Anders

Het voelde vertrouwd en tegelijkertijd totaal anders. Ik was in avondwinkel Sterk in de De Clerqstraat („Sterk de Clerq”, hoorde ik er ooit iemand de telefoon opnemen), de avondwinkel die ook overdag open is, 365 dagen per jaar. Dat heeft bijna iets eigenwijs.

Ik was er zeker tien jaar niet geweest, terwijl ik er in mijn studententijd voor mijn gevoel dagelijks (avondlijks) kwam; voor het uitgaan kochten we er nog een fles wijn en als we terugkwamen moest er altijd nog wel iemand per se sigaretten halen. Op de een of andere manier leek je er altijd langs te komen, waar je ook vandaan kwam.

Het liefst kwam ik er als ik een kater had. In de winter werd ik soms pas wakker als het alweer donker was. Met koppijn en honger. Op zondag. Ik wilde niemand zien omdat ik zo gaar was en omdat alle hectiek, de harde muziek, het dronken geblaat van de avond ervoor (en de avond dáárvoor) nog te veel in mijn hoofd nagalmden. Katers maakten me toen vaak schichtig. Maar tegelijkertijd kon me acuut een enorm gevoel van eenzaamheid overvallen. En ergernis. Dat ik de was drie dagen in de wasmachine had laten zitten, dat er alleen beschimmeld brood was en het kattenvoer op, dat ik moest kotsen op de remsporen van mijn huisgenoten.

Zonder kater voelden dat soort dingen heel bohemien, wild en een beetje zoals het clichébeeld van de student nu eenmaal van me verlangde, mét een kater kon ik er ineens enorm over inzitten. Op zo’n moment ging ik naar Sterk. Avondwinkels voorzien meestal alleen maar in acute behoeftes: melk, brood, drank, tampons. Vaak is de zaak schimmig verlicht en zijn de mensen die er werken chagrijnig. Sterk voorziet daarentegen in echte behoeftes: goeie drank, delicatessen en het is er gezellig.

Jarenlang waren de medewerkers daar op die katerdagen een soort surrogaatouders. Ik had natuurlijk ook gewoon mijn eigen ouders, maar die stelden vragen over tentamens, die kenden me. Met een kater wilde ik niet gekend worden. Dan wilde ik gewoon dat iemand vol liefde en verstand over goeie koffie met me sprak. Als je hier kwam, was dat niet omdat je tot de nuttelozen van de nacht behoorde, maar omdat je nu eenmaal iemand was die hield van kwaliteit. Zo leek het dan althans, en als je een tijdje langs de tienduizend speciaalbiertjes, Franse kaasjes en exquise theeën had gedwaald, voelde het ook zo en dan voelde je je beter. Zo moet dat voor de upperclass-alcoholisten die hier elke nacht dozijnen Duveltjes komen halen ook voelen.

In al die jaren was er aan de winkel niets veranderd. Het voelde alleen anders omdat ik geen kater had. Nog niet. Het was oudejaarsdag en ik was de champagne vergeten. Een man die ik nog herkende van vroeger lichtte me enthousiast voor over een bijzondere, niet te dure champagne van een kleine boer. „De beste wensen, schat”, zei hij bij het afrekenen. „En als je nog iets vergeten bent, morgen om 9.00 uur zijn we weer open.”