Het betere pofbroekgevoel en een fikse neusverkoudheid

Tosca Niterink en haar dans- en wandelpartner Anita Janssen roeien, wandelen en scooteren de Ganges af. Ze doen op de Achterpagina wekelijks verslag.

We hebben een vriendin zonder armen en ze borduurt met haar voeten.
We hebben een vriendin zonder armen en ze borduurt met haar voeten. Foto Anita Janssen

Lieve mensen, een heel gelukkig Nieuwjaar toegewenst, vanuit Haridwar aan de Ganges. Onze ‘trip’ of beter gezegd ‘missie’, het volgen van de godganse Ganges, is pas een paar dagen geleden echt goed begonnen. De reden: we zijn afgelopen twee weken voornamelijk beziggeweest om zo dicht mogelijk bij het startpunt van onze expeditie te komen, de bron van deze rivier. Dat ging allemaal tegen de stroom in, zeg maar, en dat telt allemaal eigenlijk nog niet mee. Dat neemt niet weg dat het een slopende en hachelijke onderneming was. Vanuit bedevaartplaats Rishikesh, het yogacentrum van de wereld zeggen ze (we hebben inderdaad op een schuimrubber matje liggen ademen en rare houdingen aangenomen, het betere pofbroekgevoel opgedaan en onderwijl een fikse neusverkoudheid opgelopen van een Duitse medecursist), zijn we de Himalaya ingetrokken. Met een gammele jeep, dat kan niet anders, want alles is hier gammel. Gelukkig is er in elk bergdorp wel iemand met een waterpomptang die met een moeilijk gezicht sleutelbewegingen maakt in de motorkap.

De Ganges is prachtig zoals hij in de diepte meandert als een klare beek, diepblauw – je kent het wel uit de liedjes, „daar ruist een blanke waterval”. Maar ook misselijkmakend doodeng, als je moet uitwijken voor een tegenligger, tot aan de uiterste rand van de afgebroken weg. Althans onze chauffeur wijkt uit, we hadden immers een chauffeur die elke minuut een keer uit het raam fluimde. De man vond het ook spannend denk ik. Met twee van die gillende ouwe wijven achterin.

Twintig kilometer voor de Gangotrigletsjer, waar de Ganga ontspruit, konden we niet verder omdat de weg geblokkeerd was door sneeuw en ijs en omdat onze neusverkoudheid was uitgegroeid tot een fikse griep. De Kerst hebben we vervolgens doorgebracht in het nabijgelegen bergdorp Dharali, met koorts zonder verwarming, onder zes dekens. Ze hadden daar een drankje voor ons: Ram Ram.

„Ram Ram?”

Enfin, bleek dat ze gewoon rum bedoelden, 60%, dus erg veel kunnen we ons niet meer herinneren van deze overigens hartstikke witte Kerst! Hebben een gat in de bevroren Ganges gehakt en een flesje met honderd procent helder water gevuld. Die geven we aan het eind terug aan de rivier. Leuk idee hé?

Zijn via Harsil, Uttarkashi, Rishikesh, met jeep en tuk tuk aangekomen in Haridwar. Sprookjesachtig bedevaartsoord, waar elke avond honderden Indiërs een bad nemen in de rivier, zich onderwijl vasthoudend aan kettingen om niet meegesleurd te worden door de sterke stroming. Er wordt gezongen en gebeden en er gaan duizenden mandjes van bladeren met kaarsjes de rivier in. Eigenlijk mag dat niet meer vanwege de vervuiling, maar ze kunnen het niet laten! Hier en in Rishikesh worden ook al lijken verbrand bij het water.

Wat moet ik nog meer schrijven? O ja! We hebben een vriendin zonder armen en ze borduurt met haar voeten en er hangt een aap aan een elektriciteitssnoer boven mijn hoofd met kloten als gekookte rode bieten en... ik kan deze hele krant wel vol schrijven met wat ik zie. Tot volgende week!