Opinie

Verbloemingen

Een taalkundige heeft me eens proberen uit te leggen waarom politici zo vaak „aangeven” zeggen wanneer ze „zeggen” bedoelen. „Wat de fractievoorzitter gisteren al heeft aangegeven.” Of: „Zoals ik gisteren aangaf”, enzovoorts.

Vooral tijdens het kabinet-Balkenende IV was ieder Kamerdebat vol van de kwesties en meningen die werden aangegeven. Balkenende zelf, de premier, gebruikte het woord in talloze vervoegingen, in bijna iedere paragraaf. En macht doet navolgen, zo bleek in die dagen.

De verklaring van de taalkundige: omdat aangeven minder hard en dus minder definitief klinkt dan zeggen. Wie iets heeft gezegd, kan niet meer terug. Wie iets heeft aangegeven, heeft het alleen maar aangegeven… Als hij ooit wordt geconfronteerd met wat hij dan precies heeft gezegd, kan er altijd nog onderuit. Hij had het slechts aangegeven. Gezegd? Nou... Dat ook weer niet.

Omdat ik nogal conflictmijdend ben aangelegd, zou ik dit soort taalverpapping wel moeten lusten. Als iets vriendelijker kan, waarom dan hard?

Toch werkt het zo niet: in taal verkies ook ik helderheid, altijd. Waarom gaan mensen „van ons heen” terwijl ze morsdood zijn, noemen we secretaresses „office managers” en zeggen we dat schulden van Griekenland „worden geherstructureerd” terwijl dat kwijtschelden betekent?

Lelijke verbloemingen verraden bovendien meestal mislukkingen, of onrechtmatigheden, en daarom zijn ze al verdacht. Toen André Rouvoet als minister verklaarde dat hij jeugdcentra in heel Nederland ging „uitrollen”, wist je al dat er iets niet klopte. Toen CIA-officieren voor het eerst spraken over „enhanced interrogation techniques”, kon de wereld weten dat de grootste wereldmacht aan het martelen was geslagen.

Daarom schrok ik een beetje toen ik het rapport las dat mijn kinderen mee naar huis namen van hun Britse school. Mijn driejarige kon drie kwalificaties verwerven op onderdelen als praten, klokkijken, herkennen van kleuren, enzovoorts. Dat waren, van boven naar beneden: „exceeding”, „expected”, en „emerging”. Dat laatste is misschien het beste te vertalen als ‘komt er aan’.

Ik weet dat ze nog geen van deze activiteiten kan, of in ieder geval niet in het Engels, maar in plaats van een eerlijk ‘kan ze niet’, scoorde ze op alles „emerging”.

Ouders van een kind dat stronteigenwijs is, kregen te horen dat hun koter „fiercely independent” is. Toen ik jong was, stond er in mijn rapport onder kopje gedrag gewoon: „Slecht.”

Nu is er nog een belangrijk verschil tussen de school van mijn kinderen en die van mij, dertig jaar geleden. Die van mijn kinderen is onderdeel van een wereldwijde keten met winstoogmerk, die van mij in Groningen was dat niet.

Zou dit betekenen dat winstbelust onderwijs al vroeg onderricht in gruwelijke verbloemingen? Hopelijk niet, want dat biedt een donker toekomstscenario. De trend is immers onmiskenbaar: van publiek naar privaat. Dus van helderheid naar krompraat.