‘‘(...)’’ Iets levends dat op iets ander levends voortgroeit ‘‘(...)’’

In een aangenaam bijdehand interview dat online te vinden is legt Roelof ten Napel uit waar zijn weerzin tegen de meeste belletrie vandaan komt. ‘Als je veel leest, wen je aan hoe schrijvers taal inzetten om te bereiken wat ze willen.’ Het is het soort literatuur dat hem aan een ‘invuloefening’ doet denken, met als hoogste doel de ontroering van de lezer. De kop boven het stuk: ‘Ik word moe van normale boeken’.

De piepjonge schrijver (geboren in 1993) gooit het in zijn debuut inderdaad over een heel andere boeg. Het is niet eens duidelijk welk genre hij met Constellaties bedrijft, want een duidend woord als ‘roman’, ‘verhalenbundel’ of ‘novelle’ is nergens rondom of binnenin het boek te vinden. De uitgever geeft ons alleen het woord ‘proza’ mee.

Maar is het proza? Je krijgt hier en daar de indruk poëzie te lezen. Andere pagina’s in het boek worden in beslag genomen door louter leestekens. “(...)”. U zou het niet verwachten, maar ik citeerde zojuist een complete pagina van Constellaties. In een soort voetnootje onderaan die pagina staat te lezen dat de twee haakjes en drie puntjes slaan op “SN1006, een gastster in Lupus”.

Heel voorzichtig zeg ik dat in Constellaties over betekenis toekennen en (veronderstelde) onafhankelijkheid wordt geschreven. Ten Napel laat zijn personages (als je daar al van mag spreken, hij houdt ze bewust klein) punten met elkaar verbinden om ze vormen aan te laten nemen waar we als mensen mee uit de voeten kunnen. Zoals we bij een heldere hemel sterren met elkaar verbinden om er zo een steelpan (altijd weer die steelpan) in te zien, zo laat Ten Napel iemand mijmeren over het aan elkaar verbinden van bungelende kersen. Wie dat doet ziet natuurlijk geen kersenboom meer.

Ook Ten Napel zelf bedient zich als schrijver van zulke ‘constellaties’. De stukjes proza worden telkens onderbroken door citaten van andere schrijvers. Het lijken de leesbronnen te zijn waar Ten Napels eigen prozaconstellaties uit voortvloeiden. Niet voor niets komen er veel planten en bomen in het boek voor, en valt geregeld het woord ‘ent’: iets levends dat op iets anders levends voort groeit. Niets is uniek, authenticiteit is een illusie, lijkt Ten Napel te willen zeggen, ook het eigen spreken is een vervormde vorm van napapegaaien.

Constellaties lezen is als een bezoek aan een laboratorium. Overal borrelende en bruisende vloeistoffen, met aan je zijde een hele luie laborant die weinig zin heeft om ze voor jou, leek, te ontsluiten. Vul de puntjes zelf maar in.