Gewetenloos opportunisme hield in de VS de deksels op de nazibeerputten

Na WO II zette de CIA ex-nazi's in om de Russen, de nieuwe vijand, te bespioneren. Naziwetenschappers bewezen de VS nuttige diensten. Oorlogsmisdaden vormden geen bezwaar, tot de jaren zeventig.

Een Amerikaanse raket, gebaseerd op de Duitse V2-raket, vliegt boven White Sands, New Mexico, waar Duitse ingenieurs werkten, 16 april 1946
Een Amerikaanse raket, gebaseerd op de Duitse V2-raket, vliegt boven White Sands, New Mexico, waar Duitse ingenieurs werkten, 16 april 1946 Foto ANP

Als het vorige maand gepubliceerde Senaatsrapport over de martelpraktijken van de CIA één ding duidelijk maakt, dan is het dat CIA’ers in veel gevallen heel goed wisten dat martelen verkeerd was en beseften dat ze de wet overtraden. Maar dat was geen reden om het niet te doen. Het doel heiligde de middelen en daarbij vielen morele en wettelijke grenzen weg.

Hoe diep deze karaktertrek in de CIA geworteld is, blijkt uit The Nazi’s Next Door. How America Became a Safe Haven for Hitler’s Men van New York Times-journalist Eric Lichtblau. Het beschrijft hoe de dienst na de Tweede Wereldoorlog zo’n duizend ex-nazi’s inzette om de Russen te bespioneren en tientallen een nieuwe identiteit en een nieuw leven verschafte in de VS. De eerste CIA-baas, Allen Welsh Dulles, die tijdens de Tweede Wereldoorlog vanuit Zwitserland de Amerikaanse spionageactiviteiten in het bezette Europa overzag, kan gelden als de grondlegger van deze karaktertrek: ‘Een inlichtingenman moet vrij zijn om met de duivel zelf te praten’, vond Dulles, ‘als hij de kans ziet bruikbare informatie te verkrijgen voor het voeren of beëindigen van de oorlog’.

Bewijs voor banden tussen de nazi’s en de CIA komt al sinds de jaren zeventig naar buiten, en in de jaren tachtig en negentig werden in de VS in geruchtmakende processen nazikopstukken ontmaskerd die rustig van hun pensioen genoten in provinciestadjes.

Toch is The Nazi’s Next Door een verbijsterend boek. Vrijgegeven dossiers, waarin Lichtblau inzage kreeg, bieden meer details, en zelf biedt de auteur context en inzicht. Zo ondergraaft hij ideeën waarmee Amerikanen zichzelf lang konden sussen. Het idee bijvoorbeeld dat de 1600 Duitse wetenschappers, die in ‘Project Paperclip’ of ‘Operation Paperclip’ door de VS naar Texas waren gehaald en daar werkten aan de Amerikaanse ruimtevaarttoekomst, niets wisten van de slavenarbeid, mishandeling en ophangingen in de V2-fabriek annex concentratiekamp Dora-Mittelbau waar ze vandaan kwamen.

Lichtblau beperkt zich niet tot de nazi’s in Amerika (hij schat hun totale aantal op tienduizend). Hij beschrijft ook hoe de advocaten en journalisten die hen vanaf de jaren zestig probeerden te ontmaskeren aanvankelijk stuitten op muren van desinteresse (bij journalistiek en publiek) en obstructie (bij de geheime diensten). Onderzoeken liepen steeds dood omdat de CIA en de FBI informatie achterhielden, het bestaan ervan ontkenden of verdachten hielpen ontsnappen naar Latijns-Amerika. Pas na het hoogtepunt van de Koude Oorlog en met de komst van een nieuwe generatie, begin jaren zeventig, konden de deksels van de beerputten.

Wie de recente strijd rondom de publicatie van het Senaatsrapport heeft gevolgd herkent in dit boek helaas vertrouwde elementen: ideologische verblinding en arrogantie aan de top van regering, leger en geheime dienst en Kaltstellen van critici die fundamentele zaken aan de orde stellen.

Maar de grondtoon van de geschiedenis die Lichtblau uit de doeken doet, is misschien nog universeler: onbeschaamd opportunisme. De oorlogsmisdadigers schetst hij als overlevers, gewetenloos door dat opportunisme. Mannen die als twintigers moorden in de nazitijd, zich als veertigers compleet transformeren tot model-Amerikanen en die alleen al daarom geschokt en woedend zijn als de waarheid ze op bejaarde leeftijd achterhaalt.

Geopolitiek opportunisme

Bij de gezagsdragers wijken morele, ethische en juridische vragen steeds voor geopolitiek opportunisme: ‘We wisten wat we deden’, zei bijvoorbeeld Harry Rositzke, een CIA’er die in de jaren vijftig vanuit München de Russen in de gaten hield. ‘Het was zaak iedere klootzak te gebruiken zolang hij maar anti-communistisch was’.

Sommige CIA-spionnen waren nazi’s van het hoogste niveau. Lichtblau licht twee van hen uit. De Wit-Rus Tom Soobzokov uit New Jersey, die op de Kaukasus tienduizenden Joden uit hun huizen haalde en hun executie beval. Het proces tegen Soobzokov, het eerste naziproces in de VS, werd in 1979 afgelast omdat de CIA in 1952 al wist dat hij een nazi was, maar hem toch aannam.

Een andere sleutelfiguur was Otto von Bolschwing, een hoge SS-officier en naaste medewerker van Adolf Eichmann. Als beloning voor ‘zijn loyale naoorlogse diensten en gezien de onschadelijkheid van zijn (nazi)partij-activiteiten’ zorgde de CIA ervoor dat hij en zijn gezin in 1954 vanuit Wenen naar New York konden verhuizen toen de grond Von Bolschwing in Oostenrijk te heet onder de voeten werd.

Erg betrouwbaar als spion waren de twee overigens niet. Von Bolschwing liet eens een koffer vol foto’s en geheime informatie in een Europese trein staan. Tom Soobzokov schepte op een missie in het Midden-Oosten openlijk op over zijn banden met de CIA. De dienst ontsloeg hem uiteindelijk eind jaren vijftig. Niet omdat hij een nazi was, schrijft Lichtblau snijdend, maar omdat hij onbetrouwbaar bleek: ‘Een ex-nazi zijn was acceptabel, zolang hij maar kon bewijzen dat hij een eerlijke en betrouwbare ex-nazi was.’

Von Bolschwing kreeg het benauwd toen in 1960 zijn voormalige baas Eichmann werd gearresteerd. Toch zou het in de VS nog een jaar of tien duren voor de echte ontmaskering begon. Over een pionier van het nazionderzoek, de linkse journalist Chuck Allen, legde de FBI dossiers van honderden pagina’s aan – zijn communistische sympathieën werden schadelijker geacht dan zijn doelwitten.

Pas in de jaren zeventig bereikten publicaties over verborgen nazi’s de mainstream en later de politiek. Pas toen zette een Congreslid haar schouders onder het dichten van lekken in de immigratiewetgeving en onder het opzetten van een speciale antinazi-eenheid bij het ministerie van Justitie (1979). Zij kregen ondanks de obstructie van FBI en CIA gedaan dat enkele tientallen oude oorlogsmisdadigers hun staatsburgerschap kwijtraakten, maar uitzetten bleek vaak veel moeilijker.

Ook was de justitiële kwestie van het vervolgen van oorlogsmisdaden in de jaren zeventig en tachtig een mijnenveld dat migrantengemeenschappen, politiek en publiek diep verdeelde. Lichtblau beschrijft hoe Tom Soobzokov in 1978 op de veranda van zijn huis in New Jersey zit, terwijl aan de ene kant de Jewish Defense League in zijn straat demonstreert met de borden: Dood aan Soobzokov! Aan de andere kant is een tegendemonstratie gaande van Wit-Russen die Soobzokov verdedigen als een pijler van hun migrantengemeenschap.

IJzervreters

De morele verontwaardiging van de Joodse gemeenschap en nazi-jagers in journalistiek en advocatuur staat haaks op de vaderlandsliefde van conservatieve ijzervreters uit de Koude Oorlog. Een extreem geval is Pat Buchanan, lid van de staf van Nixon en Reagan, veelvuldig beschuldigd van antisemitisme, die de wetenschappers van Project Paperclip verdedigt tegen de ‘Nazi-hunters met borsthaar’ die met het uitventen van hun lijden en slachtofferschap de Sovjets in de kaart spelen. Ondertussen schuwen de bestrijders van nazi’s geweld niet: Tom Soobzokov sterft in 1985 na een nooit opgehelderde bomaanslag op zijn huis.

Het kan lang duren voordat een historisch tijdperk echt voorbij is, laat Lichtblaus toegankelijk geschreven en onthullende boek al met al zien. Nog in 1994 probeerde de CIA vervolging tegen te houden van Aleksandras Lileikis. Dossiers van de CIA zelf brachten Lileikis in verband met de moord op 60.000 Joden bij het Litouwse Vilnius.

En pas vorig jaar, in 2013, stopte de Space Medicine Association met het uitreiken van de Strughold Award, genoemd naar Hubertus Strughold, een arts uit Project Paperclip die in de VS gold als ‘de vader van de ruimtevaartgeneeskunde’. Strughold bouwde zijn kennis op, zo was in de jaren zeventig gebleken, door medische experimenten uit te voeren op gevangenen in Dachau.