Een stille winterse dag in 1885

Een hoekje in oud Amsterdam op een stille winterse dag in 1885. Passanten stappen stroef door de sneeuw, die alweer half is weggesmolten van de daken. Gewoonlijk is het hier veel drukker, vandaar de vele muurteksten op het hoekhuis. De bovenste reclame verwijst naar de winkel van W.J. van Elden in badtoestellen een stukje verderop, op Groenburgwal 9. Daaronder de waren van de winkel op de hoek. Het Amsterdam van 1885 was een stad van teer en harpuis, van blackwarnis en wagensmeer. ‘Black varnish’ is zwarte lak, harpuis een harsmengsel voor houten schepen.

Deze plek in de stad lijkt tegenwoordig nauwelijks veranderd. En ook al zijn de huizen gerestaureerd en is de brug – een van de laatste houten ophaalbruggen in de binnenstad – in de jaren ’30 geheel vernieuwd, toch wordt de voorbijganger er bevangen door het gevoel dat de tijd heeft stilgestaan. Er wordt hier veel gefotografeerd. En sinds twee jaar heeft de brug de twijfelachtige eer de Amsterdamse ‘liefdesbrug’ te zijn. Stelletjes bezegelen de tijdloosheid van hun liefde – meestal op weg naar de tweedehands markt op het Waterlooplein – met een hangslotje aan de brugkettingen. Onlangs heeft een Amsterdamse grapjas de trossen slotjes groen gespoten, geheel in de Kerstsfeer.

Johan Martinus Anthon Rieke (1851-1899) was net als zijn vader Johan George Lodewijk Rieke (1817-1898) tekenaar, schilder en verzamelaar. In zijn precieze tekeningen kiest hij vaak voor besloten lege ruimtes in de stad, die hij bevolkt met roerloze passanten, alsof de tijd is stilgezet. Het geeft zijn werk iets onwerkelijks: een stad zonder koetsen, karren en paarden, bevroren in het moment. Rieke verdiende de kost als tekenonderwijzer en werkte ook voor het stadsarchief. „De heer Rieke was sedert een aantal jaren belast met het maken van teekeningen en aquarellen betreffende de veranderingen onzer stad voor het gemeente-archief. In deze hoedanigheid heeft hij veel bijgedragen tot het bewaren voor het nageslacht van Amsterdamsche eigenaardigheden uit dezen tijd”, schreef het Algemeen Handelsblad bij zijn overlijden. Zo documenteerde Rieke het Rasphuis aan de Heiligeweg voor de sloop in 1895 en de huizen die verdwenen voor de doorbraak van de Raadhuisstraat. Het zou nog jaren duren, tot 1914, voordat het archief het verdwijnend Amsterdam in foto’s zou laten vastleggen.

Rieke schreef achterop de tekening: „De Saaihal of het Staalhof in de Staalstraat te Amsterdam 1885”. Voor hem was het onderwerp van de tekening het centraal geplaatste lichte gebouw met de twee lage zijvleugels, waar vanaf de 17de eeuw het Amsterdamse laken werd voorzien van een keurmerk, een lakenlood (een soort metalen zegel). Dit is tevens het gebouw waar ooit Rembrandts schilderij De Staalmeesters hing.