Het lukt keizer Nys niet meer, zelfs niet op zijn eigen berg

De Belgische veldrijder Sven Nys (38) is een grootheid in eigen land. Voor het eerst in zijn loopbaan zit hij in een vormcrisis. De oorzaak? Hij lijdt onder de scheiding van zijn vrouw.

Sven Nys werd gisteren vijfde in zijn eigen veldrit op de Balenberg in zijn woonplaats Baal, ten zuidoosten van Antwerpen. De wedstrijd wordt sinds 2000 georganiseerd, Nys won twaalf keer.
Sven Nys werd gisteren vijfde in zijn eigen veldrit op de Balenberg in zijn woonplaats Baal, ten zuidoosten van Antwerpen. De wedstrijd wordt sinds 2000 georganiseerd, Nys won twaalf keer. foto’s Andreas Terlaak

Ferre Salien (8) trappelt ongeduldig heen en weer op zijn blauwe laarzen. Met zijn groene brilletje staat het ventje tegen het dranghek gedrukt, wachtend op het moment dat zijn held voorbij komt gefietst. Een petje van Sven Nys op zijn hoofd en een iets te wijde jas om zijn lichaam waar ‘Supportersclub Sven Nys’ op staat. Is hij een grote fan? Domme vraag, natuurlijk is hij dat. Ferre draait zich even om. „Ik ben zijn buurman”, zegt hij licht geprikkeld.

Zijn vader knikt. Ze zijn de trotse buren van Sven Nys, veldrijder van beroep en volksheld in Vlaanderen. „We zien hem niet vaak. Hij is altijd op reis, als hij thuiskomt vertrekt hij weer.”

Hij kan nog net zijn zin afmaken, want dan komt de hoofdpersoon langs geracet. De wereld lijkt even stil te staan. Er wordt gegild, geschreeuwd, gejuicht. Aanbidding van de keizer op zijn eigen berg. „Hola hola, hij ligt op kop”, jubelt een oude man emotioneel als Nys aanvalt.

De Balenberg in het dorpje Baal, 45 kilometer ten zuidoosten van Antwerpen. Dit is Sven Nys-land. De Sven Nys-gekte slaat hier op Nieuwjaarsdag traditioneel toe. Dan wordt de Grote Prijs Sven Nys gereden, een veldrit in een reeks van acht wedstrijden die uit eerbetoon is vernoemd naar de levende legende. Het spektakel wordt live uitgezonden op de Belgische televisie. Veldrijden is in België qua populariteit vergelijkbaar met schaatsen in Nederland.

Bier en frieten

De coureurs ploegen zich door de gladde blubber op de bospaadjes. Ruim 11.000 toeschouwers langs het parcours, bier en frieten in de hand, kaplaarzen om de voeten. Van de gewone man tot de elite, iedereen komt hier, de kou en modder trotserend. Vaders met zonen, moeders die hun baby bij zich dragen, mannen op leeftijd die intens genieten.

Oudejaarsavond wordt mondjesmaat gevierd in Baal en omgeving – fans en vrijwilligers sparen zich voor de dag erop, voor ‘hun’ koers van het jaar.

Ze komen hoofdzakelijk voor Sven Nys. De Kannibaal van Baal domineerde het veldrijden de afgelopen tien jaar en won alles wat er te winnen viel. Maar zijn gezag is in verval. De 38-jarige kampioen ploetert zich door het seizoen. Het Belgische veldrijden is in rep en roer, ze herkennen hun held niet meer terug.

Het lukt Nys zelfs niet meer te triomferen in zijn eigen wedstrijd, die hij sinds de eerste editie in 2000 twaalf keer won. Vijfde wordt hij in zijn achtertuin. Nieuwe, jonge sterren als de 20-jarige Belgische winnaar Belg Wout Van Aert en de 23-jarige Nederlander Lars van der Haar (tweede) rijden hem eruit.

Wonderen

Modderspetters bedekken zijn imposante benen als Nys na de finish van zijn fiets stapt. Bijna verontschuldigend voor zijn vijfde plaats staat hij de pers te woord. „Uiteraard wil je in je eigen dorp meer. Ik heb het geprobeerd”, zegt hij kalmpjes. „Er ontbreekt momenteel iets om het verschil te kunnen maken. Ik kan geen wonderen verrichten.” Wat mist er dan precies? „Een stukje kracht, een stukje conditie.”

In het verleden crosste hij met overmacht de heuvel op, spelend met zijn concurrenten. „Nu begin ik onderaan de klim en denk ik: oeh, dit is nog ver naar boven. Dat is het verschil.”

Het is voor het eerst in zijn loopbaan dat hij zo’n moeilijke periode doormaakt, zegt Paul Van Den Bosch, die Nys sinds 2003 traint. „Elke sportman overkomt zoiets. Het is uitzonderlijk dat het bij Sven pas zo laat in zijn loopbaan gebeurt.”

Oorzaken genoeg voor de vormcrisis: zijn veelgeprezen motor mist momenteel power, zijn leeftijd begint een rol te spelen en er zijn veel nieuwe talenten die opstaan. Maar er is meer aan de hand. Nys heeft privéproblemen: in augustus kwam na twaalf jaar een einde aan zijn huwelijk met Isabelle – met wie hij een zoontje heeft, Thibau.

De Belgische media doken erop. Dat kost kracht, zegt Van Den Bosch. „Dat zijn allemaal energielekken. Op den duur kan dat iets te veel worden.” Naar de buitenwereld houdt Nys verborgen dat hij een mentale tik heeft gekregen van de scheiding. Maar zijn prestaties lijden onder het verdriet, zegt Rudy De Bie, bondscoach van de Belgische veldrijders

Groenteboer

Isabelle, dochter van de groenteboer uit de buurt, was belangrijk voor zijn carrière. „Zij maakte dat zijn leven makkelijker was”, zegt Van Den Bosch. Zij zorgde ervoor dat hij zich volledig op zijn loopbaan kon richten.

„Samen met Thibau vormt zij de rots is mijn branding. Zonder hen zou het me niet lukken”, schrijft Nys in zijn autobiografie Ik, Sven Nys (2006). „De rust en het geluk dat ik thuis vind, vormen de basis van mijn succes als renner.”

Nys moet nu organisatorische zaken regelen die vroeger voor hem gedaan werden, zegt Michel Wuyts, wielercommentator voor de Belgische omroep VRT. „Financiën, tickets boeken voor vluchten, koken. Dat deed zijn vrouw allemaal voor hem.”

Maar schrijf Sven Nys niet af, zegt zijn trainer. Hij heeft nog veel honger naar resultaten. Volgend seizoen wordt zijn laatste jaar, heeft Nys aangegeven. Een afscheidstournee wacht. Wuyts: „Hij gaat niet als verliezer uit deze sport stappen. Hij komt niet tot rust voor hij nog een grote overwinning binnenhaalt.”

Dat bezetene zit in hem, zegt Wuyts. „Als Nys op het podium staat zie je hem denken: was ik hier al maar weg, zat ik maar op mijn trainingsfiets.” In zijn boek beschrijft Nys hoe hij in 2005 een dag na zijn eerste wereldtitel het liefst gewoon weer gaat trainen – terwijl hij in die dagen bij de koning, de premier en de minister van Sport wordt verwacht.

Wuyts: „Ik heb heel veel sporters gekend die er veel voor deden, maar weinigen gekend die er zoveel voor lieten. Nys heeft er alles voor gelaten. Hij moet nog altijd aan zijn eerste glas alcohol nippen.”

Nog één seizoen. Dan is het over. Tot die tijd rijdt Nys rond als een halve heilige.