In Oxford wordt vijf ton voedsel per week gered voor de armen

Steeds meer Britten hebben niet genoeg geld om eten te kopen.

David Cairns (l.) en Robin Aitken van de Oxford Food Bank, waar per dag zo’n 1.500 maaltijden worden verspreid via zestig liefdadigheidsinstellingen.
David Cairns (l.) en Robin Aitken van de Oxford Food Bank, waar per dag zo’n 1.500 maaltijden worden verspreid via zestig liefdadigheidsinstellingen. Foto Andrew Walmsley

Een loods aan de rand van de stad, ingeklemd tussen een autobandengarage en een tegelleverancier. Dit is niet het Oxford van inspecteur Morse, met een decor van prachtige universiteitsgebouwen en keiensteegjes.

In dit Oxford staan de pakken Rice Krispies manshoog opgestapeld. Megablikken bonen in een andere toren. Aardappelen, appels, aardbeien. Dozen vol bananen. In een ijskast olijven, tientallen fruityoghurtjes, dure smoothies, abrikozen. Net over de verkoopdatum, te veel besteld, met een misdruk op het etiket.

„Kijk, deze appels. In ééntje zit een deuk”, zegt David Cairns terwijl een pakje met vier granny smiths in folie toont. Als hij en Robin Aitken dit eten niet zouden verzamelen – en belangrijker, het zouden weggeven aan zestig liefdadigheidsorganisaties in een straal van 24 kilometer – zou het worden weggegooid. Zo’n vijf ton aan bruikbaar eten per week gaat zo naar daklozen, asielzoekers en kwetsbare kinderen.

Overtollig voedsel

„Onze boosheid kent geen grenzen. We weten dat honderdduizenden tonnen prima eetbaar voedsel, dat eufemistisch ‘overtollig’ wordt genoemd, tegen hoge kosten wordt vernietigd, terwijl het de honger in onze samenleving kan uitbannen”, concludeerde onlangs een Lagerhuiscommissie.

Want net als in andere Europese landen steeg ook in het Verenigd Koninkrijk het aantal mensen dat gebruikmaakt van een voedselbank. De Trussell Trust, die vierhonderd van de naar schatting achthonderd voedselbanken runt, zegt dat vorig jaar 913.138 mensen een noodpakket (met eten voor drie dagen) kregen. Een jaar eerder waren dat er 346.992.

Eendrachtig hadden alle partijen, in samenwerking met de Church of England, onderzocht hoe honger vóór 2020 kan worden uitgebannen. Opvallend eensgezind, aangezien Labour de regering er normaliter van beschuldigt dat zij de oorzaak van het hongerprobleem is door de fikse bezuinigingen op de bijstand. Maar, concludeert de commissie: „We onderschrijven niet de gedachte dat er meer met geld moet worden gesmeten zodat de behoefte aan voedselbanken van het ene op het andere moment niet meer bestaat.”

Wel suggereert zij dat uitkeringen sneller moeten worden uitbetaald – nu zitten er soms zestien dagen tussen aanvraag en uitkering – en dat er een einde moet komen aan het stopzetten van en korten op de bijstand of belastingvoordelen als sanctie, bijvoorbeeld als de uitkeringstrekker zich niet heeft gemeld bij het arbeidsbureau. Dat zijn de meest voorkomende redenen waarom er van voedselbanken gebruik wordt gemaakt.

„Als mijn uitkering snel, volledig en op tijd was betaald, had ik voor mijn eigen levensonderhoud kunnen zorgen”, zei Jack Monroe, een alleenstaande moeder wier blog over hoe je rondkomt van 10 pond per week symbool werd voor het hongerprobleem, tegen de commissie.

Maar het meest choquerend noemde de commissie „dat slechts 2 procent van de overtollige etenswaar naar liefdadigheid gaat”. Jaarlijks wordt 4,3 miljoen ton eten vernietigd. David Cairns laat het probleem zien: een grote vuilnisbak vol voorgesneden, inmiddels bruine en slijmerige sla. Zelfs de Oxford Food Bank kan er niets meer mee. Het gaat terug naar de voedseldistributeur van wie ze het kregen. „Voor de varkens”, zegt hij.

Het meeste eten wordt dankbaar aangenomen. Cairns vertelt hoe er onlangs zakjes rijst aankwamen. Voor een Thais maaltijdpakket dat bestond uit rijst, kokosmelk en kruiden. „Alleen was er een tekort aan kokosmelk, dus konden die pakketten niet worden verkocht. Wij kregen de rijst.” Hij zegt: „Vandaag zal er veel aspergesoep worden gegeten. De supermarkten kregen de asperges midden in de winter niet verkocht.” Hij schat dat de Oxford Food Bank indirect zo’n 1.500 maaltijden per dag verzorgt.

Ze begonnen vijf jaar geleden te leveren aan vijf liefdadigheidsinstellingen, nu zijn het er zestig. Op de gaarkeuken van een non na gaat het om instanties waarvoor eten verschaffen niet de primaire taak is. „Maar ze zagen de vraag naar eten stijgen, en besteedden daar een steeds groter deel van hun toch al slinkende budget aan”, zegt Robin Aitken.

Eten of een iPhone

Geen van beide mannen wil zich mengen in de discussie over de oorzaak van het groeiende aantal voedselbankklanten. „Ik denk dat onze donateurs politiek gezien aan de rechterkant zitten, en onze vrijwilligers aan de linkerkant”, zegt Cairns. Aitken: „Honger is er altijd geweest. Veertig jaar geleden was de honger in de mijnstreek waar ik werkte aanzienlijk erger dan die nu hier. Alleen zorgden toen de kerk, vrienden en familieleden voor de armen.” Cairns: „Voor de generatie van onze ouders was eten op tafel de eerste zorg. Nu moeten er ook iPhones worden betaald.” Aitken: „Je begeeft je op glad ijs…”.

Het toont de moeilijkheid van de discussie. De eensgezindheid van de partijen bij de presentatie van het Lagerhuisrapport was enkele uren later al voorbij. Barones Anne Jenkin, een van de opstellers van het rapport, zei dat een deel van het probleem is dat „arme mensen niet weten hoe ze moeten koken”. Oud-minister van Onderwijs Michael Gove zei te betwijfelen of voedselbankklanten wel kunnen omgaan met geld. Staatssecretaris van Bijstand Lord Freud suggereerde dat er meer klanten waren omdat de voedselbanken meer in het nieuws waren.