De oorlog in Afghanistan is allerminst voorbij

Dertien jaar nadat een coalitie onder leiding van de Amerikanen de Talibaan uit de macht verdreef, is de grote internationale Afghanistanoperatie afgesloten. De Afghaanse strijdkrachten, inmiddels 350.000 man sterk, zijn sinds gisteren verantwoordelijk voor de veiligheid in hun eigen land. De grootste militaire operatie uit de geschiedenis van de NAVO is nu afgesloten.

Maar de oorlog in Afghanistan is niet voorbij. President Obama zei deze week in een verklaring wel dat „de langste oorlog in de Amerikaanse geschiedenis tot een verantwoordelijke afsluiting komt”. Maar voor de Afghanen is hoogstens een hoofdstuk afgesloten: de Talibaan en andere gewelddadige groeperingen vechten door. En trouwens ook voor de Amerikanen en hun bondgenoten is de oorlog niet helemaal voorbij. Een nieuwe, kleine NAVO-missie, van zo’n 12.000 manschappen (onder wie een honderdtal Nederlanders), zal achterblijven om Afghaanse militairen en politieagenten te trainen en te adviseren. En de Amerikanen, die opnieuw verreweg het grootste deel van deze nieuwe missie uitmaken, zullen zonodig ook aan gevechtsacties deelnemen en luchtsteun bieden aan de Afghaanse regeringstroepen.

De secretaris-generaal van de NAVO, Jens Stoltenberg, wees er deze week op dat aan de nu afgesloten missie 51 landen deelnamen: behalve alle lidstaten van de NAVO ook veel partnerlanden – in totaal een kwart van alle landen ter wereld. De zogeheten International Security Assistance Force (ISAF) opereerde onder een mandaat van de Verenigde Naties en heeft, zei Stoltenberg, dat mandaat „tegen hoge kosten, maar met groot succes uitgevoerd”. Het aantal eigen manschappen dat sinds 2001 is omgekomen was bijna 3.500, onder wie 25 Nederlanders. Het aantal slachtoffers onder de Afghaanse militairen en politie was overigens nog een stuk hoger: alleen dit jaar al meer dan 4.600.

Of de missie ook een succes genoemd kan worden, is de vraag. Het aanvankelijke doel is bereikt: Afghanistan is geen uitvalsbasis meer voor internationale terreurgroepen, zoals het geval was toen Al-Qaeda er de aanslagen van 11 september 2001 beraamde. Maar toen de NAVO haar militairen over het hele land ging verspreiden om – samen met ontwikkelingswerkers – veiligheid, goed bestuur en democratie te brengen, bleek dat te ambitieus. De levensomstandigheden van veel Afghanen zijn wel verbeterd, maar het land kan nog steeds niet op eigen benen staan. Het is verslaafd geraakt aan hulp. De onveiligheid blijft groot, net als de armoede en de corruptie. En een politieke oplossing voor de oorlog met de Talibaan is niet in zicht. Afghanistan staat voor een heel moeilijk nieuw begin.