Assad kampt met wankel leger

Het Assad-regime heroverde in 2014 enkele grote steden, maar verloor het platteland deels. Het leger kampt met desertie en ontbeert nieuwe aanwas.

Assad brengt oudejaarsavond door met regeringstroepen buiten Damascus. De foto komt van staatspersbureau Sana.
Assad brengt oudejaarsavond door met regeringstroepen buiten Damascus. De foto komt van staatspersbureau Sana. foto AP

De Syrische president Bashar al-Assad bracht oudjaarsavond een zeldzaam bezoek aan het front in het oosten van Damascus. De staatstelevisie besteedde er uitgebreid aandacht aan. Te zien was hoe Assad vestingwerken inspecteert en het avondeten – bonen en aardappelen – nuttigt met zijn soldaten. „Op oudjaarsavond komen families samen, maar jullie besloten hier te zijn om jullie land te verdedigen”, zei Assad terwijl er schoten klonken op de achtergrond. „Ik wil met jullie zijn op deze gelegenheid.”

Het bezoek was bedoeld ter versterking van het moreel, dat na vier jaar oorlog een dieptepunt heeft bereikt. Het leger kampt door verliezen en deserties met een groeiend gebrek aan militairen. Tegelijkertijd zijn er steeds meer tekenen van onvrede onder de bevolking over de manier waarop het regime de oorlog voert. En door de gekelderde olieprijs, die grote financiële gevolgen heeft voor Assads bondgenoten Iran en Rusland, dreigt het regime ook nog in geldnood te komen.

Voor de goede orde: het regime controleert nog altijd zo’n 40 procent van het land en 65 procent van de bevolking. Het afgelopen jaar heeft Assad zijn grip op de grote steden, waaronder Damascus, Qalamoun, Homs en Aleppo, verstevigd. Maar het regime heeft delen van het platteland moeten prijsgeven aan de rebellen. Wat resulteert is een bloedige patstelling.

Volgens het Institute for the Study of War (ISW) is het leger sinds het begin van de oorlog gekrompen van 325.000 tot 150.000 ervaren maar gedemoraliseerde militairen. Ondanks hulp van tienduizenden vrijwilligers uit Iran, Irak en Libanon, strijders van de Libanese beweging Hezbollah en burgermilities is het regime niet in staat grote gebieden te heroveren.

Veel Syrische jongeren voelen er niets voor om te sterven in een uitzichtloze oorlog. Syrië kent een dienstplicht, maar er zijn berichten dat die massaal wordt ontdoken. Volgens lokale activisten houden duizenden jongeren zich schuil op het platteland, buiten bereik van de veiligheidsdiensten. Anderen vluchten naar het buitenland. Om een exodus te voorkomen is het voor mannen die zijn geboren tussen 1985 en 1991 sinds oktober verboden om het land te verlaten.

Om zijn troepenaantallen op peil te houden valt het regime terug op massale arrestaties van mannen in de dienstplichtige leeftijd. Militairen houden bussen aan en vallen cafés binnen die populair zijn bij jonge mannen. Ook studenten, die voorheen waren uitgesloten van militaire dienst, worden opgepakt. Het regime heeft controleposten opgezet bij universiteiten. Het ISW meldt dat veel studenten weer thuis slapen sinds de beheerders van de slaapzalen lijsten met namen gingen opstellen.

De zware verliezen aan het front en de grove middelen om jongeren te rekruteren hebben veel woede gewekt bij de bevolking. De eerste tekenen van onvrede kwamen in augustus, nadat strijders van IS een luchtmachtbasis in de provincie Raqqa veroverden en 160 alawitische militairen executeerden. De slachting leidde tot protesten op sociale media tegen het grote aantal omgekomen alawieten sinds het begin van de oorlog.

In dezelfde maand gingen alawitische families van omgekomen militairen in Latakia de straat op. Ze eisten dat het regime de vermiste lichamen van hun zonen zou vrijgeven. Een grote demonstratie volgde in oktober nadat 17 kinderen waren omgekomen bij een aanslag met een autobom op een basisschool in een alawitische wijk van Homs. Honderden alawieten eisten het aftreden van de gouverneur. En in Tartus leidde de sterke stijging van brandstofprijzen tot protesten van buschauffeurs.

De protesten vormen een groot probleem voor het regime, wiens macht berust op de steun van de alawieten. Leden van de sekte domineren het leger en het veiligheidsapparaat. De alawieten werden altijd bijeengehouden door de angst voor de sunnitische rebellen, die vaak een grote haat hebben ontwikkeld tegen alawieten.

Maar de alawitische gemeenschap is geen homogeen blok. Assad heeft de clan waar zijn familie toe behoort altijd voorgetrokken. Leden van de clan hoeven niet aan het front te vechten en leven in relatieve luxe, terwijl de rest van de gemeenschap met moeite haar hoofd boven water houdt.

Deze tegenstellingen worden door de ontberingen van de oorlog op de spits gedreven. Het regime is zich duidelijk bewust dat de interne verdeeldheid een grote bedreiging vormt. Het heeft de massale mobilisatie van reservisten verminderd om nieuwe protesten te voorkomen. 2015 wordt een cruciaal jaar voor Assad.