Duo Schudden maakt visuele grapjes om het burgerlijke bestaan van clichéman Henk

Visueel cabaret, hadden we dat al? Anders introduceert het duo Schudden dat, met Henk, het tiende programma dat Emiel de Jong en Noël van Santen (beiden geboren 1973 en al sinds hun schooltijd een duo) samen maken. Bij aanvang van de voorstelling, die in sommige theaterprogramma’s nog Perrongeluk heet, ligt Henk al dood in een uitsparing van een verhoogd, schuin oplopend podium op het toneel. Middenvoor staat een luikje open dat als katheder dient voor de buurman die een lijkrede houdt.

De buurman weet niets van de onopvallend levende Henk in het huis naast hem. Een aanhoudende kuch doorkruist zijn speech en net als hij wat belangrijks zegt raast er een trein voorbij. Dat is het aardige begin van een avond vol trefzekere geluidseffecten en behendig apenkooien met het decor. Het houten podium verrast telkens weer met nieuwe luikjes die transformeren tot tuintje, auto of platenspeler.

Henk is geen reeks sketches, maar één lang verhaal over het leven van de ultieme gemiddelde man, een burgerlulletje. Henk komt zo uit de jaren vijftig: een man met bril en spencer, broodtrommel, een babbelzieke huisvrouw als echtgenote, een domme, bedillerige chef en een middenklasse auto. De dubbeldikke ironie belet niet dat het beeld belegen aandoet. Het leidt ook tot ouderwetse grapjes. Aan het einde leidt de frustratie van deze ‘gekooide leeuw’ tot een aantal wensdromen waarin Henk zich afreageert en zich groter en ruiger maakt dan hij is. Ook dat past het clichémannetje.

Nee, de creativiteit is bij Schudden geheel in de kinderlijk speelse omgang met hun kast vol verborgen trucs en objecten gaan zitten. Dat levert onder meer een poëtische onderwaterscène op, simpelweg door bellen te blazen. Maar die visuele humor kan niet een hele voorstelling dragen.