In Hamburg afteren ze op de vismarkt

Geen geld of tijd om naar de andere kant van de wereld te reizen? Dan kan je ook binnen vier uurtjes in Hamburg zijn en een broodje eten op de vismarkt. Hamburg heeft het ruige van Berlijn in een rijk jasje.

Ook al ligt Hamburg 80 kilometer van zee, in de stad heerst een nostalgisch zeemansgevoel. Foto’s Sascha Niethammer
Ook al ligt Hamburg 80 kilometer van zee, in de stad heerst een nostalgisch zeemansgevoel. Foto’s Sascha Niethammer

Een wat oudere meneer punnikt wat gegeneerd aan de mouw van zijn keurige, blauwe windjack. Hij ruikt nog fris, zijn haar is gekamd. Hij kijkt de markthal van de Hamburgse vismarkt in. Je ziet hem denken: ben ik hier nou zo vroeg voor opgestaan? Was hij nou maar een uurtje later gekomen, dan waren die feestgangers als sneeuw voor de zon verdwenen. Voor hem danst een zooitje ongeregeld op de tonen van de zestig- en zeventigerjaren covers van Volker Frank & The Bubble Gums, de band die er al sinds jaar en dag speelt.

De vismarkt in Hamburg is in de vroegste uurtjes van de ochtend vooral het domein van de nachtbrakers die net uit de disco’s en kroegen rollen, rond een uur of zeven nemen toeristen de overhand.

De man behoort overduidelijk tot de categorie schon wach, al wakker. Voor hem dansen de mensen uit de andere groep bezoekers, de nog wakkeren. Ze stinken naar rook, zweet en alcohol, zien wat bleek, dansen niet meer helemaal lekker in de maat. Aan de overkant van de rivier de Elbe twinkelen de lichtjes in de haven in het oranje licht van de zonsopkomst. Ze hebben al de hele nacht gefeest, maar de stokoude markt in de wijk Altona heeft hen toch naar de kade gelokt.

Voor de feestgangers is er passend eten in overvloed. Frietjes, gefrituurde vis of aardappels met spiegelei, in een poging de naderende kater buiten de deur te houden. Maar de markt is verreweg het bekendst om zijn Fischbrötchen: broodjes gevuld met garnalen, zure haring, zalm en gerookte paling. Je kan er zelfs Hollandse haring met uitjes krijgen, zij het wel in een hard broodje in plaats van zo’n zompig, maar stiekem heel lekker, wit puntje.

Vis per kilo is er op de markt zelf haast niet meer, de traditionele viskramen die er sinds 1703 hun handel uitventten, zijn nu overschaduwd door de groenteboeren en toeristenkramen. Maar toch is de vismarkt niet helemaal verworden tot toeristische attractie en voederplaats voor hongerige dronkenlappen.

Rijk dankzij de haven

Want rondom het massieve oude gebouw heerst een nostalgisch zeemansgevoel waar Hamburgers dol op zijn. De Hanzestad ligt tachtig kilometer van zee, maar in de stad heerst toch nog een zeemanscultuur. Het geeft niet dat de vis die er verkocht wordt al lang uit de diepvries komt, en niet meer van kotters die na een barre tocht zijn aangemeerd aan de oevers van de Elbe. Hamburgers zien het graag omdat het ze herinnert aan de bron van de rijkdom van de stad: de haven.

Want rijk is het. Hoe dichter je bij het centrum komt als je het water volgt, hoe duidelijker het wordt dat hier het geld nog altijd tegen de plinten klotst. Tegen het stadsdeel waar de oude havenpakhuizen staan, de Speicherstadt, ligt nu ook Hafencity, een nieuw stadsdeel dat tegen de negentiende-eeuwse pakhuizen aangeplakt zit. De moderne, dure huizen liggen dan wel aan het water, net als in Nederland een teken dat je goed geboerd hebt, maar ze zijn ook een tikje kil in al hun nieuwheid. Misschien dat het gebrek aan zeebonkigheid het stadsdeel wel extra impopulair heeft gemaakt bij veel Hamburgers. Hier wordt niet geleefd, is het meest gehoorde commentaar.

De Reeperbahn, ‘s avonds laat dé plek

In essentie is Hamburg een stad die enorm gesteld is op dat rauwe randje. De stad heeft net als Berlijn iets ruigs. Maar waar Berlijn vooral bohémien is, heerst er in Hamburg eerder een soort hedonistische, je leeft-maar-één-keer mentaliteit.

Niet voor niets is de Reeperbahn, met haar verlopen tippelaarsters met hun Uggs en buiktasjes, vieze snackbars en seksshops, dé plek ’s avonds laat. Want ja, het ziet eruit als een soort vervallen Las Vegas, badend in neonlicht, bevolkt door onaangename types die je proberen hun schmutzige tenten in te lokken. Maar het is de schil waar je doorheen moet bijten, in de straten en steegjes is het goed feesten.

Zoals op de Hamburger Berg, een zijstraat van de Reeperbahn, waar de feestgangers in panden die half op instorten staan goedkoop bier uit hun flesjes lurken, tot de vogels fluiten. Bij mooi weer staan de feestgangers op straat, want rondom de Reeperbahn maalt niemand om terrasregels. Ook niet om sluitingstijden trouwens.

Als je moe begint te worden, dan hoef je op zondagmorgen alleen nog maar heuvelaf voor de visbroodjes op de vismarkt. Een fijne cooling down, en dankzij dat spiegelei met aardappel valt de kater misschien wel mee.

Door de taxichauffeurs in Hamburg wordt de vismarkt ook wel de lijkenmarkt genoemd. Vanwege de vermoeide alcoholisten en toeristen op leeftijd die erop afkomen. Inderdaad heeft het uitgaanspubliek wat zombieachtigs. Of is dat eerder een kenmerk van een zeemansstad?