden, zijn er meer dan zeventig niet-beursgenoteerde techbedrijven met een waarde van meer dan 1 miljard dollar. Dat zijn er twee keer zoveel als vorig jaar. Met name de deeleconomie doet het goed: de waarde van taxinetwerk Uber, opgericht in 2009, wordt momenteel op zo’n 41 miljard dollar (34 miljard euro) geschat. Airbnb, het netwerk voor verhuur van privékamers en -woningen, staat op 10 miljard dollar.

Beide bedrijven hebben succesvolle investeringen achter de rug. Het zijn netwerken die bemiddelen, zodat anderen (chauffeurs, woningbezitters) er ook geld mee kunnen verdienen. Het zijn diensten die makkelijk (lokaal) gekopieerd kunnen worden en dus niet automatisch aan de torenhoge verwachtingen kunnen voldoen.

Niet alleen Amerikaanse technbedrijven halen geld op: de Chinese smartphonemaker Xiaomi – opgericht in 2010 – spant de kroon met een waardering van 46 miljard dollar, te danken aan een recente investeringsronde van 1,1 miljard dollar.

2 Waar komt het geld verder vandaan?

Gevestigde techbedrijven voeren de prijs verder op door veel te investeren in infrastructuur en miljarden te betalen voor jonge bedrijven. Denk aan de aankoop van WhatsApp door Facebook, Skype en Nokia door Microsoft, Beats door Apple. Google investeerde veel in de medische sector en kocht Nest en Dropcam, maar mistte de boot bij WhatsApp en Spotify. Facebook groeit uit tot een verzameling social media-diensten en wil nog meer overnames doen in 2015. Bij elkaar investeren de techreuzen twee keer zoveel als durfkapitalisten. Er is voorkeur voor start-ups die techniek voor de fysieke wereld ontwerpen, zoals robots, drones en vergaande medische toepassingen. Science fiction? In elk geval andere koek dan ‘Vind ik leuk’ of een zoekopdracht.

3 Zijn de waarderingen in de techsector te hoog?

De waarde van jonge internetbedrijven is vaak gebaseerd op de groei van het aantal gebruikers. Het gaat fout als meer publiek niet tot meer omzet leidt. Evan Spiegel (24), oprichter van Snapchat, vindt dat te veel social media-bedrijven hun inkomsten baseren op online advertenties. „De totale omzet aan internetadvertenties staat niet in verhouding tot de gezamenlijke waardering van al deze bedrijven”, schreef Spiegel in een mail die uitlekte tijdens de Sony-hack.

Het is een kritische analyse van een insider uit Silicon Valley. Investeringsgeld wordt gebruikt om nieuwe gebruikers te ‘kopen’, met name via online advertenties om een nieuwe app te installeren. Daarvoor gebruiken ze Facebook. Dat netwerk profiteert van hogere omzet afkomstig van mobiele telefoons. Die inkomstenbron droogt op als de investeringen teruglopen, denkt Spiegel. En als Facebook onderuit gaat, trekt dat meer bedrijven mee. Spiegel: „De investeerders die waarde toevoegen zijn verdwenen, en vervangen door investeerders die proberen ‘het moment’ te pakken. Maar er komt een moment dat nieuwe investeerders niet langer bereid zijn meer te betalen. Dan zakt de markt in.” Hij rekent op een waardecorrectie van 10 tot 20 procent.

4 Is de aandelenbeurs ook zo overspannen?

Technologiebeurs Nasdaq staat historisch gezien hoog; gemiddeld hebben de bedrijven op de Nasdaq een koers/omzet-verhouding van bijna 25. Dat is nog altijd vier keer zo laag als in 2000, toen de boel op ontploffen stond. Veel bedrijven die in 2014 naar de beurs leken te gaan, zoals online opslagdiensten Dropbox en Box, hebben hun plannen uitgesteld. Data-opslag in de cloud is minder bijzonder nu grote bedrijven als Google en Microsoft de gigabytes bijna voor niets weggegeven. Misschien gaan Box en Dropbox alsnog in 2015 naar de beurs. Andere kandidaten zijn onder meer Spotify, Uber en Airbnb.

De beurs is niet de beste graadmeter voor de hausse nu techbedrijven zo lang mogelijk wachten met een beursgang – ze kunnen geld genoeg ophalen bij durfkapitalisten. Een beursnotering levert meer gedoe op met aandeelhouders. Het is moeilijker om personeel aan te trekken met een gunstige optieregeling en je moet cijfers vrijgeven die je liever voor jezelf houdt. Aan de andere kant: de beursgang van Alibaba, de Chinese e-commerce-reus, was een succes.

5 We zijn toch wijzer geworden sinds de eerste techbubbel?

Vijftien jaar geleden was Madonna nog hip, dacht AOL dat het Time Warner moest kopen en wilde iedereen speculeren in techaandelen. De wereld is veranderd: in 2000 waren er minder dan 0,5 miljard internetgebruikers, nu meer dan 3 miljard (en nog eens 2 miljard smartphonegebruikers). Internet is onmisbaar als verbinding tussen mensen, bedrijven en apparaten onderling. De opkomst van een internet of things zal investeringen stimuleren in technologie voor de consumentensector en in de industriële wereld. Alleen niet lang meer in het huidige, oververhitte tempo.