Na 35 jaar oorlogvoeren verkeren de Afghanen in psychische nood

Deskundigen schatten dat ruim de helft van de Afghaanse bevolking na decennia van oorlog in psychische nood verkeert. Opvangfaciliteiten zijn er nauwelijks. De vrees is dat Afghanistan een nieuwe, nog ergere golf van geweld wacht door onverwerkte oorlogstrauma’s.

Een patiënt in het Mental Health Hospital in Kabul krijgt een injectie toegediend. Een andere patiënt is met medicijnen gekalmeerd.
Een patiënt in het Mental Health Hospital in Kabul krijgt een injectie toegediend. Een andere patiënt is met medicijnen gekalmeerd. Foto’s Hollandse Hoogte

Ik ben de president van Afghanistan”, zegt Abdurranik (19) monter. Om hem heen schaart zich een groepje verpleegkundigen in opleiding. „Er zijn anderen die voor mij spreken”, zegt hij. „Ik heb heel veel tongen.”

Naast zijn bed staat Adurraniks 21-jarige broer. Die vertelt dat de jongens hun ouders verloren tijdens een Amerikaans bombardement toen eind 2001 de oorlog tegen de Talibaan en Al-Qaeda losbarstte. „Daarna begon Abdurranik stemmen te horen. Soms denkt hij dat hij een Amerikaanse militair is. Vandaag is hij de president.”

Adurranik ligt in het Mental Health Hospital in Kabul, Afghanistans enige psychiatrische ziekenhuis. Het heeft 60 bedden voor psychiatrische patiënten en een te verwaarlozen begroting. Zoek op internet naar ‘Afghanistan’ en ‘mental health’ en je vindt vooral gegevens over getraumatiseerde buitenlandse militairen. Russen uit de jaren tachtig, Amerikanen, Britten en Nederlanders uit het afgelopen decennium. De grote NAVO-missie ISAF is vorige week voor een belangrijk deel afgesloten.

Maar wat laten ze achter?

„Jullie maken je zorgen om de trauma’s die jullie militairen hier in Afghanistan opdoen. Maar wat als je hier woont en alleen maar oorlog hebt gekend”, zegt dokter Hafizullah Faiz. Hij werkt al zo’n tien jaar als psycholoog in het Mental Health Hospital. Faiz beloofde zijn ouders, die naar Amerika waren gevlucht, dat hij slechts een paar maanden naar Afghanistan zou terugkeren om het land te helpen. Dat is nu elf jaar geleden. „Ik schrok van de psychische nood waarin onze bevolking leeft. Ik kan alleen helpen door hier te blijven.”

Schokkende cijfers

De tien bedden in de zaal zijn allemaal bezet. Sommige patiënten slapen, anderen kijken met holle ogen naar de ondervraging van de ‘Afghaanse president’. Eén patiënt ligt op zijn rug en staart naar het plafond. Hij is vastgegespt. Hij werd psychotisch nadat zijn minibusje op een explosief van de Talibaan reed. Hij verloor twee zoons, een dochter en zijn vrouw.

Hoewel de stress in Afghanistan immens is en er sinds 1979 onafgebroken wordt gevochten, staat de geestelijke gezondheidszorg er in laag aanzien. In 2002, vlak na het verdrijven van de Talibaan, deden Amerikaanse psychiaters onderzoek. Het leverde tot nog toe de enige betrouwbare cijfers op voor de psychische problemen van veel Afghanen. De uitkomst was schokkend: in 2002 leed 42 procent van de volwassen bevolking aan ptss, 68 procent vertoonde tekenen van depressiviteit en 72 procent had last van angsten. Een schatting van de Wereldgezondheidsorganisatie uit 2004 houdt het erop dat ruim 60 procent van de Afghaanse bevolking van 28 miljoen mensen mentale problemen heeft.

„Die cijfers zijn ruim tien jaar oud”, zegt Faiz. „In de tussentijd is de oorlog veel heviger geworden en zijn de psychische problemen toegenomen. De laatste tijd zien we dat mensen vooral door armoede en hopeloosheid, versterkt door de oorlog, angstig en depressief worden.”

In een van de behandelkamers zit Wazir Mohammed (51), een ineengedoken man uit de provincie Parwan. Hij klaagt over vergeetachtigheid en lusteloosheid. „Ik ben leraar. Ik kan mijn vak nauwelijks meer uitoefenen omdat ik zoveel vergeet.” Hij heeft tien kinderen en hij maakt zich zorgen over de toekomst. „Hoe moet het met mijn gezin als ik word ontslagen?”

„U bent angstig”, zegt de dokter. „Dat is niet vreemd in uw situatie. We gaan u slaapmiddelen geven en u moet hier wekelijks komen voor een therapie.”

De leraar: „Therapie?” Hij kijkt bang.

„Gesprekken met een psycholoog”, legt de arts uit. „Zodat u uzelf beter begrijpt. U zult ervan opknappen.”

In Afghanistan worden mensen met psychische stoornissen door hun familie vaak verstoten, of vastgebonden en opgeborgen in een donker kamertje. Het team van het psychiatrisch ziekenhuis probeert het stigma te doorbreken door geregeld op te treden in radio- en televisieshows. „We leggen uit dat het normaal is dat mensen angstig en depressief reageren op geweld en financiële problemen, en dat ze professionele hulp kunnen zoeken”, zegt Faiz.

Het overvolle psychiatrische ziekenhuis kan bij lange na niet in de vraag voorzien. Volgens experts zijn alleen al in Kabul minimaal vijf keer zoveel bedden nodig als de 60 die het hospitaal telt. Op de polikliniek melden zich dagelijks meer mensen dan de artsen aan kunnen. Van de 128 ziekenhuismedewerkers heeft vrijwel niemand een opleiding voor de geestelijke gezondheidszorg.

„We zijn trots op het psychiatrisch ziekenhuis. En de Afghaanse regering inmiddels ook”, zegt Cecilia Costa, een Portugese die een deel van de EU-hulp coördineert, die wordt verstrekt via de Europese Commissie. Het ziekenhuis is gevestigd op een oud fabrieksterrein. Het krijgt voor het eerst in dertig jaar een opknapbeurt, bekostigd door de EU.

Center of excellence

Het ziekenhuis in Kabul moet het psychiatrische ‘center of excellence’ worden van waaruit nieuw opgeleide psychiaters en psychiatrische verpleegkundigen uitzwermen over de 34 provincies van Afghanistan. De EU steunde het ziekenhuis tot nog toe met 4,1 miljoen euro: een half miljoen werd uitgegeven aan de verbouwing en een nieuw paviljoen. De rest werd besteed aan psychiatrische opleidingen en de ontwikkeling van een curriculum.

Costa houdt een enthousiast verhaal over plannen om de psychiatrische zorg over de rest van het land te verspreiden. Maar die bestaan slechts op papier. In 2006 beloofde de Afghaanse minister van Gezondheidszorg dat in elk regionaal ziekenhuis 30 bedden voor psychiatrische patiënten zouden komen, 20 in elk provincieziekenhuis en 10 in elke districtskliniek. Er kwam niets van terecht.

„Het gaat langzaam”, geeft Costa toe. „Afghanistan heeft een enorme achterstand. Vrijwel al het geschoolde psychiatrische personeel is Afghanistan ontvlucht. In het hele land zijn niet meer dan 40 psychologen en 2 psychiaters werkzaam.”

„Vier jaar geleden ketenden we nog mensen vast. We wisten niet beter”, zegt ziekenhuisdirecteur Timono Shah Musamim. „Er was een winkel hiertegenover waar we allerlei soorten kettingen konden kopen. Die is nu failliet.” Hij laat twee splinternieuwe cellen zien waarvan de muren zijn afgedekt met zacht materiaal, voor agressieve patiënten. „Afghanistans eerste isoleercellen”, zegt hij trots.

Volgens veiligheidsexperts rekruteren de Talibaan zelfmoordcommando’s onder mensen die alle hoop hebben verloren op een normaal leven. Forensisch expert Yusuf Yadgari, die in Kabul de resten van zelfmoordterroristen onderzoekt, waarschuwde al in 2007 voor het gevaar van geestelijke verwaarlozing. „We kunnen veel geestesziekten, vooral depressie, vaststellen aan de hand van de toestand van de terrorist tijdens de aanval”, zei hij destijds in de Canadese krant The Globe and Mail. „Hun kleding en gezicht is vies. Je kunt zien dat ze niet geïnteresseerd zijn in het leven. Dat is een van de eerste tekenen van ernstige depressiviteit.”

Nu, zeven jaar later, luidt psycholoog Faiz opnieuw de alarmbel. „Afghanistan is gevangen in een vicieuze cirkel”, zegt hij. „We hebben niet genoeg capaciteit om die te doorbreken.” Aanslagen, gepleegd door getraumatiseerden, leiden tot meer trauma en daarmee tot meer aanslagen. ‘Deze cyclus heeft tot gevolg dat verzoening en het uitzicht op een vreedzame samenleving buiten bereik lijken te komen’, schrijft de Afghaanse minister van Gezondheid in een recent rapport.

Trauma

Mannen die getraumatiseerd zijn door de oorlog, en grote moeite hebben hun grote gezinnen te onderhouden, grijpen vaak naar geweld, zegt Faiz. „Vrouwen vertellen ons dat hun man strijder is geweest, de controle verliest en hen slaat, en vaak ook de kinderen. Na afloop schaamt zo’n man zich vreselijk, maar later doet hij het opnieuw. Dat is honderd procent zeker gerelateerd aan trauma, en het veroorzaakt nieuw trauma bij moeder en kinderen.”

„Haat en wraakgevoelens, en de wil om daarnaar te handelen, hebben directe invloed op het vredesproces”, waarschuwde Barbara Lopez Cardozo twee jaar geleden al in het prestigieuze Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs. Zij was de psycholoog die het Amerikaanse onderzoek uit 2002 leidde. Daaruit bleek dat ruim 80 procent van de Afghanen haat- en wraakgevoelens koestert.

Aesha Mohammadzai, de jonge vrouw die in 2010 op het omslag van Time Magazine stond, met haar neus en oren afgesneden, is het symbool van Afghaans huiselijk geweld. Het was haar man, een Talibaanstrijder, die haar zo had toegetakeld. De jonge Talibaanstrijders van de nieuwe generatie – de ‘neo-Talibaan’ – zijn volgens Afghanen wreder dan hun vaders die vochten tegen de Russen.

Wie rond zijn twintigste de wapens opnam tegen de NAVO-troepen die eind 2001 Afghanistan binnentrokken, was een peuter toen in 1979 de Russen binnenvielen, waarmee de nog altijd voortdurende Afghaanse oorlog begon. „De neo-Talibaanstrijders werden waarschijnlijk als kind door hun getraumatiseerde vaders geslagen. Zelf zijn ze nu ook vaders, belast met oorlogstrauma’s. Hun zoons hebben nu bijna de gevechtsleeftijd bereikt.”

Het is niet duidelijk tegen wie, maar dát die zoons zullen vechten, daar kun je vergif op innemen, volgens Faiz. De hopeloosheid, de armoede en de trauma’s maken volgens de psycholoog vooral jongeren vatbaar voor extreme acties. „De overheid kan hen niet bereiken, de Talibaan wel. Zij hebben via moskeeën, mullahs en koranscholen toegang tot jongeren voor wie geweld de normaalste zaak van de wereld is. Geef ze iets om voor te vechten, bewapen ze, en je hebt strijders van het wreedste soort.”