Lichtgevende bomen in de stad? Hell yeah

Op 150 meter hoogte filosofeert Wilfried de Jong met kunstenaar Daan Roosegaarde over de toekomst van hun stad. Floriade in Almere? Onzin. Stapel sierplanten in de Marconitorens.

Daan Roosegaarde (l) voelt zich nog een relatieve buitenstaander in Rotterdam, maar hij ziet onbegrensde mogelijkheden. Van jongs af aan is hij sneller verliefd op gebouwen en plekken dan op meisjes.Foto Ans Brys
Daan Roosegaarde (l) voelt zich nog een relatieve buitenstaander in Rotterdam, maar hij ziet onbegrensde mogelijkheden. Van jongs af aan is hij sneller verliefd op gebouwen en plekken dan op meisjes.Foto Ans Brys

Hij staat hoog boven de stad, ziet de Maas door de stad slingeren en suist met zijn gedachten meteen onder water. Daan Roosegaarde (35) heeft een sjeik ontmoet in Maleisië. Die man heeft plannen voor de bouw van een glazen hotel op de bodem van de oceaan. Holy shit, zegt Roosegaarde. Hij was meteen wild van het idee en heeft al een kamer gereserveerd terwijl het hotel niet meer is dan een plan.

Dat kan in Rotterdam ook: maak iets in de Maas, op tien meter diepte. Dat lokt iets uit. Al was het maar dat het rivierwater dan schoner moet, anders zie je geen fuck.

Er zijn zoveel plekken die aan onze aandacht ontsnappen. We staan op ongeveer 150 meter hoogte, op de laatste verdieping van De Rotterdam. Kijk, de etage is helemaal leeg. Geen tafel, geen stoel, geen bar. Het leeft niet. Roosegaarde zegt dat hij in Tokio in een bar op grote hoogte meer betaalt als je aan het raam zit. Uitzicht is daar iets waard.

Er zou een Overview Club moeten komen in Rotterdam. Op alle hoge plekken moet iets te doen zijn. Uitzicht is een trip; een nieuwe dimensie op een stad, je krijgt nieuwe inzichten. Zie het niet als een attractie, maar doe echt iets met die ruimte.

Een half jaar geleden was Roosegaarde in een van de witte, lege torens aan het Marconiplein. Hij zag in de verte in het Vierhavensgebied een leeg gebouwtje staan. Pling! Het leek naar hem te knipogen. Daar moest Studio Roosegaarde komen. Het doet denken aan de architectuur van Van Ravesteyn. Cultureel erfgoed. Het wordt helemaal opgeknapt en energieneutraal door de warmte van omliggende fabrieken. Nee, geen windmolentjes op het dak, dat noemt hij ‘decoratie’.

Roosegaarde rekende uit dat die leegstand van een groot gebouw geld weggooien is ter waarde van een nieuwe BMW. Zonde. Je moet die ruimte benutten, er een nieuwe bestemming aan geven. We zijn een land van bloemen en planten. Willen ze een Floriade in Almere? Onzin. Dat moet in Rotterdam. In die Marconitorens kun je op alle verdiepingen sierplanten stapelen. Energievriendelijk. Hij heeft al contact gelegd met het Plantenlab. Het kán.

Ik droom mee. Per etage een kleur. Beneden de Zwarte Tulpen, per verdieping steeds lichtere planten en op het dak zonnebloemen. Roosegaarde knikt. De verbeelding aan de macht. De eigenaren van het leegstaande vastgoed – de harde economie, zeg maar – moeten de zachte economie een hand geven. Ze krijgen die lege panden in Rotterdam anders nooit meer gevuld. De kunst is: verschillende belangen hebben en toch samen verzinnen.

Het gaat hem niet om de cosmetica van een idee. Een beetje sedum op je dak, dat is niet ambitieus genoeg. Waarom niet alle platte daken volzetten met gewassen? Leegstaande gebouwen zijn de eetfabrieken van morgen. Geef elke wijk een groente, zeg ik. Bloemkool in het Oude Noorden, boontjes in Charlois, tomaten in het Nieuwe Westen. En met al die gewassen ieder jaar een groot culinair feest met eigen groente uit de stad.

Klinkt het raar?

Roosegaarde zat afgelopen week vast in een auto, op de Coolsingel. Uitlaatgassen, fijnstof, file. Dát is pas raar.

Hij snapt niet dat je die rotzooi zou willen doorgeven aan je kinderen. Het is net of we nog in een oude stoomlocomotief zitten terwijl het tijd wordt dat natuur en technologie met elkaar gaan versmelten. Die combinatie heeft de toekomst.

Rotterdam is een van de smerigste steden van Nederland. Roosegaarde heeft de gitzwarte index op kantoor hangen: rond de Maastunnel is de lucht erg vies. Het stinkt er net zo erg als in Peking. Hij wil op die plek in Rotterdam het eerste smogvrije park van de wereld maken. Vijftig bij vijftig meter de schoonste lucht van de stad. Al die smogdeeltjes opvangen. Smog bestaat voor 42 procent uit koolstof. Als je het onder hoge druk zet, kun je er sieraden van maken. Blinkende manchetknopen.

Het stadsbestuur realiseert zich dat vervuiling een groot probleem is. Kom er voor uit en dóé er iets mee, zegt hij. Maak van een probleem juist je potentie.

Omdat zijn bedrijf hier is gevestigd, zal Rotterdam een proeftuin worden voor Roosegaardes ideeën. Afgelopen jaar kreeg hij internationale waardering voor de natuurlijke glow op het fietspad bij Nuenen, waar Vincent van Gogh woonde en werkte. Nu wil hij ook bomen laten glanzen.

Lichtgevende bomen op de Mathenesserlaan. Kan het? Roosegaarde denkt van wel. Hell yeah. Hij is verslaafd aan duiken, aan het bestuderen van jellyfish, vissen die van zichzelf licht geven. Het lukte het Design Lab van Roosegaarde om die natuurlijke lichtelementjes in plantjes te plaatsen. Zo kun je bomen een glans geven. Zonder stroom, zonder kabels, zonder onderhoud. Holy shit. Over twee jaar kan het zover zijn: een laan met energieneutrale, lichtgevende bomen.

Hij is geboren in Nieuwkoop. In zijn studententijd woonde hij een periode in Rotterdam. Roosegaarde studeerde architectuur aan het Berlage Instituut. Wat hij zich nog herinnert uit die periode? Dat Rotterdam bruut was. Het overviel hem. Rotterdam vraagt niet, het neemt van je. Hij heeft de beelden van vroeger op zijn netvlies. Dat op de Nieuwe Binnenweg – waar hij woonde – een man werd opgepakt met een doorgeladen uzi. Dat hij zijn vriendinnetje altijd van het station moest halen. Dat het niet comfortabel was. Nu wel. Als hij wil nadenken is hij in de buurt van de Maas, als hij contact zoekt, loopt hij naar de Witte de Withstraat en omgeving.

Een lofzang op Rotterdam wil hij niet houden. Hij is huiverig voor dat platte „god, wat doen we het allemaal goed hier”. Trots is mooi, maar het gaat erom wat er nog meer moet komen. Niet alleen bevestigen wat er al is.

Rotterdam is een moderne stad. Er hangt hier minder sentiment voor het oude. Dat is elders vaak een probleem. De stad heeft focus op wat er nog moet komen. Dat heeft iets maagdelijks. Rotterdam heeft de ballen voor nieuwe ideeën, dat merkt hij.

Roosegaarde vergelijkt de huidige wereld graag met de digitale camera die nog steeds het geluidje heeft van een analoge camera: de mogelijkheden van de toekomst maar het sentiment van het oude. Vals sentiment, je hebt er geen fuck aan.

Trekt de nuchtere Rotterdammer de droombeelden van die Meneer Rozenbottel wel?

Hij noemt Rotterdammers MAYA’s; Most Advanced Yet Acceptable. Het mag allemaal nieuw zijn, maar niet té. Op het randje. Een te groot utopia, daar geloven ze niet in. Het zal af en toe clashen, tussen zijn ideeën en de stad. Hij wil mensen kietelen en gekieteld worden.

Hij kijkt nog een keer uit over de stad. Roosegaarde voelt zich nog een relatieve buitenstaander, maar hij ziet onbegrensde mogelijkheden. In Rotterdam, de stad die zich zo vaak moest verdedigen voor het moderne imago. Hij ziet daar juist schoonheid in. Van jongs af aan is hij sneller verliefd op gebouwen en plekken dan op meisjes.

De lift zet ons neer op de begane grond. De Maas aan onze voeten. Met een simpele draagtas – voor het hoognodige en zijn laptop – loopt Roosegaarde naar buiten. De wind vangt zijn colbert. Hij is eigenlijk te koud gekleed. Het deert hem niet.

De wereld aan zijn voeten. Zijn wereld aan onze voeten.

De afgelopen nacht zat hij in een snelle watertaxi. Dan voelt hij echt dat hij in een grote stad is. Je bent buiten de stad maar er tegelijkertijd middenin.

Waar hij vanavond slaapt? Hij weet het nog niet. Plezierig. Het idee altijd onderweg te zijn. Als een sjieke zwerver vliegt hij over de wereld. Met een hoofd vol ideeën. Niet alleen voor Nederland. Geen begrenzing. 17 miljoen mensen is één Shanghai. Dus niet te klein denken, graag. Waarom zou je? Are you crazy?